Beck heeft nieuw speeltje ontdekt

Suffig idee: Beck laten optreden in het Congresgebouw in Den Haag. In een zaal met stoelen, waar het publiek dan zeker een concert lang braaf zou moeten blijven zitten....

Beck vond het wel best zo. Later maakte de Amerikaanse zanger-gitarist er, wijzend op de menigte voor het podium, nog een opmerking over. Hij was blij dat het publiek stond te dansen, want Midnite Vultures was bedoeld als dance-album - zij het dan niet met die 'vervelende dansmuziek van tegenwoordig' (gelach in de zaal).

Nee, Becks definitie van dansmuziek grijpt terug op een ver verleden - seventies funk, disco en soul - zoals zijn hele oeuvre eigenlijk verwijst naar een eerder tijdperk. Dat is ook bijna de enige constante in zijn grillige produktie vanaf het hitalbum Mellow Gold uit 1994. Becks live-set, met werk van al zijn platen, weerspiegelt die veelzijdigheid, met akoestische gitaarliedjes en hiphop tegenover blues en rock 'n roll. En nu dus ook songs in de zwarte funk-soultraditie, waarmee hij zich - voor het eerst - op Prince-terrein begeeft. Met een drie man sterke blazerssectie, die de tienkoppige band (met verder drummer, bassist, gitarist, toestenist, dj en twee achtergrondzangeressen) completeert, presenteerde hij zich in Den Haag als de frontman van een soort oude soulrevue. Omgeven door zo'n uit de kluiten gewassen gezelschap oogde hij onmogelijk klein en tenger - en veel jonger dan de 29 jaar die hij is. Maar de manier waarop hij zijn band leidde, liet er geen twijfel over bestaan: Beck Hansen hield de touwtjes stevig in handen.

Voorafgaand aan de wereldtournee studeerde het gezelschap een repertoire in dat ruim twee keer zo groot is als wat er in Den Haag werd gespeeld. Elk optreden wisselt de setlijst, al zijn er een paar vaste aanknopingspunten, zoals het akoestische intermezzo of de songs van de laatste plaat, waarin hij zijn nieuwste troef inzet: een aan de klassieke soul ontleende falsetstem, die in nummers als Debra ook live heel aannemelijk klonk - al haalt hij het voorlopig nog lang niet bij iemand als Prince. Beck gaf je eerder het gevoel een nieuw speeltje te hebben ontdekt dat hij van onder tot boven wil onderzoeken. Grote kans dat hij op een volgend album weer een andere richting inslaat, zoals hij dat tot nu toe steeds deed.

Het nieuwe materiaal legde het ook af tegen het dwingende materiaal van het Odelay!-album ('96), waarvan de hip hop-rocksong Where It's At het Congresgebouw even helemaal op zijn kop zette. Die daverende finale volgde op het enige echte rustpunt in het optreden: een reeks solo gespeelde akoestische nummers als het prachtige Nobody's Fault en One Foot In The Grave, waarin Beck zijn eigen zang afwisselde met een lekker scheurende mondharmonica. Dan leek hij weer even de westcoast-straatzanger die hij was voordat het grote succes hem op de internationale podia bracht. Zo, alleen op het podium met zijn stem en zijn akoestische gitaar, maakte hij de meeste indruk.

Meer nog dan in de stevige rocksongs, toonde hij zich in de pure eenvoud van het akoestische liedje een zanger-componist van zeldzame klasse.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden