BOEKRECENSIEOver een vlakke, kalme zee

Beeldende, verrassende roman van Donal Ryan, frontman van een nieuw gouden tijdperk voor de Ierse literatuur ★★★★☆

Beeld Olivier Heiligers

Na de economisch florissante, maar literair minder opwindende jaren van de ‘Keltische tijger’ duiken in Ierland steeds meer avontuurlijke schrijvers op. Donal Ryan is een van de interessantste.

Van medio jaren negentig tot het einde van de jaren nul werd Ierland wel de ‘Keltische tijger’ genoemd. De term was een knipoog naar de ‘Aziatische tijgers’: landen als Singapore, Zuid-Korea en Taiwan, die vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw geweldige economische sprongen hadden gemaakt. Tegen het einde van de eeuw was het de beurt aan het relatief arme Ierland – waaruit sinds jaar en dag elke ambitieuze jongeling maakte dat hij wegkwam – om een periode van tomeloze economische groei door te maken. Die eindigde met de financiële crisis van 2008.

De tijgerjaren waren geen bloeiperiode voor de literatuur. ‘Geld vermoordt de verbeelding’, constateert een personage in Claire Kilroys roman The Devil I Know (2012) treffend. Wanneer de goedbetaalde banen voor het opscheppen liggen en je slapend rijk kunt worden door het kopen en verkopen van onroerend goed, ga je dan zwoegen aan een roman?

‘Het was in de tijgerjaren lastig om je met schrijven bezig te houden’, aldus Anne Enright, die zich als eerste Laureate for Irish Fiction (2015-2018) sterk maakte voor de bevordering van de Ierse letteren. ‘Je was dwalende, uit de mode, als je je daar toen mee bezighield.’ Haar woorden worden ge-echoot door het personage Paul uit Paul Murrays roman The Mark and the Void (Het doel en de leegte, 2015), die het schrijven eraan geeft en het financiële slechte pad opgaat.

Literair waren de tijgerjaren een periode waarin uitvoerig werd teruggeblikt op het armoedige verleden van Ierland, met romans over emigratie, de armoede op het platteland en natuurlijk de macht van de kerk. En dat alles doorgaans in een vrij conventionele literaire stijl, waar Ierland – meer dan Engeland – toch een krachtige traditie heeft van vormtechnisch avontuurlijk en onorthodox schrijven.

Post-tijgertijdperk

Die traditie lijkt na het verscheiden van de Keltische tijger nieuw leven ingeblazen, met dank aan auteurs als de eerdergenoemde Paul Murray (die ook het meesterlijke Skippy tussen de sterren schreef, 2010), Colin Barrett (Jonge gasten, 2015), Eimear McBride (Een meisje is maar half af, 2014) en nog een reeks andere jongere talenten, die de laatste jaren hun opwachting hebben gemaakt. Stuk voor stuk auteurs wier werk in het nu, het post-tijgertijdperk, zijn geworteld.

Een van de interessantste van hen is Donal Ryan, wiens debuutroman De grens van het hart (2012) in 2016 werd uitgeroepen tot ‘Iers boek van het decennium’. In deze veelstemmige roman lezen we de verhalen van 21 personages, die gezamenlijk een schrijnend en schokkend beeld schetsen van een kleine Ierse gemeenschap in crisis.

Met de romans en de verhalenbundel die hierna volgden (deels in Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Kopernik), vestigde Ryan zijn reputatie als frontman van wat Sebastian Barry – Enrights opvolger als Laureate for Irish Fiction – omschrijft als ‘een onverwacht gouden tijdperk voor het Ierse proza’.

Ryans zojuist in vertaling verschenen vierde roman, Over een vlakke, kalme zee, bevestigt Barry’s woorden. Net als in zijn eerdere werk vertelt de auteur in dit boek het verhaal van geslagen mensen, personages die gebukt gaan onder een tragisch verlies.

Drie delen

De roman kent drie verhaallijnen, die in het slotdeel van het boek nogal onverwacht, maar alleszins glorieus, bij elkaar komen. Het eerste deel is in veel opzichten het verrassendst. Hoofdpersoon is de Syrische arts Farouk. Als gevolg van oorlogsgeweld en de komst van fanatieke moslims die iedereen de sharia opleggen, is de situatie in zijn land ondraaglijk geworden. Als hij in de stad een gekruisigde jongen aantreft, besluit hij met vrouw en kind te vluchten. Wat volgt, zal elke lezer pijnlijk vertrouwd voorkomen.

In het tweede deel van de roman is Ryan op vertrouwde Ierse bodem en beschrijft hij het dagelijks leven van de jongeman Lampy, die thuis woont met zijn moeder en grootvader. Hij heeft zijn vader nooit gekend – zijn moeder en grootvader zwijgen over dit onderwerp – maar op school is hem vroeger verteld dat hij een ‘bastaard’ is, in zijn geval geen scheldwoord. Lampy’s universitaire ambities zijn gefnuikt, hij werkt bij een zorginstelling en heeft zojuist de bons gekregen van zijn vriendinnetje. Zijn hele bestaan ademt uitzichtloosheid en stagnatie.

De centrale figuur in het derde deel is John, een oudere man die op sterven ligt. Zijn relaas heeft de vorm van een lange biecht. John heeft veel om op te biechten. Als accountant en lobbyist heeft hij een spoor van verwoesting achtergelaten. Hij is te beschouwen als de belichaming van de meedogenloze hebzucht van de tijgerjaren. Ook John is mede gevormd door een tragisch verlies.

Hoewel Over een vlakke, kalme zee een korte roman is, opgebouwd uit korte hoofdstukken, is het geen snelle weglezer. Door zijn beeldende stijl, die vooral in deel drie tegen stream of consciousness aanschurkt, is dit een boek dat een rustige, aandachtige lectuur afdwingt. Je krijgt er een topbeleving van het Nieuwe Ierse Schrijven voor terug.

Beeld De Arbeiderspers

Donal Ryan: Over een vlakke, kalme zee. Uit het Engels vertaald door Arjaan en Thijs van Nimwegen. De Arbeiderspers; 216 pagina’s; € 20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden