REPORTAGE

Bedevaart naar het paradijselijke Indië van Hella Haasse

'Het telefoontje is bevestigd aan een selfie-stick, dé grote hit hier. Haasses mythische meer is een matige zondagmiddagattractie geworden.' Biografe Aleid Truijens reist naar Java en kijkt wat er over is van het paradijselijke Indië uit de jeugd en uit het werk van Hella Haasse.

Het meertje Telaga Warna speelt als Telaga Hideung een hoofdrol in Oeroeg.Beeld Robin Planting

Schrijvers leven in hun verbeelding. Sommigen hebben aan een klein beetje werkelijkheid genoeg om een mythe van jewelste op tuigen. Je moet niet raar staan te kijken als de werkelijkheid waarop beroemde verhalen zijn geënt, er miezerig bij ligt. Het meertje Telaga Warna, bijvoorbeeld, dat als Telaga Hideung een hoofdrol speelt in de klassieker Oeroeg van Hella Haasse.

Ineens stonden we er, mijn dochter en ik, aan de oever van dat meertje waarin de niet-bestaande Deppoh verdronk, de vader van Oeroeg, tijdens een tochtje van een eveneens fictieve groep dronken, overspelige Nederlanders. Op deze besmette plek ontmoet de ik-figuur tijdens de politionele acties zijn vroegere vriend Oeroeg die dan zijn vijand blijkt. Hij beseft dat hij zijn vriend niet kent: 'De diepte peilde ik nooit.' En daar stelde Hella Haasse, in 1918 geboren in Weltevreden, Batavia, via haar ik-figuur de vraag die haar een leven lang zou bezighouden: 'Ben ik voorgoed een vreemde in het land van mijn geboorte, op de grond vanwaar ik niet verplant wil zijn?'

Net als de kleine Hella, haar ouders en broertje in de jaren twintig van de vorige eeuw, waren we vanuit Bogor over de Puncak-pas gereden; een legendarisch mooie route, maar nu vooral krankzinnig druk. Duizenden zwaarbeladen brommertjes zigzaggen knetterend tussen een eindeloze stroom auto's. Hele families op één brommer, zonder helm natuurlijk, de baby geplet tussen hen in.

Modderige plas

Bij een bouwput - wéér zo'n schreeuwend lelijk hotel - parkeren we. Hierachter moet Telaga Warna liggen. We hoeven ons niet, zoals de personages in Oeroeg, een weg te banen tussen slingerende lianen; een dikke pijl leidt ons naar een kassa. De chagrijnige man achter het loket draait zodra hij ons ziet het bordje met de toegangsprijs om. Voor ons geen 5.000 roepia (30 cent), maar 100.000 (6 euro). Hij kijkt ons, blanda's, sarrend aan. Wij geven geen krimp en betalen. Kom op, geen koloniale scheldpartij om 12 euro.

Het is een doodgewoon meertje. Een modderige plas, geen zuigende, lispelende diepte. De steile bergwand is inderdaad nogal steil. En eh... groen. Geen imponerende zuil met een bedwelmende overvloed van tientallen tinten groen, zoals in Oeroeg. Wonen hier gevaarlijke demonen? Nènèh Kombèl, een 'vampier in de gedaante van een oude vrouw, die op dode kinderen loert'? Er hippen wat aapjes rond. Brutaal graaien ze etensresten uit de vuilnisbakken. Er staat een half verroest draaimolentje. Je kunt bootjes huren en aan een touw naar de overkant roetsjen. Maar dat doet niemand. Stelletjes hangen op bankjes en fotograferen elkaar en zichzelf met hun iPhone. Steeds weer dezelfde suffe poses. Het telefoontje is bevestigd aan een selfie-stick, dé grote hit hier. Haasses mythische meer is een matige zondagmiddagattractie geworden.

Wij zijn vast niet de eerste Oeroeg-pelgrims. Maar ik ben wel de eerste biograaf van Hella Haasse. Ik bén er nu, op Java. Voor het eerst en misschien voor het laatst. Niets mag mij ontgaan. Want hoezeer de drukte, de stank en architectonische gruwel ook zijn toegenomen in bijna honderd jaar, híer gebeurde het. Niet alleen Oeroeg en Heren van de thee spelen in deze heuvels van de Preanger, de jeugd van de schrijfster is gekleurd door deze streek.

Traagschuim

'Al vanaf mijn vroegste jeugd herinner ik me mijn moeder met een blocnote of schrijfmachine op schoot met muziek op de achtergrond. Later haalde ze vaak de schrijfmachine naar de woonkamer, waar ze zat te werken als wij uit school kwamen en ook dan stond de radio of pick-up aan. Om haar heen hing altijd een fluïdum van concentratie. Het (...) traagschuim van muziek fungeerde als laatste stootkussen tussen haar wereld en het dagelijks leven.'

Ellen van Lelyveld, oudste dochter van Hella Haasse en zelf pianiste, schreef het boek Altijd piano - Muziek in het leven van Hella Haasse, met twee cd's , dat deze week is verschenen bij Rubinstein (euro19,95).

Vanaf vandaag is via de Volkskrant een serie van acht biografieën te bestellen, geselecteerd door de redactie, over mensen die de 20ste eeuw hebben gekleurd: Annie M.G. Schmidt, Albert Einstein, Muhammad Ali, Coco Chanel, Steve Jobs, John Lennon, Winston Churchill en Nelson Mandela.

West-Java prikkelde haar zintuigen, leerde haar kijken.

Ze was geen Javaan, maar voelde zich ook geen Nederlander. Dit was ook háár land. Het 'landschap van mijn ziel', zoals ze zou schrijven. Mensen die, op grond van haar afkomst, haar liefde voor het land in twijfel trokken - zoals Tjalie Robinson, die over Oeroeg schreef 'Dit boek is fout!'-- deden haar pijn. Ze had als kind geen weet van de tweedeling in de koloniale samenleving. Zeker, thuis leefden ze in welstand en hadden ze Indische bedienden, op school waren de meeste kinderen 'Hollands'. Maar een kind kiest niet waar het wordt geboren en vindt alles gewoon zoals het is.

Het gezin Haasse verhuisde vaak. Ze woonden in Batavia, Buitenzorg, Bandung en Surabaya. Haar vader werkte als inspecteur der financiën bij het Nederlandse Gouvernement, haar moeder was pianiste en trad soms op. In de weekends en de vakanties trokken ze vaak de heuvels in.

's Avonds, als wij zijn neergestreken in een resort, in een dal waar het kruidig ruikt en weldadig stil is, daalt het besef toch in. Natuurlijk is het voorstelbaar dat Haasses kinderjaren hier paradijselijk waren. In dit gebied, met uitgestrekte theeplantages, die strenge geometrische patronen in het landschap tekenen, en geheimzinnige wouden, gingen ze picknicken en reed ze als kind paard. Naar dit landschap met klaterende bergstroompjes en dampende vulkanen gingen de schoolreisjes. Hier balanceerde ze op de droge dijkjes in de vochtige sawahs, kreeg ze in de desa's hapjes in opgevouwen rijstblad en dronk ze klappermelk uit een kokosnoot. Hier ging ze stiekem uit kamperen met haar stoere neef Gerard, die verliefd op haar was (en zij een beetje op hem). Ze kwamen een panter tegen, zo gaat het verhaal, en het liep nog maar net goed af.

Wim, Hella en hun moeder bij het meertje Telaga Warna.Beeld Collectie Hella S. Haasse

Alles is anders

Dat avontuurlijke leven maakte indruk op een kind dat thuis opgroeide in een kalm, intellectueel gezin, waar genegenheid heerste, maar waar iedereen zijn eigen bezigheden had: lezen, tekenen of muziek maken. Hoe graag en veel 'Helly' ook las, ze was een energiek kind dat ruimte nodig had.

Gelukkig was er toen ze op de middelbare school in Batavia zat een zwembad in de buurt: Tjikini. Elke middag zaten de scholieren met bungelende benen aan de rand van het bad, druk te praten en te discussiëren. Daar ontloken de eerste liefdes en werd voorzichtig gezoend.

Er bestaat nog steeds een wijk die Cikini heet, maar het zwembad is weg. Alles wat herinnert aan het oude Batavia lijkt weggemaaid. Paleizen van glas verrezen waar ooit koloniale huizen stonden. Aan de voet van die torens zitten mensen stoïcijns gehurkt bij hun rommelige nerinkjes: van knalpotten tot kroepoek, meloenen en gebakken kip, en natuurlijk selfie-sticks.

Het oude stadhuis van Batavia staat er nog wel, het is een toeristische attractie. Het zou zo in Zwolle kunnen staan, dat statige, classicistische gebouw op een groot plein. Giechelende jongens en meisjes draaien om mijn blonde dochter heen en willen met haar op de foto. Binnen in het stadhuis, nu het Historisch Museum, moeten we onze schoenen uitdoen. Griezelend steken we onze blote voeten in zo te ruiken bacterierijke slofjes. We hebben het snel gezien: de zalen zijn vrijwel leeg.

Café Batavia aan de overkant is wél museaal: een oude sociëteit, waar de lucht van bolknak en jenever nog hangt. We eten bitterballen. Het staat er echt, op de kaart: bitterballen. Het is een van die woorden die zich in het Indonesisch hebben genesteld, net zoals 'dokter', 'apothek' en 'notaris'. Op het raam van een bank zie ik het woordje 'omzet'. Dat heeft de Hollandse koopmansgeest hier toch maar gebracht.

We vragen Augus, onze chauffeur, of dit nog gebruikelijke woorden zijn. Hij knikt opgetogen. Jazeker, en ze komen uit het Nederlands! Zijn opa heeft die taal op school nog geleerd. En zijn vader heeft zich laten fotograferen in Volendammer kostuum. Leuk hè? We knikken, licht gegeneerd.

In Bogor, voorheen Buitenzorg, heet onze gang in het hotel 'Alsmeersche weg'. We cirkelen lang door het Europese villawijkje, maar Villa Verona, waar Haasse rond 1930 woonde, vinden we niet terug. Veel huizen die erop lijken: wit, met een puntdak. Het wijkje zou ook in Baarn of Soest kunnen liggen, maar er woont hier nu zo te zien niet één Europeaan. 's Avonds eten we op een rumoerig terras. Het eten smaakt vertrouwd: nasi, rendang en sajoer boontjes. We nemen er een Bintang-biertje bij - en worden geschokt bekeken. Twee vrouwen aan de drank! Vrijwel niemand drinkt hier alcohol. Dat vindt Allah niet goed. Alle vrouwen en meisjes op het terras dragen hoofddoekjes.

Beeld ANP

In Bandung, op Jalan Progo 24, staat nog steeds het witte huis waar de familie eind jaren twintig woonde. Een saaie doos, uitkijkend op de Gedung Saté, het gouvernementsgebouw waar Hella's vader werkte. 'Zoekt u mister Lilly?', vraagt de tuinman die het gras besproeit. Hij werkt daar, wijst hij, 'for the government'. 'He is very high person.' Eeuwige wederkeer: hoge ambtenaren wonen in villa's vlak bij hun werk en hebben een tuinman. Alleen de bazen wisselen.

De theeplantage in Malabar lijkt precies op de boekversie. Vrouwen met grote rieten hoeden plukken met vlugge vingers theeblaadjes van de struiken; mannen vervoeren de volle manden, met een juk over de schouders. Malabar is een van de thee- en kina-plantages die in de tweede helft van de 19de eeuw werden gesticht door de families Kerkhoven, Bosscha en Holle, de 'heren van de thee' uit Haasses gelijknamige roman. Nu zijn de plantages staatseigendom. Op Gambung, een paar bergen verder, is weinig bewaard gebleven van Rudolf Kerkhovens bedrijf. Hij en zijn ongelukkige vrouw Jenny liggen er begraven. Het huis van K.A.R. Bosscha op Malabar is volledig intact en we mogen naar binnen. Wonderlijk om midden op Java zomaar een oer-Hollandse huiskamer binnen te stappen, met velours kleedjes en een knusse eetkamerlamp.

Bosscha zelf rust verderop in een enorm praalgraf. Hij was geliefd bij zijn arbeiders, omdat hij goede huisjes voor hen liet bouwen en scholen stichtte. Een groep zwaar getatoeeerde jongens komt aanscheuren op grommende motoren. Uit de bagagevakken van de woestelingen komen bosjes bloemen. Ze leggen die op het graf en blijven minutenlang staan, met gebogen hoofden. Wij kijken toe, verbaasd en ontroerd. Bedevaartgangers, zij en wij, verbonden door een boek.

Hella Haasse was dol op biografieën

Ze moest er niet aan denken. Het idee stond haar verschrikkelijk tegen. Dat iemand, een wildvreemde, of misschien erger: een halve bekende, in haar spullen zou wroeten. Papieren getuigen van haar persoonlijke geschiedenis, jarenlang zorgvuldig bewaard, zouden door die handen gaan: correspondentie, agenda's, tekeningen, toneelstukjes, kinderlijke verhaaltjes. Manuscripten, ook de mislukte. Foto's van vroegere vriendjes en verloofdes, smachtende liefdesbrieven. Veel van dat materiaal was niet voor andermans ogen bestemd, vond ze.

Dus als er een interviewer langskwam, meldde Hella Haasse voor de zekerheid dat ze géén biografie wilde. Ze liet dan steeds hetzelfde zinnetje vallen: 'Als je het werk van een schrijver leest, weet je alles van hem.' Want wat zegt de 'buitenkant' van een leven nu eigenlijk over een mens? In een aantekeningenboekje uit de jaren tachtig vond ik een met instemmende uitroeptekens genoteerd citaat van Mark Twain: 'Biographies are but the clothes and buttons of the man. The biography of the man himself cannot be written.' Behoorlijk ontmoedigend.

Zelf was ze niettemin dol op het genre. Ze las kastenvol biografieën, ze schreef biografische essays over Belle van Zuylen, James Boswell, Betje Wolff en Aagje Deken en prinses Beatrix. Veel van haar romans zijn levensbeschrijvingen: Het woud der verwachting, haar roman over de dichter en staatsman Charles d'Orléans, haar boeken over Charlotte Sophie Bentinck en Joan Derk van der Capellen, de documentaire roman over de planter-families in Heren van de thee. Boeken gebaseerd op feiten, over historische personen naar wie ze grondig onderzoek had verricht. Ze schroomde niet om pijnlijke feiten, zoals de zelfmoord van Jenny Kerkhoven, echtgenote van Rudolf Kerkhoven, te onthullen.

Ook over haar eigen familie schreef ze, misschien om een biograaf voor te zijn. In haar autobiografische boeken, herdrukt als Het dieptelood van de herinnering, had ze het over haar jeugd, over haar huwelijk en het moederschap; in Zwanen schieten vertelt ze de ingewikkelde geschiedenis van haar voorouders. 'Mijn eigen voorouders werden vanzelf historische personages', zei ze toen ik haar in 1998 voor de Volkskrant interviewde. Ook toen benadrukte ze dat ze het 'een akelig idee' zou vinden als er iemand met haar biografie bezig was. Maar ze zei er toen wel iets bij: 'Begin daar alsjeblieft niet mee zolang ik nog in leven ben.' Na haar dood, dat was iets anders.

Toch is de gedachte dat Hella Haasse beslist geen biografie wilde, een taai leven gaan leiden. Als het zo was geweest dan was ik er nooit aan begonnen. Het ging anders. Hella Haasse sprak voor haar dood met haar dochters, Ellen en Marijn van Lelyveld, over een biografie. Ze besefte dat zo'n boek er zou komen. Ze besefte ook dat haar lezers zo'n boek graag zouden lezen. Maar ze wilde wel zeggenschap houden. Dus sprak ze met haar dochters over de nalatenschap en over mogelijke biografen.

Sinds ruim een jaar zit ik werkelijk tussen tientallen dozen met brieven, foto's, agenda's, aantekeningenboekjes en manuscripten, in het Letterkundig Museum. Een groot voorrecht. Achter de kleren en de knopen hoop ik een levend mens te vinden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden