RecensieTropen

Beklagenswaardige vrouwen in de Oost ★★★★☆

Het valt nog niet mee de stereotypen over de tropen te omzeilen. In drie nieuwe romans over Nederlands-Indië lukt dat alleen Dido Michielsen.

Beeld Max Kisman

Er is altijd een witte villa. Een witte villa met een veranda waarop een man in een wit linnen pak een sigaar zit te roken. De hitte is gekmakend, het personeel onpeilbaar, de tinten groen zijn ontelbaar. Romans over voormalig Nederlands-Indië zijn er, vanwege onze lange geschiedenis met ‘de Oost’, legio. Ze bevatten vaak vaste ingrediënten: het wemelt van de koelies, baby’s bungelen in slendangs, iemand wordt mataglap of maakt amok en uit donkere tuinen komen steevast vreemde geluiden. 

De tropenliteratuur heeft ons bovendien een aantal typische personages opgeleverd. Die verstokte kolonist in zijn witte pak dus, en zijn verveelde, depressieve echtgenote. Altijd zo’n oud vrouwtje met een pruimmondje rood van de sirih. En vergeet de lieve, dikke baboe niet, die immer een koel glas soesoe voor de kindertjes heeft klaarstaan. Ook in drie nieuwe romans over Indonesië duiken bekende, en minder bekende, tropenpersonages op.

Dido Michielsen (1957) verdiept zich in haar fictiedebuut Lichter dan ik in een relatief onbekend figuur: de njai – de huishoudster. Omdat er in Nederlands-Indië toch íémand voor alle eenzame witte mannen moest zorgen (de vrouwen bleven vaak in Europa) ontstond er een waar concubinaat tussen legerofficieren, planters en ambtenaren en hun inheemse njai. Zij zorgden niet alleen voor het huishouden, maar deelden vaak ook het bed met hun meneer.

De Javaanse Isah is zo’n njai. Ze wordt rond 1850 geboren en groeit op aan het hiërarchische Javaanse hof, waar het ‘onzichtbare web van rangen en standen’ haar benauwt. Als ze uitgehuwelijkt dreigt te worden, biedt ze zich wanhopig aan aan de Nederlandse officier Gey. In haar naïeve drang naar vrijheid beseft ze niet dat ze haar oude gevangenis inruilt voor een nieuwe. Al heeft ze in eerste instantie geluk: Gey is vriendelijk, er zijn weinig regels en als Isah in verwachting raakt is dat geen probleem. Dat het ook anders kan gaan weet ze uit verhalen: njai worden door hun bazen behandeld als slaven, geslagen, vergokt of verkracht. Ze zijn rechteloos: elk moment kunnen zij worden weggestuurd, velen worden gedwongen hun kinderen achter te laten.

Uiteindelijk wordt ook Isah afgedankt. Haar twee dochters ziet ze nooit meer terug. Het is een dramatisch verhaal, maar nergens sentimenteel. Isah heeft een prettige vertelstem, nuchter en intelligent. Verfrissend normaal is ze ook. Geen slachtoffer, geen zielig onderdrukt vrouwtje, maar een mens: nieuwsgierig, hoopvol, koppig, opportunistisch, wrokkig, geil, wanhopig en soms onverschillig.

Beeld Hollands Diep

Michielsen baseert haar roman op de geschiedenis van haar betovergrootmoeder, een njai dus, maar weet het particuliere te overstijgen. Deze roman beschrijft niet alleen de onderbelichte geschiedenis van de omgang van Nederlandse kolonisten met inheemse vrouwen maar in feite ook de gevolgen een patriarchaat in het algemeen. Het toont het schrijnende van een samenleving waarin vrouwen amper over hun eigen lot kunnen beschikken en aldus door mannen naar believen worden gebruikt, als inwisselbare objecten.

Niet alleen de njai zijn wat dat betreft beklagenswaardig; de vrouwen aan ‘de voorkant’ zijn niet veel beter af. Dat laat Susan Smit (1974) zien in Tropenbruid, dat te lezen is als pendant van Lichter dan ik. De Amsterdamse Anna trouwt met Willem, een Nederlandse ambtenaar op Java. Zodra zij arriveert moet de njai des huizes het veld ruimen en haar dochters achterlaten. Anna krijgt al snel door dat Willem alleen maar met haar getrouwd is om promotie te kunnen maken – dat gaat nu eenmaal sneller met een Europese vrouw aan je zijde. Nog beter zou het zijn als ze zo snel mogelijk een blanke zoon baart. Zo wordt ook Anna gebruikt. Hoe verschillend ook; zij en de njai zijn slachtoffers van hetzelfde systeem.

Beeld Lebowski

Waar in Lichter dan ik de tropen op natuurlijke wijze samenvallen met het karakter Isah, dienen ze in Tropenbruid als exotisch decor. De volle maan, ‘die in de tropen altijd groter en heller scheen dan in Holland’, doet dat toch vooral om de bomen een ‘raadselachtige melkwitte glans’ te geven. De moesson begint opdat Anna haar gezicht kan opheffen ‘naar de hemel’ en zich lachend kan laten natregenen waarna ze gekust wordt door een jongen met ‘regenwater op zijn lippen’. Oriëntalistische kitsch en zoet als spekkoek – zij het minder gelaagd. Het is wat het is, bij Smit. Romantiek, een vleugje intrige (die gouvernante is een trut), een gepaste dosis verontwaardiging over al het onrecht en uiteraard een eind-goed-al-goed. Hap, slik, weg, maar lekker als je ervan houdt.

Op de lijst van typische tropenfiguren mag ten slotte de getraumatiseerde tropenvader niet ontbreken. Adriaan van Dis beschreef de zijne in Indische duinen, onder andere. Theodor Holman deed dat in Tjon. Alfred Birney spande de kroon met zijn gestoorde vader in De tolk van Java en vorig jaar zagen we het figuur terug in Pastorale van Stephan Enter. Ook journalist Diederik Samwel (1962) had er zo een. Zijn Tropenvader is deels gebaseerd op het levensverhaal van zijn vader, dat inderdaad romanwaardig is: hij heeft een jappenkamp overleefd en ontpopt zich later in Nederland als een flamboyante biseksuele vader/autoritaire topadvocaat.

Beeld Uitgeverij Brandt

Het is daarom jammer dat de schrijver het liever over zichzelf heeft, dat wil zeggen, over zijn alter ego Erik. Hij neemt werkelijk álle details van zijn leven met ons door. Dat hij na schooltijd graag de Donald Duck las en zijn kleine broertjes met eten knoeiden en luiers vol kakten en dat hij eens ‘flink geschrokken’ is toen hij zijn ouders met elkaar zag flikflooien en welke programma’s er op tv gekeken werden en dat hij captain van de B1 werd en hoe de gymnastiekleraar heette én hoe de juf Latijn en dat hij zijn mondeling Moderne Letterkunde haalde en dat hij in 1989 besloot zijn verjaardag niet te vieren – hij neuzelt maar voort. Slaapverwekkend, maar erger nog is het infantiele toontje, met veel sullige kreetjes (oei!, nou, shit!, huh?, jemig!) en oubolligheid als ‘reuze vrolijk’, ‘poepie-bruin’, ‘geweldig stoer’, ‘reuze ingewikkeld’, ‘machtig interessant’. Een moesson van prietpraat waarin het potentieel interessante tropenvaderverhaal verzuipt. Eén beeld blijft hangen: vader, na jaren schoorvoetend afgereisd naar Indonesië, eindelijk in de tropen, rokend met ‘lange, intense trekken’, zittend op de veranda.

Dido Michielsen: Lichter dan ik. ★★★★☆ Hollands Diep; 272 pagina’s; € 21,99.

Susan Smit: Tropenbruid. ★★★☆☆ Lebowski; 240 pagina’s; € 21,99

Diederik Samwel: Tropenvader. ★★☆☆☆ Uitgeverij Brandt; 320 pagina’s, € 22,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden