Beklemmende schoonheid van Radiohead

Je hebt geen album uit, dus niets te promoten. Sterker nog, je laatste proeve van bekwaamheid is al drie jaar oud....

Maak dat de meterslange rijen wijs bij de Heineken Music Hall in Amsterdam. Als Radiohead komt, is dat alleen al genoeg reden om te gaan horen en zien. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er één ding wel was: de belofte van nieuwe nummers van de Oxfordse band. Nummers die voorlopig alleen nog live worden gespeeld.

Daarbij, de meest onwaarschijnlijk superband in de pophistorie heeft ook een reputatie van dwars en experimenteel, na een reeks van prachtige eigenzinnige platen die werd afgesloten met Hail to the Thief in 2003. De gitaar - als rocks alfa en omega - had afgedaan, vers-refrein-vers is ook maar een conventie, en bij de aankondiging van nieuw materiaal speelt elke keer weer de onuitgesproken vraag of de band weer 'moeilijk' gaat doen met 'elektronica en zo'.

Het nieuwe materiaal weerspiegelt de veelzijdigheid van de band. Van het nummer met een gebroken vijfkwarts maat aan het begin van het optreden tot het gitaargedreven Bangers and Mash waar Yorke zelfs op meedrumt. De complexe nummers die weleens als couveusekindjes in de studio worden gehouden, blijken ook live levensvatbaar.

Aan het begin van het langzame tweede gedeelte, waarin drie zangmelodieën zijn verweven, dreigt zanger Thom Yorke met een schertsend 'Ah, fuck it' de handdoek in de ring te gooien. Maar gitarist Jonny Greenwood speelt de koorpartij op toetsen. Yorke zingt mee met zijn ter plekke gesampelde stem, transformeert van spichtige bleke Engelsman in een transparant etherisch wezen en laat je met open mond op aarde achter.

Dat wordt even later weer overtroffen door het slepende How to Disappear Completely. Een lang aangehouden, bijna onhoorbare dissonant kondigt Yorke aan, die zich halverwege het nummer overgeeft aan een falset die traploos stijgt om vervolgens mee te deinen op het trage tij van de strijkers. Het is van een intensiteit die van binnen schroeit.

Als de muzikanten tot ver in het concert een groep in zichzelf gekeerde studiosi lijken, waar behalve het spastische dansje van Yorke tijdens Idioteque niets aan te zien valt, dan komt het doordat elk grammetje concentratie aan de muziek moet worden gevoerd. Van de inktzwarte melancholie van The Pyramid Song tot de geagiteerde gitarenwaanzin van Hail to the Thief. Van de gedementeerde disco van Idioteque tot de elektronische verknipte meditatie van Everything in its Right Place.

De bescheiden gepresenteerde staalkaart toont haarfijn aan waarin de band superieur is: chaos en schoonheid aaneensmeden tot een beklemmende eenheid. Dan voelt een concert als promotieactiviteit voor een nieuw product opeens als onverdraaglijke banaliteit.

Pablo Cabenda~

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden