Beleven van schoonheid kost moeite

Voorheen gangbaar dédain voor volkssmaak is ouderwets. Erger, zeg je nu dat kunst inspanning vergt, dan wacht je een nieuw, modern dédain, stelt Désanne van Brederode....

Was het vroeger een ongeschreven regel dat een kwaliteitskrant of-tijdschrift geen aandacht besteedde aan musicals, pulptelevisie en anderpopulair vermaak, tegenwoordig worden er net zulke doorwrochte essays aanprogramma's als Sex and the City en Idols gewijd als aanoverzichtstentoonstellingen en performances van 'echte' kunstenaars.

In de essays wordt bovendien uit songteksten, filmdialogen enreclameslogans geciteerd, in plaats van alleen uit het oeuvre van grotedenkers en literatoren. Waarom Schopenhauer aanhalen als Quentin Tarantinodezelfde visie bondiger heeft verwoord?

Een interview over de schuldenproblematiek van derdewereldlanden wordtliever gehouden met zanger Bono van U2 dan met minister Agnes van Ardenne.En als Marco Borsato een interessant verhaal heeft over War Child, lijktgeen enkele redactie zich af te vragen of een gesprek met hem, uitgesmeerdover de hele voorpagina van het levensbeschouwelijke katern, niet ooksluikreclame is voor zijn nieuwste cd.

Het dédain voor alles wat de massa leuk vindt, is verdwenen. De ivorentoren is neergehaald, de smetvrees overwonnen. Er wordt niet meergeoordeeld over de hoofden van de zogenaamde domme kudde heen, eerder iser sprake van een handreiking, een poging tot verbroedering.

Hoe genereus het gebaar ook lijkt, het wordt bij mijn weten nietingegeven door de wens de oude scheidsmuren tussen intellectuelen en'gewone' burgers te slechten. De handreiking is niet idealistisch, maardoor en door pragmatisch van aard. Niet de vragen 'Waarom zou mijn smaakmeer waard zijn dan die van mijn ongeletterde buren?' en 'Mag ik zaken dieik niet ken rücksichtslos verwerpen als zijnde banaal?' maken dat deredacteuren van kwaliteitsmedia zich verdiepen in soaps, porno, MTV,computergames en ander geestelijk fastfood; het zijn doelgroeponderzoekenen kijkcijfers die hen verplichten meer aandacht aan low culture tebesteden, liefst op een luchtige, niet al te kritische wijze. Want eenartikel over voetballer en stijlicoon David Beckham gesteld in drogebewoordingen en zonder begeleiding van kleurrijke illustraties, zal nogsteeds niet door de doelgroep gelezen worden.

Vanzelfsprekend verdedigen kranten, omroepen, programmamakers enculturele instellingen hun vernieuwingen met de dooddoener dat je je imagomoet aanpassen aan de eisen van de moderne tijd om een nieuw, in afkomsten opleidingsniveau heterogeen publiek te lokken. Als dit publiek daneenmaal over de drempel is, kun je het ook laten kennismaken met moeilijkeronderwerpen - als het ware spelenderwijs.

Dat klinkt als: spruitjes blijven bitter, maar met een kwak appelmoeseroverheen proef je er bijna niks van.

Het oude publiek wordt gerustgesteld met de mededeling dat aan de inhoudniet gemorreld zal worden, terwijl het hippe, jonge publiek dat afgaat opeen flitsende presentatie en uit hun dagelijks leven herkenbare thema's,zich door de nieuwe outfit van krant of programma nu eindelijk gewonnen zalgeven. Ziedaar, een schitterend staaltje 'Voor elck wat wils'.

Toch voel me ik steeds vaker onderschat. (...)

Natuurlijk mogen de media uitgaan, moeten ze uitgaan van de enkeling dieopeens wel blijft hangen en hem iets bieden dat hem doet hunkeren naarméér. Maar nooit ten koste van het bestaande publiek, hoe klein in getalook.

Ik wil niet ook nog eens daar waar ik aanneem geestverwanten te vinden,worden aangesproken in kleutertaal. Libelle mag mij bejegenen alskneuterige huisvrouw, maar kwaliteitsmedia moeten niet, omdat ze over dehoofden van een vergrijzende elite heen mikken op een nieuw publiek, ineensgaan doen alsof ik geen concentratie kan opbrengen voor een lang enabstract stuk, en veel plaatjes wil.

In een museum wil ik in stilte schilderijen kunnen bekijken en debordjes lezen. Ik begrijp dat hele volkstammen dat als onzinnigtijdverdrijf beschouwen. Maar waar moet ik straks heen als ik nog ergensouderwets naar kunst wil kijken?

Dat staatssecretaris Medy van der Laan nu extra subsidie wil verstrekkenaan musea die er alles aan doen jongeren en allochtonen binnen te krijgen,ten koste van de subsidie voor zogenaamde ouderwetse musea, is neerbuigendnaar twee kanten. Ze gaat er klaarblijkelijk van uit dat het niet meer zallukken de desbetreffende nieuwe groepen te interesseren voor een normaleexpositie, dat die alleen over de drempel komen als er interactieve routesworden uitgezet en er her en der thematische live acts worden opgevoerd,die bovendien ook nog appelleren aan de belevingswereld van de nieuwebezoeker.

Dat noem ik modern dédain. Er wordt zowel neergekeken op het nieuwepubliek als op het oude. Van het nieuwe weten we door onderzoek dat hetalgauw dingen saai en te moeilijk vindt (wat de boer niet kent, dat vreetie niet) en continu vermaakt wil worden; van het oude weten we dat het zichgeen uitstervend ras wil voelen en daarom braaf de veranderingen envernieuwingen slikt.

Om terug te komen op de spruitjes: generaties kinderen hebben de groentemoeten leren eten, en generaties ouders hebben tactieken ontwikkeld om hunkinderen dat te leren. Net zolang aan tafel blijven tot je bord leeg is,geen toetje als het je weer niet was gelukt - de oude martelpraktijkenwerkten vaak averechts en nieuwe generaties ouders deden de truc met deappelmoes of gaven de moeilijke eter een andere groente, op voorwaarde dathij elke keer ten minste één spruit proefde, zodat hij aan de smaak konwennen. Kooktijden werden aangepast, waardoor de bittere, natte dot eenfris, knapperig bolletje bleef en nog weer later werden spruitjes in eenoosterse saus gewokt of verwerkt in een kaasquiche, waardoor zelfsvolwassenen met een spruitjestrauma de groente lekker gingen vinden. Waaromje spruitjes zou moeten blieven, werd nooit helemaal duidelijk. Ja, ze zijngezond, maar dat is boerenkool ook. Spruitjes eten hoorde er gewoon bij,klaar uit. Inmiddels zijn de boeren van wie Albert Heijn zijn groentenbetrekt, overgegaan tot het telen van spruitjes en witlof waaruit debittere smaak volledig is weggekweekt, meldt de supermarkt vol trots. (...)

Maar wat er met moeilijke, bittere smaken gebeurt, namelijk dat zeworden weggekweekt, gebeurt op tal van gebieden. Mensen worden niet meergedwongen kennis te nemen van complexe politieke kwesties, vangeschiedenis, literatuur, kunst, klassieke muziek en andere zaken die nodigzijn wil je van bagage, van een brede algemene ontwikkeling kunnen sprekenen in het publieke debat beslagen ten ijs kunnen komen. Nee, mensen mogenzich verdiepen en om de zelfstudie aantrekkelijker te maken worden de oudekennisbronnen ontdaan van hun belerende toon en stoffige imago; ze worden'opgeleukt'.

Een sympathieke beweging richting de burger, maar daaronder verdwijntheel geleidelijk al hetgeen je met vallen en opstaan moet leren waarderen.(...)

Dat kinderen die thuis niet met kunst in aanraking komen nu op schoolhun portie krijgen, is natuurlijk heel aardig. Op het programma staan eenspeurtocht door het Van Goghmuseum, een dichter in de klas, een bezoekjeaan het atelier van een plaatselijke beeldhouwer en een middag liedjeszingen met een heus orkest. De kennismakingen moeten een vrijblijvendkarakter hebben. Kinderen iets opdringen vergroot de aversie juist.Bovendien accepteert geen kind, op zijn vraag naar het waarom vankunstonderwijs, tegenwoordig nog het antwoord: 'Omdat het erbij hoort.' Eenargument als 'Later zul je me er nog dankbaar om zijn', is helemaal uit denboze.

Wat in deze benadering lijkt weggeretoucheerd, is dat schoonheid nauwverweven is met complexiteit en omgekeerd, dat inzicht in de complexiteitbijdraagt aan de schoonheidsbeleving. Maar hoe kunnen kinderen dieuitsluitend worden voorgelezen uit boeken die overeenkomen met hun gemetenwoordenschat, ooit deze woordenschat vergroten? Is het niet zo dat eensprookje van Grimm, dat wemelt van de niet-alledaagse woorden, kinderenleert uit de context van het verhaal de betekenis van een moeilijk woordte achterhalen? Wat 'karmozijn', 'karwats' en 'karig' betekenen, hoef jehelemaal niet altijd uit te leggen - bij herhaling geven de woorden hunbetekenis ook wel prijs.

Als volwassenen klagen dat jongeren van tegenwoordig nog geen Bach vanBeethoven kunnen onderscheiden, en (dus) ook niet het verschil horen tusseneen zorgvuldig gecomponeerd popliedje en een computergestuurde eendags-hit,dat er kortom bij de nieuwe generatie gevoel noch respect bestaat voorkwaliteitsverschillen, dan hebben ze het er zelf naar gemaakt - door vanalles door elkaar heen aan te bieden zolang het maar actueel enspraakmakend is en kinderen er direct 'in hun eigen woorden' op kunnenreageren. Onderscheidingsvermogen kweek je niet als je maar één soortkunst aanbiedt.

Ik begrijp dat je wanneer je Bordewijks Bint aan een klas middelbareschoolleerlingen integraal voorleest, niet bij iedereen een vonk totontbranding brengt. Net als veel boeken van de populaire Carry Slee speeltBint zich af op een school en handelt het over spanningen tussen leraar enleerling, tussen leerlingen onderling - met Bint kun je bewijzen dat hetde compositie en de taal zijn die het verschil maken tussen literatuur enSlees lectuur.

Dat betekent uiteraard niet dat leerlingen, eenmaal bekend met deverschillen, automatisch zullen kiezen voor het even weerbarstige alswonderlijke, sublieme proza van Bordewijk. Misschien blijven ze bij deeenvoudiger Slee en schakelen ze later over op chicklit of Ludlum, maar danis er tenminste iets te kiezen geweest.

Om ook op latere leeftijd nee te kunnen zeggen tegen literatuur, moetje op zijn minst weten wat literatuur is.

Persoonlijk vind ik het niet zo erg dat er een grote groep mensen voorhogere kunst verloren is en zich laat dicteren door de mode, valt voor inhet gehoor liggende deuntjes, pageturners en andere in elkaar geflanstebagger. Zelf vind ik die dingen op zijn tijd ook heel leuk. Wat me zorgenbaart, is dat de enkeling die nog wel ergens moeite voor wil doen, nietalleen nauwelijks meer aan zijn trekken komt, maar ook wordt uitgelachenen gekleineerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden