Interview Muse

Bekaf, waren de leden van Muse. Nieuwe inspiratie vonden ze in de jaren tachtig (en dat verbaasde hen zelf ook)

Matthew Bellamy: ‘Ineens waren die jaren tachtig in Muse geslopen. Vooral in beeld.’ Beeld Jeff Forney

Na hun duistere Drones-tour waren de mannen van Muse uitgeput. De sleutel tot een lichtere sound kwam van zanger Matt Bellamy, die – tot hun aller verbazing – nieuwe inspiratie vond in de jaren tachtig.

Het ontstaan van Simulation Theory, het nieuwe, achtste album van Muse, begon met de virtualrealitybril die zanger en gitarist Matthew Bellamy (40) een paar jaar geleden opzette. ‘Ik had al vijftien jaar niet meer gegamed. Maar na onze vorige album Drones en de bijbehorende tour was ik zo uitgeput en leeg, dat ik ontspanning zocht in spelletjes die me weer terugbrachten naar de jarentachtigwereld van mijn kinderjaren.’

Ook bassist Chris Wolstenholme (39) was bekaf thuisgekomen van de tour die volgde op Drones (2015). ‘Muse ging er altijd prat op alles te geven op het podium. Mensen komen niet alleen naar onze concerten voor de muziek, maar ook voor het audiovisuele spektakel waarmee de naam Muse voor velen synoniem is geworden. Dat konden we leveren, maar we waren bekaf.’

Terwijl Bellamy zich terugtrok in een nieuwe virtuele wereld, probeerde Wolstenholme grip te krijgen op de echte wereld om hem heen. ‘Even uit de Muse-cocon stappen van het spelen in grote stadions en op grote festivals, in immense producties die je afsluiten van wat er echt om je heen gebeurt.’ Muse is, samen met Coldplay, een van de grootste rockbands die deze eeuw naam heeft gemaakt. Sinds het debuutalbum Showbiz (1999) heeft de band twintig miljoen platen verkocht.

De jaren tachtig

Bellamy, Wolstenholme en het derde bandlid, drummer Dominic Howard, zijn aanwezig op het kantoor van hun Londense platenmaatschappij om de internationale pers te woord te staan over hun nieuwe album Simulation Theory.

Bellamy en Wolstenholmezijn weer helemaal opgeladen en klaar voor een nieuwe tournee. Die zal ‘minder zwaar op de hand zijn dan de Drones-tour’, belooft Bellamy. ‘Heftiger en vooral duisterder kan ook bijna niet’, zegt Wolstenhome. ‘The only way is up. En de sleutel tot een wat lichtere sound en een minder zwaar aangezette show kwam van Matt, die ineens kwam aanzetten met beelden uit de jaren tachtig, die hij vanachter zijn VR-bril had gezien.’

En dat terwijl de drie van meet af aan weinig ophadden met de jaren tachtig. Toen ze elkaar begin jaren negentig op de middelbare school in het Zuid-Engelse Teignmouth leerden kennen in bandjes met namen als Carnage Mayhem en Gothic Plague, waren ze vol van de glamourloze Amerikaanse grunge van Nirvana en Soundgarden, maar ook van de donkere, heavymetalachtige esthetiek waarmee artiesten als Marilyn Manson groot zouden worden.

‘We maakten rockmuziek met het vizier op de toekomst’, zegt Bellamy. ‘De jaren tachtig, dat was een periode die hoorde bij onze kinderjaren. Daar wilden we juist vandaan groeien’, zegt Wolstenholme. ‘Wij zijn kinderen van de jaren negentig. In dat decennium spuugde iedereen op de jaren tachtig: de muziek was plastic, de emoties waren onecht. Dat het juist een tijdperk was waarin alles ten goede veranderde en er technisch veel meer mogelijk werd, hebben ook wij altijd over het hoofd gezien.’

Pas met een VR-bril op zag Bellamy hoe leuk die jaren tachtig eigenlijk waren. En zo lag in het spelen van de game Star Trek: Bridge Crew de kiem van het nieuwe Muse-album. Voor hij er erg in had, werd hij volledig opgezogen door de jarentachtigesthetiek zoals die in een film als Back to the Future (1985).

En dat beviel. Wie de videoclips bekijkt van recente nummers als Something Human, Thought Contagion en Pressure, kan niet voorbij aan vergelijkingen met dergelijke films: eenzelfde Delorean-sportwagen in Something Human bijvoorbeeld, en de als een Michael J. Fox met een videocamera rondsjouwende hoofdfiguur in Pressure.

‘Ineens waren die jaren tachtig in Muse geslopen’, beaamt Bellamy. ‘Vooral in beeld. Ik denk niet dat de muziek op ons nieuwe album erg veel met dat tijdperk uit te staan heeft.’

Wolstenholme: ‘We hebben een fase gehad dat we even helemaal geen album meer wilden uitbrengen, en zeker niet een dat zo zwaar op de maag lag als Drones, dat op het podium extra kracht werd bijgezet door echte drones.’ Leuk idee, die boven band en publiek zwevende apparaten, die Muse tijdens concerten zou inzetten. Maar Wolstenholme werd er langzaam behoorlijk gek van. ‘Er ging weleens wat mis en dan donderde zo’n ding voor je neus neer. Ik begon steeds meer te snakken naar een concert waarin het weer alleen om de muziek ging.’

Nostalgische elementen en futurisme

Ook Bellamy had op een gegeven moment genoeg van de Drones-tournee, maar dat zat ’m meer in de inhoud van de muziek. ‘Drones was Muse op z’n allerzwartgalligst. Op al onze platen verkondig ik liever dystopische visioenen dan utopische, maar Drones kende werkelijk geen enkel stukje relativering meer.’ 

‘Misschien moesten we gewoon maar een paar singles uitbrengen en het albumconcept even loslaten.’ Een gedachte die volgens bassist Wolstenholme bij de andere bandleden al veel nadrukkelijker speelde. ‘Als je kijkt hoe tegenwoordig de meeste muziek geconsumeerd wordt, vraag je je weleens af waarom je nog al die moeite voor een heel album zou doen. Playlists hebben het albumidee weggevaagd.’

Muse begon dan ook zonder conceptidee aan nieuw materiaal. ‘Lekker, gewoon samen wat uitproberen zonder het idee dat alles bij elkaar moest passen’, zegt Wolstenholme.

Dat beviel Bellamy ook wel. Hij dacht erover zijn typerende gitaarsolo’s achterwege te laten in het nieuwe werk. ‘De muziek van Muse is altijd gebouwd rond mijn hoge falset en de enigszins klassiek aandoende gitaarsound, met hier en daar gierende solo’s. Maar ik kreeg ook steeds meer lol in het spelen met elektronica. Waarom niet eens die gitaar eruit, dacht ik?’

De gitaren zijn inderdaad minder nadrukkelijk aanwezig op Simulation Theory. De meeste nummers klinken ook luchtiger. Zijn dat de jaren tachtig, die door de muziek zijn gesijpeld?

Wolstenholme: ‘De luchtigheid en betrekkelijke zorgeloosheid in veel pop uit die jaren, of je nu Duran Duran of Madonna neemt, is inderdaad iets waar we misschien wel meer aan toe waren dan we dachten. Bombastischer en zwaarmoediger dan op ons vorige album Drones kon Muse niet klinken. Dan zouden we ontploffen.’

Maar hoewel er een paar losse liedjes als Dig Down (over Trump) en Something Human (over de tol van het langdurige touren) ontstonden, kon Matthew Bellamy het toch niet laten. Ook de nieuwe liedjes zouden thematisch met elkaar verbonden worden. ‘Die gekke VR-bril wekte interesse op voor de ideeën van filosoof Nick Bostrom. Die stelt dat we met de huidige technologie gesimuleerde werelden kunnen creëren, die niet van de echte te onderscheiden zijn. Misschien leven we nu al wel in een gesimuleerde wereld. Het is in ieder geval een gedachte die me aanspreekt. Met mijn VR-bril op ontmoet ik in de Star Trek-game alleen maar aardige mensen. Zet ik hem af en loop ik naar buiten, dan slaat van alle ellende de schrik me weer om het hart.’

Nee, zo’n gesimuleerde werkelijkheid is volgens de Muse-voorman zo gek nog niet. Het idee wekte zijn interesse voor films als The Matrix en de dit jaar door Steven Spielberg uitgebrachte sciencefictionfilm Ready Player One. Ook raakte hij gefascineerd door de Netflix-serie Stranger Things.

Langzaam ontdekte hij een patroon in zijn nieuwe interessen. Wat hem zo boeide in een serie als Stranger Things of zo’n spel als Star Trek: Bridge Crew was niet zozeer het escapisme waarvoor hij op dat moment in zijn leven gevoelig was. Het was vooral de combinatie van nostalgische elementen en futurisme die hem fascineerde. ‘De werkelijkheid waarin ik me het prettigst voel, is die waarin ik word omringd door de spulletjes uit mijn kinderjaren, noem het de jaren van onschuld. Maar in die ogenschijnlijke retrowereld gebeurt bij voorkeur wel van alles wat toen nog niet mogelijk was. Ik verlang ook helemaal niet terug naar vroeger.’

Het koppelen van retro of nostalgie aan futurisme is, zo ontdekte Bellamy eigenlijk nu pas, iets wat in zijn teksten en muziek altijd al een essentieel onderdeel was. ‘Neem een song als Knights of Cydonia, dat is al uit 2006. Daarin liet ik ridders uit de Middeleeuwen figureren in een door cyberoorlogen gedomineerde wereld.’

Bellamy wil verschillende tijdperken niet zozeer laten botsen, als wel laten samenvloeien. Niet alleen in zijn teksten – ‘want dan was ik wel romanschrijver geworden’ – maar juist in zijn muziek.

Een goed voorbeeld vindt Bellamy Algorithm, het openingsnummer van Simulation Theory. ‘Ik zing over ons gevangenzitten in simulaties. Wat is echt en niet echt? Wie heeft die gesimuleerde werkelijkheid ontworpen, wie is de baas hier? Hoe verhoudt de realiteit zich tot de fantasie? Muzikaal laat ik in dat nummer ogenschijnlijk de elektronische, futuristische synthesizergeluiden en beats botsen met het klassieke pianomotiefje dat ik na een minuutje inzet. Mijn muzikale versie van traditie versus toekomst, of anders gezegd: realiteit versus visioen. Het zou niet moeten werken, maar dat doet het wel.’

Van Bellamy mogen we dit de ‘Muse-factor’ noemen. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is tegenstrijdige muzikale elementen doen samensmelten tot muziek die zowel heel traditioneel als modern klinkt.

‘Dat is wat Muse volgens mij uniek maakt. Ook na meer dan twintig jaar. Eigenlijk speel ik al die tijd al met dezelfde elementen. In de meeste Muse-nummers worden muzikale uitersten tegenover elkaar geplaatst, en in de teksten strijden elementen van nostalgie tegen sciencefictionvisioenen. Maar pas toen ik echt over dit nieuwe album ging nadenken en in mijn hoofd alles begon te visualiseren, kwam ik daarachter.’

Het bleek ook een inzicht waarmee Bellamy zich tot de andere bandleden kon wenden. Wolstenholme: ‘Dat spelen met jarentachtigbeelden tegenover toekomstvisioenen beviel ons wel.’ Ook omdat Bellamy veel positiever tegenover de toekomst staat dan een paar jaar geleden. ‘Matt ziet alles niet meer zo somber in. Die bril heeft zijn blik op de wereld milder gemaakt. En dat hoor je. We zijn ook veel te lang in een jarennegentigesthetiek blijven hangen: dat idee van rock als authentiek middel om je gevoelens te uiten, tegenover de nepemoties die zouden horen bij elektronische muziek. Ik wist niet beter of de jaren negentig waren cultureel superieur aan de jaren tachtig. Daar denk ik nu anders over. Alleen door ons eens onder te dompelen in films uit of over die periode en muziek van Duran Duran en George Michael serieus te nemen, hebben we ons muzikaal spectrum kunnen verbreden tot wat minder zwaar op de maag liggende popliedjes.’

Muse, Simulation Theory. Warner Music.

Muse speelt op 27/06 in het Goffertpark in Nijmegen.

Het hoesontwerp

Stranger Things

De retro-futuristische hoes van Simulation Theory, het achtste album van de Britse rockband Muse, zal liefhebbers van de Netflix-serie Stranger Things bekend voorkomen. De opstelling van de bandleden doet namelijk sterk denken aan die van de hoofdrolspelers uit die serie, op de poster die Kyle Lambert ontwierp.

Niet zo gek, want Muse vroeg diezelfde Lambert voor het hoesontwerp. Alle drie de bandleden zijn fan van de serie. Ze zijn blij met de verwijzing ernaar. Ook de subtiele hints op de hoes naar de films Blade Runner (de Japanse letters), Drive (het roze neonlicht) en Back to the Future (de auto) zijn volgens Muse-voorman Matt Bellamy ‘goed getroffen’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.