Rubriek Taalgebruik

Begrijpt de Volkskrantredactie het verschil tussen een zelfstandig en bijvoeglijk naamwoord wel?

Volkskrantlezers vinden veel. En misschien wel het meest vinden ze iets van ons taalgebruik. Terecht?

Wie Bart Doets uit Hilversum snijdt in één mail twee interessante onder­werpen aan.

Wat Het gaat om deze passage in de krant van dinsdag 12 juni, in een stuk over de rechtszaak tegen Michael P., verdacht van de moord op Anne Faber: ‘Daardoor voelde hij zich naar eigen zeggen achterdochtig en paranoia.’

Wat is daar mis mee? Doets: ‘Het zal wel niet nodig zijn om de Volkskrantredactie het verschil uit te leggen tussen een zelfstandig naamwoord en een bijvoeglijk naamwoord.’

Uh? Op die plek in die zin had het bijvoeglijke naamwoord paranoïde moeten staan. Paranoia is een zelfstandig naamwoord. Zoals het bijvoeglijk naamwoord achterdochtig afgeleid is van achterdocht. Iemand kan last hebben van paranoia, maar zich alleen paranoïde voelen. Overigens betekenen beide woorden, paranoïde en achterdochtig, ook nog eens bijna hetzelfde, dus hier had een van de twee wellicht volstaan.

En het tweede punt van Doets Dat is een interessante kwestie waarover op de redactie veel gediscussieerd wordt. Doets: ‘Ervan uitgaande dat deze onuitroeibare taalfout uit de mond van Michael P. kwam tijdens het proces, en de Volkskrant het letterlijk overnam zijnde zijn taalgebruik, wil ik er toch op wijzen dat het zonder commentaar reproduceren niet echt meehelpt om dit taalmisbruik uit de wereld te krijgen. Als P. ‘hij heb’ had gebruikt, had de Volkskrant dat ongetwijfeld gecorrigeerd als ‘hij heeft’.’

Wat is hier zo interessant aan? In hoeverre laat je iemands (gesproken) woorden intact? De Volkskrant stelt zich op het standpunt dat elke zin in de krant een fatsoenlijke Nederlandstalige zin moet zijn, ook als het een citaat betreft. Alle spreektaal moet leiden tot op papier grammaticaal correcte zinnen.

Auteurs zijn weleens geneigd onder meer ­gebrekkige zinsconstructies en buitenlandse woorden en uitdrukkingen uit de mond van een geïnterviewde intact te laten. Met als argument: dat typeert de geïnterviewde en zegt iets over hem of haar of de groep waartoe hij of zij behoort. Dat leidt soms tot verschil van inzicht tussen auteur en eindredacteur, waarbij de laatste niet zelden wat rechter in de leer blijkt dan de eerste. Bovendien: als je gebrekkige spreektaal zwart op wit zet, tekent dat de geïnterviewde bijna altijd negatief, zeker bij taalpuristische lezers.

Bovenstaande geldt overigens niet voor spreektaalelementen als het overdadige gebruik van het bijwoord ‘heel’ of het stopwoordje ‘enzo’. Die hebben nog veel te vaak, ook in deze krant, de kritische lezing van ­auteur, eindredacteur en corrector overleefd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.