RecensieBeeldmacht

Beeldmacht probeert de relatie tussen beeld en macht te onderzoeken, maar slaagt daar op meerdere vlakken niet in ★★☆☆☆

FLAME: Slideshow 2016.Beeld Gert Jan van Rooij voor Frans Halsmuseum

De juiste vragen stellen is een kunst op zich. Die kunst beheerst het Frans Halsmuseum in Haarlem: regelmatig komt het museum met tentoonstellingen over actuele en relevante kwesties. Een tentoonstelling maken die deze kwesties op een interessante manier uitwerkt, is weer een heel andere kunst. Helaas laat ook de nieuwste tentoonstelling Beeldmacht zien dat het museum daar minder goed in slaagt.

Beeldmacht is de eerste in een reeks van drie tentoonstellingen over institutionele kritiek, een kunstbeweging die kritisch kijkt naar de rol van kunst in de samenleving. In de eerste tentoonstelling staat vooral de relatie tussen beelden en macht centraal: wie bepaalt welke beelden verspreid en gedeeld kunnen worden, en wie heeft de macht om zich die beelden toe te eigenen en er betekenis aan te geven?

Verspreid over drie verdiepingen is werk te zien van zo’n twintig kunstenaars die zich met deze vragen bezighouden. Het overgrote deel van de schilderijen, video’s en sculpturen is van recente datum, daar doorheen zijn collectiestukken uit de jaren negentig verweven, van inmiddels grote namen als Sarah Lucas, Tracy Emin en Andrea Fraser.

De kunstwerken zijn ingedeeld aan de hand van drie thema’s: kunst in tijden van sociale media, kunst en (online) activisme en kunst die kritisch naar de kunstwereld zelf kijkt. Goedgekozen thema’s, maar je mist door die thematische insteek wel de historische inbedding van deze honderd jaar oude beweging. Pas helemaal aan het einde van de tentoonstelling vind je een overzichtelijke tijdlijn van de belangrijkste ontwikkelingen binnen de institutionele kritiek, te beginnen bij Marcel Duchamp (die van het urinoir). Zeker voor wie minder bekend is met deze vrij ontoegankelijke kunststroming, was zo’n tijdlijn een fijne binnenkomer geweest.

Ook binnen de thema’s is de link tussen werken soms ver te zoeken. Wat doet bijvoorbeeld de video Official Welcome (2003) van Andrea Fraser, waarin ze verschillende types in de kunstwereld parodieert, in het hoofdstuk over kunst en sociale media?

Over de beeldenstroom die we dagelijks digitaal over ons uitgestort krijgen is de afgelopen jaren zo enorm veel kunst gemaakt dat je hier een rijkdom aan perspectieven zou verwachten, dat valt helaas tegen. Deels heeft dat te maken met de overdaad aan schilderkunst, niet het meest geschikte medium om de machtsverhoudingen binnen de digitale beeldensoep op een overtuigende manier voor het voetlicht te brengen.

Er is een overdaad aan schilderkunst, niet het meest geschikte medium om de machtsverhoudingen binnen de digitale beeldensoep op een overtuigende manier voor het voetlicht te brengen.Beeld Gert-Jan van Rooij voor Frans Halsmuseum

Zo laat het Brusselse collectief Flame zien wat er met kunstwerken gebeurt wanneer ze op beeldschermen geconsumeerd worden, door beroemde werken van bijvoorbeeld Mark Rothko en Kandinsky na te schilderen op exact even grote doeken. Inderdaad, zie je dan, ze krijgen allemaal hetzelfde formaat en daarmee gaat een belangrijke dimensie verloren. De vervlakking die de kunstenaars willen aankaarten fnuikt ook dit kunstwerk zelf: afgezien van dat initiële ahamoment gebeurt er niets. Ook de ‘kritiek’ in het werk van Christine Wang, die memes en screenshots van online video’s naschildert, voelt, ondanks de soms confronterende beelden die ze kiest, tandeloos.

Het interessante aan institutionele kritiek, vertelt museumdirecteur Ann Demeester in een podcast over de tentoonstelling, is dat deze kunstenaars kritiek leveren op een systeem waarvan ze zelf ook deel uitmaken. Volgens Demeester geeft dit de tentoonstelling ook buiten de kunstwereld actuele relevantie. Daar zit iets in. Of het nu gaat om racisme, seksisme of klimaatverandering: een uitweg vinden uit complexe problemen waar we allemaal middenin staan, blijft een taaie opgave. Het zou mooi zijn als kunst daarin inspiratie kon bieden. Bij Beeldmacht wordt die belofte echter niet ingelost. De verbeeldingskracht die wel uit het werk van Louise Ashcroft en Nora Turato (zie kader) spreekt, ontbreekt helaas in de rest van de tentoonstelling. Als dit de kunstenaars zijn die ons de weg moeten wijzen, stemt dat weinig hoopvol voor de toekomst.

Reactiekunst

Wel zeer de moeite waard: speciaal voor de tentoonstelling maakten Louise Ashcroft en Nora Turato beiden een videowerk waarin ze op het museum en de collectie reageren. 

Ashcroft ‘misbruikte’ de digitale beeldbank van het museum voor Dead Serious, een knotsgekke animatie over internettrollen, start-ups en baardolie. Met in de hoofdrol de 17de-eeuwse ‘Nic’, geschilderd door Frans Hals himself. 

Nora Turato transformeert zichzelf tot ophefmachine in Museum, een korte film die doet denken aan een achter-de-schermendocumentaire. Terwijl de kunstenaar door de verborgen kant van het museum wandelt vuurt ze een monoloog op de kijker af die vol lijkt te zitten met schokkende onthullingen. Het is een intrigerende metafoor voor de ruis waaraan je als internetgebruiker voortdurend wordt blootgesteld; zelfs als je heel goed luistert is het moeilijk uit deze woordenbrij op te maken waarover de ophef precies gaat.

Beeldmacht. Kunst van kritiek in tijden van TikTok

Beeldende kunst

★★☆☆☆

Frans Halsmuseum, Haarlem, t/m 20/9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden