Beledigende fictie

Een eeuw lang boeken, een eeuw lang verboden boeken. In deze rubriek werden er dit jaar zo'n veertig gesignaleerd. Ze waren, in de ogen van deze of gene, abject en mochten dus niet worden gelezen....

Het waren naar mijn gevoel - op een paar curieuze uitzonderingen na als de Bob en Daphne-serie van Han G. Aalberse - doorgaans belangrijke, boeiende en onvergetelijke boeken, waarvan je je in gemoede kon afvragen, als ze al niet geheel en al uit het collectieve onderbewustzijn waren verdwenen, waarom ze ooit taboe waren verklaard.

Bij Cocaïne van de Italiaanse schrijver Pitigrilli was dat wel duidelijk: het gebruik van drugs wordt in dat boek zo verleidelijk voorgesteld dat de gevaren voor de onschuldige lezer onmiddellijk in het oog springen. Bij Ik heb altijd gelijk van W.F. Hermans was het al een stuk minder gemakkelijk om aan te geven waarom het niet deugde. Die opmerking over katholieken als eters van ouwels? Wat zijn in godsnaam 'ouwels'?

En waarom werd Ulysses van James Joyce verboden, een boek waarvan nog jaarlijks zo'n honderdduizend exemplaren in de hele wereld worden verkocht? Of De duivelsverzen van Salman Rushdie? Ja, omdat de schrijver 'de' islam had beledigd, terwijl het vermoedelijk slechts één ayatollah, of één handvol fanatieke dienstknechten van die ayatollah betrof.

Voor degenen die niet met de Koran zijn opgevoed, was het verbod onbegrijpelijk, en ook weerzinwekkend door het lugubere doodvonnis dat ermee verbonden was.

En wat was er eigenlijk tegen Mystiek lichaam van Frans Kellendonk? Het werd weliswaar niet verboden, maar de recensie van Aad Nuis in de Volkskrant veroorzaakte zoveel commotie (niet in de laatste plaats bij Kellendonk zelf) dat we ook in het zo tolerante Nederland weer even werden geattendeerd op het feit dat er (nog) grenzen zijn.

We hadden veel meer boeken kunnen selecteren, zeker als we de communistische en nationaal-socialistische censuur meer als criterium hadden genomen, maar op dat punt hebben we ons beperkt. Er was eigenlijk geen beginnen aan. De mate waarin beide ideologieën de geestelijke vrijheid (waarvan het boek het product is) hebben beknot, typeert niet alleen deze mensonterende systemen, maar ook deze eeuw: een eeuw waarin bij alle vrijheid die werd bevochten op de beperkingen van de negentiende-eeuwse ideeën inzake godsdienst, sociale klasse, de rol van de vrouw en de plaats van het kind, evenzeer sprake is geweest van nieuwe, vaak gruwelijke vormen van vrijheidsberoving.

Het is alsof het gezag (of de macht) in deze eeuw maar moeizaam een vorm heeft gevonden die paste bij de ingrijpende maatschappelijke en geestelijke veranderingen. Ogenschijnlijk revolutionaire, maar in feite volkomen achterlijke 'bewegingen' als het communisme en het nationaal-socialisme hadden uiteraard de grootste moeite met die vorm (want die kan alleen maar organisch uit de traditie groeien en die schaften zij juist met geweld af).

Er zijn, uiteraard, andere instanties geweest die bepaalden wat het individu mocht lezen en wat niet. Bijvoorbeeld de kerk, of meer algemeen de godsdienst. Van heel veel belang zijn de kerken niet meer en naarmate hun maatschappelijke betekenis afneemt, verdwijnt ook hun invloed als censor. Met de islam zal het in het Westen dezelfde kant opgaan.

Er komen, in de sfeer van het religieuze, half- of quasi-religieuze, andere verbodsvormen voor in de plaats. Het bloed kruipt uiteraard waar het niet gaan kan. American Psycho van Bret Easton Ellis is een voorbeeld. Het boek werd niet een-twee-drie gepubliceerd. De vaste uitgever van Ellis vond het te schokkend. Maar toen het er door een andere uitgever als pocket kwam, werd het niet van overheidswege verboden, maar waren het bepaalde (vrouwen)organisaties die hun aanhang het boek ten sterkste ontraadden.

Zulke belangenverenigingen nemen, in onze westerse democratieën, de overheid haar morele taak uit handen en gedragen zich, zoals vroeger de kerken, als hoeders van het zielenheil hunner clientèle.

Tegelijkertijd tekent zich een nieuw verschijnsel af op de grens van wat kan en niet kan: de bewuste intentie van een auteur het publiek te choqueren door middel van een fictioneel boek. Dat werd, niet helemaal ten onrechte, van Ellis gezegd, en dat kan, in zeker opzicht, ook van Herman Brusselmans worden gezegd, de laatste van wie in de lage landen in deze eeuw een boek werd verboden: Uitgeverij Guggenheimer.

Brusselmans ging met zijn postmoderne, amorele gemelijkheid in zoverre een stap verder dan Ellis dat hij niet 'het' publiek beoogde te choqueren, maar een paar met name genoemde mede-Belgen. Dat lukte en daarmee werd een grens overschreden, niet zozeer een morele als wel een literaire.

Als fictie, zoals bij Brusselmans, geen fictie meer wil zijn, vervallen de afspraken daaromtrent. Dan is er een stilzwijgende overeenkomst, die inhoudt dat lezer en schrijver van elkaar weten dat ze met een verzinsel te maken hebben - waardoor juist die bijzondere tekstvorm kan ontstaan die wij literatuur noemen - opgezegd. Er is dan sprake van een ander soort 'tekst', die niet-fictioneel is en daardoor op de juistheid van zijn referenties kan worden getoetst. Degenen die in zo'n boek worden beledigd, kunnen naar de rechter gaan. Degenen die in literatuur zijn geïnteresseerd, kunnen zulk werk negeren. Degenen die niet in literatuur zijn geïnteresseerd, krijgen een rel, maar voor rellen heb je geen boeken nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden