Barstjes in totale Reed

Lou Reed..

Pablo Cabenda

amsterdam The Who deed het met Quadrophenia, Brian Wilson met Smile: er zijn honderden coverbands die dagelijks de albums van hun idolen tot op de noot naspelen. Nu doet Lou Reed het met zijn Berlin. In een Europese tournee herschept de grumpy old rocker zijn album uit 1973 met een bezetting van rockband, blazers, strijkers en kinderkoor.

Daarmee krijgt de klassieker uit 1973 wat ‘klassieke’ muziek nu eenmaal toekomt: een recital. Want in vorm gaat popmuziek die eeuwigheidswaarde bezit, steeds meer op klassieke muziek lijken. Conceptalbums staan gelijk aan symfonieën die een integrale live-uitvoering behoeven en coverbands zijn ensembles die zich in één bepaalde componist hebben verdiept.

Componist Reed leidt in een uitverkochte Music Hall het muziekgezelschap als een gids langs zijn magnum opus, de gedoemde relatie van losers Jim en Caroline. Tussenstops: promiscuïteit, overmatig drugsgebruik, huiselijk geweld. Eindhalte: zelfmoord. Berlin is geen onverdeeld genoegen om naar te luisteren. Maar in de beklemming van die naakte confrontatie schuilt de schoonheid.

Toppunt van ongemak is The Kids, waarin kindertjes dwars door een wiegende gitaar om hun moeder krijsen. Het kroost van Berlin-producer Bob Ezrin, zo wil de legende, door hem in de waan gebracht dat mama dood was.

Je vraagt je af hoe Reed de engeltjes van het New London’s Children Choir zal pijnigen met net zo’n resultaat. Maar het gehuil staat op tape. Al klinkt The Kids niet zo aangrijpend als op de plaat, het is met The Bed het overtuigendste nummer, simpelweg omdat het de rustigste stukken zijn.

Reed’s band met gitarist Steve Hunter, die lijkt te ademen om te soleren, speelt uitmuntend, maar veel te hard. De nuances zijn geofferd voor een groots rockgeluid en de geluidstechnici vergaten kennelijk de blazers en strijkers achter op het podium. Tegen het geweld op toeteren kan nog net, maar de strijkstokken roeien in een nummer als Caroline Says hopeloos tegen de stroom in. En de associatieve videobeelden van Lola Schnabel ontstijgen nauwelijks het werk van een gemiddelde vj.

Het levert een Berlin vol barstjes die een beoogde totaalervaring in de weg staan. Zwakste schakel is Reed zelf. Hij kan zijn matige zangkwaliteiten niet langer verbergen onder de koele toon van de beschouwer. De meeste zanglijnen dwingt hij in een andere melodie om er nog enigszins grip op te krijgen, en dat resulteert in ongemakkelijk balanceren tussen zingzeggerij en recitatieven. De solist Reed deed de componist Reed tekort.

Pablo Cabenda

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden