Theaterrecensie Cox - de grote grijze belofte

Beetje nostalgie, beetje gemopper, ‘Cox - de grote, grijze belofte’ is een beetje halfslachtig ★★★☆☆

Gerard Cox verwondert zich over de wereld om hem heen en heeft daar voor het eerst van zijn leven een solovoorstelling over gemaakt

Gerard Cox als de grote, grijze belofte. Beeld Andy Doornhein

Heel knap hoe Gerard Cox zijn publiek meteen al op het verkeerde been zet. Hij opent zijn voorstelling Cox – de grote grijze belofte met het liedje La belle Américaine van Guus Vleugel uit 1966, over een vrouw die constant afgeeft op ‘negers’. Waarom ze niet van negers houdt? Ze stinken. Uiteraard was dat nummer destijds ook al satirisch bedoeld, maar Cox wil er maar mee zeggen dat zo’n lied vandaag de dag niet meer kan. Zoals zoveel niet meer kan: grappen over religie, homo’s, zwarten, joden. En dan schamen we ons ook nog voor van alles en nog wat. Kortom: we mogen niks meer zeggen of doen. Die constatering is juist, om de simpele reden dat over al die onderwerpen intussen de tijdgeest en de beschaving zijn neergedaald. Voortschrijdend inzicht wordt dat ook wel genoemd.

De oude Cox (80) verwondert zich over de wereld om hem heen en heeft daar voor het eerst van zijn leven een solovoorstelling over gemaakt. Waarom? Om zijn imago van oude, rechtse mopperkont bij te sturen? Of om op nostalgische wijze te reflecteren op zijn carrière? Cox – de grote grijze belofte is van alles een beetje, en dat maakt de show enigszins halfslachtig. Wat die nostalgie betreft: er komen veel namen voorbij, van cabaret Lurelei tot Wim Kan, en uiteraard zijn artistieke compagnons Frans Halsema en Adèle Bloemendaal. Hij staat kort stil bij de tv-serie Toen was geluk heel gewoon en zijn monsterhit ’t Is weer voorbij die mooie zomer. Dat gaat allemaal in de trant van: ‘Ach ja mensen, wat vliegt de tijd, hè.’

Wat dat mopperen betreft heeft Cox een aardige kapstok gevonden, namelijk de brief die zijn collega en vriend Robert Long hem twee maanden voor Longs dood schreef. Daarin toont die zich bezorgd over Cox’ toekomst: zou hij uiteindelijk niet eindigen als eenzame mopperende zuipschuit? Wie de interviews met Cox van de afgelopen jaren nog eens doorneemt, zou kunnen concluderen dat Long deels gelijk heeft gekregen: Cox heeft zich behoorlijk druk gemaakt over allerlei maatschappelijke veranderingen, maar eenzaam en een zuipschuit is hij klaarblijkelijk niet geworden.

In zijn show tapt hij veel moppen, in de trant van ‘komt een homofiel bij de dokter...’. Een enkele mop is grappig. Ook zijn er ongemakkelijke bespiegelingen, zoals over zittend plassen met een halve stijve en de vrijheden van de blote jaren zestig en zeventig. Mooi zijn een paar liedjes, waaronder De tijd van kersen van Willem Wilmink en De ballade van het wonderorgel van Jaap van der Merwe. Cox zelf is behoorlijk bij de les, zingt nog redelijk, is af en toe wat kortademig maar hapert nauwelijks.

‘Ik ben geen racist en dat ben ik ook nooit geweest’, zegt hij op gegeven moment. We geloven hem op zijn woord, als hij een anekdote over de majesteitsschennis in het Lurelei-lied Arme ouwe knap verbindt met het kopen van een doosje zwarte schoensmeer nu. En als hij ten slotte fraai bezonken nog eenmaal ’t Is weer voorbij die mooie zomer zingt, weet hij zelfs even te ontroeren.

Cox - de grote grijze belofte

Cabaret

Door Gerard Cox, productie: Gouden Lijn Theater; tekstbijdragen Dick van den Heuvel, regie Patrick Stoof.

24/11, Theater aan de Schie, Schiedam. Tournee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden