Basquiat, debuutfilm van Julian Schnabel, vormt de ouverture van Rotterdam Hongkongse vechtjas opent vriendelijk en intiem festival

De koningin kwam er om Joris Ivens te huldigen en ministers, staatssecretarissen of burgemeesters hielden er plechtige toespraken, maar het is vele jaren geleden dat het International Film Festival in Rotterdam zo informeel werd geopend als woensdagavond....

Van onze verslaggever

Peter van Bueren

ROTTERDAM

De 26e editie, voor het eerst onder leiding van de nieuwe Engelse directeur Simon Field, begon met een informeel inloopje, een kort welkomswoord en een mini-act van de Hongkongse vechtheld Jackie Chan, wiens status vandaag verhoogd wordt wanneer hij tot 'buitengewoon burger' van Rotterdam wordt benoemd. De havenstad gaat voor gepeperde knokkers.

Plaats van uitvoering was het upperdeck van het Pathé-complex aan het Schouwburgplein, het nieuwe vertoningscentrum van het festival. Nadat de genodigden zich naar zaal 1 vervoegd hadden voor de openingsfilm Basquiat, begon een kwartier later in Pathé 5 dezelfde film, terwijl in de andere vijf zalen van de megabioscoop steeds met een kwartier verschil opnieuw publiek zich meldde voor een 'openingsfilm'. Gasten en 'gewoon' publiek mengden zich na afloop in de zalen van de schouwburg, voor - naar keuze - een frisse gitaarband, technofunk of experimentele hiphop.

Een nieuwe geest onder een nieuwe leiding. Niet alleen liet Simon Field zien wat hij bedoelt met de 'vriendelijke en intieme sfeer' die hij wil vasthouden, ook al dreigt de toeloop van het publiek naar het festival ook dit jaar weer te groeien, maar tevens wilde hij nadrukkelijk naast de 1300 genodigden ook het 'gewone' publiek bij de opening betrekken.

'Een lay-out van het festivalmenu' noemde Field de keus van de films die hij woensdagavond presenteerde. Hoofdschotel was natuurlijk Basquiat, die drie maal vertoond werd. Het filmdebuut van de New Yorkse kunstenaar Julian Schnabel was tevens een voorbeeld van een van Fields artistieke lijnen in het programma: de verbinding van film met beeldende kunst. Basquiat is gemaakt door een beeldende kunstenaar, gaat over een beeldende kunstenaar en speelt zich af in de scene van de New-Yorkse beeldende kunst, begin jaren tachtig.

Andy Warhol leefde nog en liep er rond als alom aanwezige goeroe, maecenas, voorganger en Megaster. In de film wordt hij gespeeld door David Bowie, van wie wel eens vergeten wordt dat hij al heel wat filmervaring heeft (waaronder glansrollen in Merry Christman, Mr Lawrence en The Man who fell to Earth) en ook nu weer een piekfijn, bijna persiflerend karakter neerzet.

Basquiat gaat over een andere ster uit die tijd, Jean-Michel Basquiat en is in de kern geen bijzonder film. Het verhaal van de opkomst en ondergang van een ster is al honderd keer verteld. De film begint met het beeld van een zwarte vrouw die haar zoon Picasso's Guernica laat zien. Als op het hoofd van de jongen een verlichte kroon verschijnt, wordt al aangegeven dat deze kleine prins een gouden toekomst tegemoet gaat.

In 1979 is het nog niet zo ver. Terwijl zijn moeder is opgenomen in een inrichting, slaapt de 18-jarige prins als zwerver in een kartonnen doos en houdt zich onledig met het schilderen van graffititeksten op muren en deuren.

Zijn leven verandert als hij Andy Warhol een restaurant ziet binnengaan en hem een paar geschilderde kartonnetjes verkoopt. Twee jaar later heeft Jean-Michel Basquiat (uitstekende gespeeld door Jeffrey Wright) zijn eerste tentoonstelling. Hij is op slag beroemd en behoort meteen tot de scene. Erg veel is daar niet van te zien, wel wordt in de film al snel zijn naderende ondergang ingebakken.

Twee jaar na de dood van Andy Warhol overlijdt ook Basquiat, aan een overdosis drugs. Echt gelukkig lijkt hij tijdens zijn betrekkelijk korte periode van roem niet te zijn. Zijn vriendin loopt weg en de verloving met tante Drug neemt de overhand, terwijl hij zich nauwelijks kan aanpassen aan het kunstwereldje waarin hij is binnengesleept.

Wat de film interessant maakt is de maker, Julian Schnabel. Hij was twee jaar vóór Basquiat de nieuwe ster van New York City rond de Mary Boone Gallery, en zijn werk is vaak samen met dat van Basquiat tentoongesteld. Er gaan verhalen dat hij en Basquiat verre van vrienden waren, maar dat wordt in de film geenszins duidelijk. Wel is het behalve een film over Basquiat vooral ook een Schnabelfilm, in vorm en details. Schnabel laat zíín wereld zien, vanuit zíín ogen. De schilderijen van Basquiat in de film zijn niet van Basquiat zelf, omdat het niet mogelijk bleek de rechten op een vertoning daarvan te verkrijgen. Dus schilderde Schnabel ze maar zelf na.

Hoogtepunten in de film zijn een paar prachtige visuele momenten, droombeelden van Basquiat, door Schnabel verzonnen. Dat, met de soms leuke inside-kijkjes en de medewerking van enkele bekende figuren als Bowie, Gary Oldman, Dennis Hopper, Christopher Walken en William Dafoe, zijn de sterke punten in een aardige maar niet fascinerende film.

De eerste volledige dag van het festival is naar gebruik een grote pan volle maaltijdsoep, met een gevarieerd aanbod. Met bijvoorbeeld de nieuwe vrolijke knokfilm van Jackie Chan, First Strike tegenover de zoveelste mooie ode aan de treurige eenzaamheid van Sarunas Bartas, Few of Us.

Voor de oudere cinefiel draait de nieuwe film van Jean-Luc Godard (66 jaar inmiddels), met de even geestige als roept-u-maar titel For ever Mozart. Een film over 'dertig personen op zoek naar een verhaal', met als hoofdlijnen een bespiegeling over Bosnië en het maken van een film.

De nogal spottende toon die Godard in zijn Bosnië-verhaal aanheft, zal niet iedereen plezieren, maar voor de fans van de oude Nouvelle Vague-meester is te constateren hoe Godard weer af en toe fraaie grappen en visuele hoogstandjes koppelt aan een puzzel die soms een beetje aan vroeger tijden doet denken. Alleen, de lucide kracht van toen ontbreekt. Godard is niet goed meer, maar nog wel even gek.

Modern Frans is Select Hotel van Laurent Bouhnik, een jong Frans talent die, tamelijk koket, zegt in Arletty en Zapata zijn helden te zien. In een hedendaagse realistische stijl wordt het verhaal verteld van een hoer, haar stelende broer en haar vrouwenhatende pooier. Goed spel en een levendige stijl versterken het beeld van de actuele zelfkant in Parijs, maar je hebt toch ook wel het gevoel de film al eens eerder gezien te hebben.

Een van de meest aangename films vandaag is die van John Sayles, Lone Star. Iets te lang maar toch een innemende mengeling van genres, gemaakt door een liefhebber. Hoofdpersoon is een jonge sheriff die de geheimzinnige dood van een onsympathieke voorganger onderzoekt en er achter komt hoe zijn eigen vader daarbij betrokken was. Het verhaal zit vol sub-plotjes waarin Sayles een geestige satire opbouwt over Amerika en Texas in het bijzonder.

Lone Star zakt soms wat in, maar Sayles weet de de zaak telkens op tijd te redden. Veel grappen van het soort: geliefden blijken broer en zus te zijn. Wat nu? Ach, vindt zus, ik kan toch geen kinderen meer krijgen en niemand hoeft toch te weten dat jouw vader ooit vreemd ging?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden