ReportageNieuwe beeldenstorm

Beelden zijn gebeiteld in steen, maar de geschiedenis niet. Kunstredacteur Wieteke van Zeil over de nieuwe beeldenstorm

Met het neerhalen van standbeelden wordt niet alleen geschiedenis vernietigd, maar ook geschiedenis gemáákt. Kunstredacteur Wieteke van Zeil steunt de beweging, en vraagt zich tegelijk af: wat als dit Michelangelo’s waren geweest?

Het standbeeld van slavenhandelaar Edward Colston in Bristol, nadat het omver is getrokken. Beeld Tom Wall

Zoals de wereld meekeek toen op 9 april 2003 op het Firdos-plein in Bagdad het 12 meter hoge standbeeld van dictator Saddam Hussein werd neergehaald, zo keken velen mee toen afgelopen zondag 7 juni het bronzen beeld van Edward Colston in Bristol van z’n sokkel werd getrokken en in de haven gegooid. Euh, pardon, van wie? Een beeld dus van een man van wie ik en ik schat vele anderen nog nooit hadden gehoord in een stad waar ik nog nooit ben geweest. 

Toch begreep vermoedelijk iedereen die Colston ook niet kent meteen waar dit over ging. Edward Colston symboliseert het koesteren van institutioneel racisme in de westerse samenleving. Sluimerend, slapend, onbewust, niet-per-se-zo-bedoeld racisme, maar racisme evengoed. Racisme dat zegt: natuurlijk doen we het nu niet meer zoals Colston in de 17de eeuw, maar ja, het weghalen van zo’n standbeeld is ook weer zo wat. 

Racisme dus. Want waarom anders zou een stad een man die honderdduizend mensen als slaaf verscheepte, van wie twintigduizend de overtocht al niet overleefden, eren met een beeld? Een man die verder dus nauwelijks iets presteerde om te herinneren? Hij betekende veel voor de stad Bristol, ja, hij bouwde er huizen en liefdadigheidsinstellingen, maar wel met geld dat hij had vergaard met mensenhandel. Inmiddels ligt ook Christoffel Columbus in een rivier in Virginia, en is hij in Boston onthoofd. 

Colston was het begin, en het einde is nog niet in zicht. Ik zag het en dacht even: hoe zou ik hebben gereageerd als deze beelden door Michelangelo waren gemaakt? Of door Rubens?

Elke cultuur aanbidt

De mondiale protesten tegen racisme laten zien dat niet alleen geduld, maar ook geweld bij een revolutie hoort. Het is immers een meting van macht. Wie bepaalt het lot en welzijn van de mensen? En net als in vrijwel elke revolutie keert het geweld zich ook tegen de levenloze dingen. Steen, brons, schilderdoek, hout. Want die levenloze dingen, kunst en gebouwen, zijn stollingen van de waarden en ideeën van een cultuur. Ze geven prijs wat die cultuur aanbidt, bewust of onbewust. En élke cultuur aanbidt, ook de seculiere. Beelden zijn de iconen van een cultuur, die de mensen binnen die cultuur verbinden aan hun verleden. Door de iconen in de publieke ruimte te plaatsen, houden ze ook een belofte in voor de toekomst: wij blijven deze waarden koesteren, wij geven ze door aan de volgende generatie.

Iconoclasme, het vernietigen van beelden, is altijd een poging de ander zijn moraal te ontnemen, en meestal een poging het verleden van de ander te wissen. In 1566 werd in Nederland en Vlaanderen een groot deel van het christelijk bewustzijn gewist door grootschalige en zeer gewelddadige vernietiging door, komt-ie, andere christenen. Het was de brute uitkomst van de Reformatie, die een paar decennia eerder een verschil had gemarkeerd tussen katholieken en protestanten (en daar weer allerlei varianten van). De katholieken gebruikten beelden bij hun geloofsbeleving, de protestanten namen gebod 4 en 5 die Mozes kreeg – maak geen godenbeelden, en kniel niet voor die beelden neer want ik, de Heer, duld geen andere goden naast me – wat strikter.

Beeldenstorm

De Beeldenstorm was, hoe dan ook, een uiting van machtsovername. Zoals elke beeldenstorm. Ook de Baedeker Blitz in 1942 in Groot-Brittannië door de nazi’s (en de wraak van de geallieerden in Duitsland), zo genoemd omdat de bombardeerders de historische plekken met de Baedeker-reisgids in de hand afvinkten. Onze huidige jonge eeuw is een duivelsparade van iconoclasme: van het opblazen van de gigantische Boeddha’s van Bamyan uit de 6de eeuw, in maart 2001 in Afghanistan door de Taliban, tot het vernietigen van de Assyrische beelden uit het paleis van koning Assurnasirpal II uit de 9de eeuw voor Christus in Nimrud, door IS in 2015. De Mesopotamische tempel van Bel en de tempel van Baal-Shamin in Palmyra in mei 2015 door IS. De soefi-graftombes in Timboektoe door de jihadisten van Ansar Dine, de grote moskee van Al-Noeri en vijf eeuwenoude kerken in Mosul, en de collectie van het Mosul Museum, door IS in 2015, om een paar van de vele voorbeelden te noemen.

Een van de Boeddha’s van Bamyan, voor en na de vernietiging in 2001.Beeld EPA

De ideologieën verschillen van elkaar als dag en nacht, en de motieven beslaan het volledige spectrum van democratisch tot tiranniek, maar de kern van het iconoclasme is: machtsovername en waardevernietiging, zowel materieel als immaterieel.

De Amerikaanse schrijver Teju Cole beschreef in 2012 in zijn essay Break it Down iconoclasme als een paradoxale mix van grondigheid en woede. De woede en vernietiging hebben iets verslavends, zegt hij, aangejaagd door het momentum waarin de macht lijkt te keren. Het is ook voor de strijders als een explosie. Maar wel een explosie waar nog iets bij hoort: angst. De iconoclast probeert duidelijk te maken dat de iconen van de tegenstander niets betekenen, maar is in feite als de dood voor de macht van die beelden. De grondigheid komt voort uit de vrees dat de macht van deze beelden blijft voortbestaan zolang ze niet allemaal vernietigd zijn, schrijft Cole: ‘Het voorwendsel voor beeldenvernietiging is dat de beelden waardeloos zijn. Maar in werkelijkheid is iconoclasme gemotiveerd door het fundamentele geloof van de iconoclast in de macht van de beelden die hij vernietigt.’

Koningin Wilhelmina

In 1960 drongen nationalistische strijders in Indonesië het Hoge Commissariaat in Jakarta binnen en gingen koningin Wilhelmina met messen te lijf: in haar arm en haar zij, maar vooral ook dwars door haar gezicht loopt de diepe kerf van een dolk. Een persoonlijke aanval op een geschilderd portret, dat de levende koningin representeerde. Het kunstwerk had voor de strijders de impact van een levend iemand, die de macht ontnomen moest worden. Nederland hield vast aan het laatste stukje Indonesië, Nieuw-Guinea, en daartegen verzetten de activisten zich. Het portret van Wilhelmina behelsde voor hen alle waarden van de Nederlandse onderdrukker, de messteken de persoonlijke woede daartegen. 

Die woede werd ingelost voor de strijders, al heeft het de Papoea’s van Nieuw-Guinea tragisch genoeg niet meer veiligheid of autonomie opgeleverd. Toen ik het grote, door een anonieme kunstenaar gemaakte portret met scheuren voor het eerst zag, op een levensgrote foto van kunstenaar Gert Jan Kocken, was ik geraakt door de gewelddadigheid van het beeld. Begrijpelijke gewelddadigheid; iconoclasme valt meer aan dan verf en stenen. En ook toen dacht ik: wat had ik gevoeld als dit portret door Rembrandt was gemaakt?

Het beschadigde schilderij van koningin Wilhelmina. Beeld Marcel van den Bergh

Dan hadden er twee waarden door elkaar gelopen, en gebotst. Een wat mij betreft welkome vernietiging van wat mijn cultuur stilletjes blijft koesteren, en een die voor mij universeel en onaantastbaar is: de gedeelde, eeuwige waarde van goede kunst. Die verbindt mensen wereldwijd, zonder onderscheid van cultuur of geloof, omdat daarin de kracht van menselijkheid zichtbaar is, voor ons en nieuwe generaties. Op dat punt voel ik mijzelf gedwongen na te denken; hier ligt mijn vrees.

Sinds zondag zijn er beelden beklad van koning Leopold II van België en werd Winston Churchill beklad in Londen – wat de laconieke reactie op Twitter opleverde: ‘Wacht maar tot ze van die andere gast horen.’ Churchill was een rabiaat racist, maar ook de man die voorop ging in de strijd tegen nazi-Duitsland. Moet hij om? 

Het opmerkelijkst van de huidige beeldenstorm is dat meerdere steden meteen besloten hun beelden te verwijderen; Antwerpen haalde de al besmeurde Leopold weg, Londen een beeld van de slavenhandelaar Robert Milligan, en de Londense burgemeester Sadiq Khan kondigde een commissie aan om alle publieke beelden te evalueren. In de geschiedenis van iconoclasme is dat een van de snelste overgaven ooit. Alleen in Nederland kruipen de files nog ongestoord door de J.P. Coentunnel en staat het standbeeld van de ‘slachter van Banda’ nog fier op de Roode Steen in Hoorn. Ontwaken doen we met mate.

Het standbeeld van Columbus dat in een vijver werd gegooid in de Amerikaanse staat Virginia. Beeld AFP

Als de drijvende Columbus en gezonken Colston iets zeggen, dan is het dat de waarden van onze samenleving niet vaststaan. Om columnist Robert Shrimsley van de Financial Times te parafraseren: beelden zijn gebeiteld in steen, maar de geschiedenis niet. Het iconoclasme van de huidige protesten is daarmee niet alleen een vernietiging van de geschiedenis, maar ís ook geschiedenis. In de kunst heet dat historiografie: de geschiedenis van de (kunst)geschiedenis.

In het huidige mediatijdperk hebben alleen de indringendste beelden blijvende waarde. Iedereen kent de kantelende Saddam Hussein, iedereen kent de instortende Twin Towers; óók dat was een daad van iconoclasme, met de twee torens als symbool voor de eerbied voor het kapitalisme en alle seculiere westerse waarden. Ook hier werden de (af)godsbeelden van een vijand vernietigd.

Nieuwe iconen

Wat in die almaar rondzingende beeldcultuur opvalt: er ontstaan nieuwe iconen uit de vernietiging van iconen. De films en beelden ervan hebben een eigen, nieuwe waarde. Dat drong tot me door toen ik één foto van Edward Colston zag. Het beeld ligt op de grond, gezicht naar beneden. Om hem heen dringen mensen, velen met een camera in de hand. Ook de fotograaf kijkt op hem neer. Ik kreeg kippevel en dacht: dit is een kunstwerk. Ineens sprong de parallel met de eindeloze beelden van machteloze mannen en vrouwen, door de politie op de grond gedwongen, in het oog. Een echo van de beelden die de protesten aanjoegen. Een nieuw kunstwerk. 

Even later lieten activisten zich ook met hun knie op de bronzen nek van Colston fotograferen, en werd de foto van de moord op Floyd letterlijk nagedaan. Het gaat in beide foto’s om de machtskering. Kunst werd als levend ervaren, en haar symbolische macht ontnomen. 

Maar bij elke beeldenvernietiging hoort euforie, en bij elke euforie hoort ook zelfgenoegzaamheid. Het is in de performance van het iconoclasme verklonken, kijk maar naar de menigten die vrijwel alle kunst in de kerken in de 16de eeuw kapotsloegen. Waar het eindigt, is in het moment onzeker, en er kan kunst verloren gaan waarin wel gedeelde waarden zijn vervat. De revolutie is nooit bescheiden, ook al heeft ze gelijkheid en verlichting als doel.

Kunnen wij ook

Machtsovername gaat niet alleen gepaard met vernietiging, ook met toe-eigening van beeldtaal. Zoals deze sfinx uit de 7de eeuw voor Christus laat zien. Toen werden de Egyptenaren kort veroverd door de Kushieten, een Nubisch volk uit het huidige Soedan. Egypte kreeg zwarte farao’s. Farao Taharqo nam de Egyptenaren hun eigen beeldtradities en goden niet af, maar zette ze naar zijn hand en liet daarmee zien dat hij nu zeggenschap had. Zo heeft deze sfinx, een symbool van de goddelijke status van de farao, duidelijk gezichtstrekken van de Nubiërs. Het is mogelijk ook een portret van Taharqo; zijn naam staat tussen de poten gegraveerd.

Sfinx van Taharqo, graniet, circa 680 v. Chr., British Museum LondenBeeld Image Select
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden