Behoudzucht kenmerkt journalistieke kijk op Internet

'Met de rug naar de toekomst staan'. Deze zinsnede uit de column van Marcel van Dam van afgelopen donderdag lijkt van toepassing op mijn column van vorige week....

Jan Kees Hulsbosch

Bovendien maakte chatten op mij geen serieuze indruk, wat nog eens bevestigd werd door het - toegegeven: wat badinerende - verslagje over een chatbox waaraan staatssecretaris Vermeend van Financiën deelnam. Het stukje stond dinsdag in de Volkskrant onder de kop: Chatten met Vermeend: 'Willempie, steek je al dat geld in eigen zak?'. De verslaggever concludeerde dat er vaak aan het 'geschreeuw door elkaar' geen touw was vast te knopen.

In de journalistiek bestaat een zekere weerzin tegen de ontwikkelingen die het Internet met zich meebrengt. Niet dat Internet genegeerd wordt; integendeel. De samenwerking tussen de redactie van de papieren krant en die van de elektronische wordt nauwer en de verwijzingen over en weer worden veelvuldiger. Maar het Internet wordt ook nog steeds gezien als een geruchtenmachine die het journalistieke werk lastiger maakt, of als een troebele bron waarbij het onderscheid tussen waarheid en fictie niet altijd even duidelijk is.

Een redacteur van de Haagse redactie ziet nog een ander probleem ontstaan. Als het chatten, ook in Haagse kringen, ingeburgerd raakt, ziet hij het spookbeeld van belangwekkende uitspraken, of misschien ook wel proefballonnnetjes van bestuurders en politici, die de journalistiek ontgaan. 'Voor je het weet, ontstaat er een nieuw circuit', zegt hij. Als concreet voorbeeld noemt hij minister Zalm, die al vóór Prinsjesdag op het Internet bleek te hebben onthuld dat het financieringstekort in augustus een keer onder nul was gedaald.

Er zijn honderden chatboxen. Hij vraagt zich af hoe dit probleem moet worden aangepakt. 'Daar hebben we gewoon de mensen niet voor.'

Ondanks de neiging van journalisten om zich af te zetten tegen verschijnselen die daarbij horen, staat wel vast dat het Internet door verdere technologische vernieuwingen grote gevolgen zal hebben voor de informatievoorziening door kranten. Radio en televisie hebben daarin natuurlijk al veel eerder wijziging gebracht, maar het Internet zal die rol opnieuw drastisch veranderen, al weet niemand precies hoe.

Omdat elektronische media nieuws veel sneller, en vooral ook goedkoper kunnen verspreiden dan kranten, zullen krantenredacties het accent in toenemende gaan verleggen naar analyses en achtergronden bij het nieuws. Inhoud en kwaliteit moeten het dan winnen van snelheid.

Maar ook op een andere manier verandert het werk van journalisten, zo is de verwachting. Op de conferentie van ombudslieden in Chicago dit voorjaar, kwam dit aspect uitvoerig aan de orde. In de Verenigde Staten en Japan is de 'multimedia redactiezaal' in opkomst, van waaruit de krant, radio, televisie en de website gezamenlijk worden bediend.

The Chicago Tribune doet dat bijvoorbeeld. Die krant ziet het Internet nu nog vooral als een middel dat het mogelijk maakt om 'interactief' met de lezers of kijkers in discussie te gaan. Maar in de nabije toekomst denkt de krant er niet alleen de verslaggeving mee uit te breiden of daar aandacht voor te vragen. Aan Internet is ook gemakkelijk geluid toe te voegen, en bewegend beeld. En als het medium wat bewegende beelden betreft ook nog wat sneller wordt, komt Internet op hetzelfde neer als wat nu nog televisie heet.

Vast niet iedere verslaggever zal straks direct enthousiast reageren als hem wordt gevraagd om niet alleen zijn stukje voor de krant te tikken, maar eerst voor een camera of microfoon zijn verhaal te vertellen. Dit vereist een nieuwe manier van denken over wat nieuws en informatie is, en over de gebruiker, de krantenlezer. Toch zal die ontwikkeling niet te stuiten zijn.

Als voorbeeld van komende veranderingen werd op de conferentie ook genoemd dat de Tribune alle advertenties voor bijvoorbeeld tweedehands auto's niet langer in de papieren editie opneemt, maar op een speciale autowebsite zet. Dat scheelt een enorme berg papier die niet meer hoeft te worden bedrukt en verspreid.

Ik hoor een aantal lezers van de Volkskrant - veel te vroeg - al een zucht van verlichting slaken. Deze week waren namelijk opnieuw de klachten over de omvang van de zaterdagse Volkskrant niet van de lucht. Ze komen van lezers die al jarenlang verknocht zijn aan hun krant, maar die nu voorzichtig, haast bedeesd, melden dat de krant ze toch langzamerhand 'een beetje te veel' begint te worden. Anderen doen het opvallender en zetten 'Help' in het kopschrift boven hun e-mailbericht.

Ze verontschuldigen zich vrijwel allemaal, omdat ze weten dat het probleem niet bij de ombudsman thuishoort. In verreweg de meeste gevallen betreffen deze 'noodkreten' namelijk niet de redactionele inhoud, maar het praktische probleem dat ik twee weken geleden al aanhaalde: een Volkskrant die in de brievenbus de weg verspert voor poststukken en andere zaterdagkranten.

Die klachten, en de suggesties van lezers om de spreiding en verspreiding van de katernen anders te regelen, worden vanzelfsprekend doorgegeven aan de afdeling distributie. Het probleem is tot op directieniveau bekend, maar alle praten en denken in het bedrijf erover biedt niet direct een oplossing. Ook het Internet biedt die nog niet, en dat ligt niet alleen aan conservatisme van journalisten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden