Beeldenmakers van Afrika krijgen hun naam terug

Tentoonstelling in de Amsterdamse nieuwe kerk

De tentoonstelling Magisch Afrika tilt vaak onbekende Afrikaanse beeldhouwers uit de anonimiteit. Ook de 'Meester van de driehoeksneus' had zijn eigen signatuur.

Beeld op de tentoonstelling Magisch Afrika: Kop op een standaard uit de regio Gauoa in Burkina Faso. Gemaakt door `Meester van de Poyo-stijl Baàthil,' circa 1930. Foto Foto: Nieuwe Kerk

Voordat Jems Koko Bi begon als beeldhouwer ging de Ivoriaan terug naar de dorpsoudsten in zijn geboorteplaats. Mag dat eigenlijk wel, vroeg hij, een beeld maken dat niet is bedoeld voor de religie of de traditie? Het mocht.

Koko Bi (1966) woont inmiddels dik twintig jaar in het Duitse Essen en exposeert over de hele wereld. 'Mijn beeldentaal ontstaat uit het hout en uit het hart, en ja, daar zit veel Afrika in.' Werk van hem is vanaf zaterdag te zien op de tentoonstelling Magisch Afrika, maskers en beelden uit Ivoorkust in de Amsterdamse Nieuwe Kerk.

Het springt meteen in het oog dat zijn beeldtaal dicht bij traditionele Afrikaanse kunst ligt; de maskers en figuren die de kern van de tentoonstelling vormen. De vele lichamen en gezichten in hout verbonden de Afrikaanse gemeenschappen met een parallelle wereld van goden, geesten en overledenen. Dat de makers geen anonieme houtsnijders waren die hun werk belangeloos in dienst stelden van het collectief, zoals een boer zijn oogst, is de verrassing van deze tentoonstelling. Evengoed als Koko Bi had iedere beeldhouwer een artistieke signatuur - en een naam.

We noemen Uopie. Leefde van 1890 ongeveer tot 1950. Zijn maskers hebben uitgesproken dikke lippen, brede neusvleugels en dromerige ogen. Bij zijn leerling Tame (1900-1965) zien we de lippen en de wat afwezige ogen terug, maar zijn neuzen zijn smaller en minder geprononceerd.

Het neokoloniale misverstand over die anonimiteit kon ontstaan doordat veel Afrikaanse volkeren in de eerste helft van de 20ste eeuw het schrift niet beheersten. Of doordat de Afrikaanse opdrachtgevers de naam van de maker geheim hielden. Ook werden veel voorwerpen gestolen of opgekocht door handelaren die geen flauw benul hadden van stijl en schepper.

Naar stijl gerangschikt

In de Nieuwe Kerk zijn de stukken naar stijl gerangschikt en niet naar etnologische herkomst of rituele functie. Het stuurt de blik. De vorm van ogen, wenkbrauwbogen, neuzen, lippen, borsten en sieraden tonen het verschil tussen de makers.

Die indeling is grotendeels te danken aan een Duitse etnograaf: Hans Himmelheber (1908-2003). Zijn baanbrekende veldonderzoek in West-Afrika trok veel beeldhouwers uit de anonimiteit en tilde hen daardoor van een ambachtelijk naar een artistiek niveau. Zijn stiefzoon Eberhardt Fischer zette zijn werk voort en was medesamensteller van de expositie.

Als de naam van het individu niet (meer) bekend was, werden de objecten benoemd naar stijlkenmerk. Zo kregen bijvoorbeeld De Meester van de Driehoeksneus, en de Meester van Mooie Borsten hun eigen vitrine.

Magisch Afrika, maskers en beelden uit Ivoorkust. Nieuwe Kerk Amsterdam. T/m 15/2.

Zie hier voor meer informatie over Magisch Afrika.