Review

Barometer van de bouw

In het Jaarboek Architectuur in Nederland komen voor het eerst meer verbouw- dan nieuwbouwprojecten aan bod. Sterke staaltjes post-crisisarchitectuur.

De Ceuvel in Amsterdam-Noord door Space and Matter.Beeld Martijn van Wijk

Zeven magere jaren zijn verstreken sinds de economische crisis uitbrak, maar op het Jaarboek Architectuur zien we De Hoorn des Overvloeds, zoals het kunstwerk op het plafond van de Rotterdamse Markthal heet. In zijn volle kleurenpracht prijkt het gebouw, ontworpen door MVRDV, op de omslag.

Hoofdkantoor G-Star in Duivendrecht door OMA.Beeld G-Star

Achter de actualiteit

Een megaproject uit de tijd dat de bomen nog tot in de hemel groeiden - geenszins representatief voor de huidige situatie. En dat terwijl het Jaarboek de 'barometer van de Nederlandse architectuur' wil zijn. Dat is het manco van het format; aangezien een bouwproject gemiddeld zeven jaar duurt, hobbelt het Jaarboek met daarin de dertig 'meest opmerkelijke' projecten altijd achter de actualiteit aan.

De redactie, bestaande uit hoogleraar Tom Avermaete, architect Hans van der Heijden, ontwikkelaar Edwin Oostmeijer en architectuurhistoricus Linda Vlassenrood, heeft duidelijk geworsteld met de keuze voor de cover, die de status van Bouw-Oscar heeft. Uiteindelijk zijn er dit jaar twee 'winnaars'. Op de achterzijde staat namelijk De Ceuvel, de creatieve broedplaats die architectenbureau Space and Matter in Amsterdam-Noord bouwde rond een aantal afgedankte woonboten die zijn opgeknapt met minimale middelen; een sterk staaltje post-crisisarchitectuur.

Centraal Station Rotterdam door Team CS: Benthem Crouwel, Meijer & Van Schooten en West 8 Gemeentewerken.Beeld Luke Harley

Een impasse

De tweeledige kaft verbeeldt treffend de situatie in de architectuur. Met één been staan we in het verleden, wachtend - hopend - op het moment dat de economie aantrekt en er weer 'als vanouds' gebouwd kan worden. Met het andere zijn we in de 'nieuwe werkelijkheid' gestapt. Architecten experimenteren volop met alternatieve financieringsmodellen zoals crowdfunding, DIY-bouwsystemen en werken aan 3D-geprinte huizen. Elke maand is er wel een symposium over de Toekomst van de Architectuur, of de Nieuwe Architect. Punt is alleen dat nog steeds niet duidelijk is wie die architect precies is, en hoe de toekomst er uit zou moeten zien.

Een impasse? Volgens de redactie is de Nederlandse architectuur juist 'springlevend'; de projecten in het Jaarboek zijn daarvan het bewijs. Neem de naoorlogse portiekflat in Amsterdam die door Van Schagen architecten, samen met een groep ondernemende bewoners, is omgetoverd tot de eerste Klusflat, met prachtige, op maat ontworpen appartementen. Kijk hoe Bastiaan Jongerius voor CONO Kaasmakers een fabriek als een glazen tempel bouwde, voorbeeldig ingepast in het Unesco-werelderfgoed dat de Beemsterpolder is. Zie het lef waarmee Kühne en Co, op een schijnbaar onmogelijke plek, pal naast de Rotterdamse Hefbrug, een woonhuis met panorama-daktuin bouwde. Vakmanschap en creativiteit genoeg.

Het probleem is niet de architectuur maar de architectuurkritiek, zo stelt de redactie. Er is geen theorie; het referentiekader om de veranderende situatie te beschrijven en begrijpen, ontbreekt. Ziedaar de missie van dit Jaarboek. Het format is hiervoor enigszins aangepast. In plaats van vier zijn er deze keer acht essays, waarvan twee over renovatie (het Jaarboek bevat voor het eerst meer verbouw- dan nieuwbouwprojecten). Verrassend is het stuk van Tom Avermaete, over radicale transformatiestrategieën voor de bouwbulk uit de jaren zeventig en tachtig; de verbouwing van een versleten winkelcentrum in Nieuwegein (Dok architecten) en het gerenoveerde gemeentehuis in Borsele (Atelier Kempe Thill) zijn daarvan mooie voorbeelden.

Architectuur in Nederland.Beeld -

Waar is het Station?

Waar is het station?, luidde de vraag bij de verschijning van het vorige Jaarboek. Rotterdam Centraal, dat inmiddels zo'n beetje alle architectuurprijzen heeft gewonnen, ontbrak in de selectie. Dit jaar staat het project (destijds nog niet in gebruik genomen) alsnog in het Jaarboek, al wordt het niet overdreven positief besproken. Hans van der Heijden noemt het een 'keurig' gebouw 'met provinciale trekjes'. Met hun kritische houding onderscheidt de huidige redactie zich van eerdere redacties (die wisselt elke vier jaar). Leren kunnen we volgens hen niet alleen van best practices, maar ook van minder geslaagde projecten.

Minder informere, meer duiden

Zwak is Edwin Oostmeijer, wiens persoonlijke, losse schrijfstijl (over het G-Star-hoofdkantoor van OMA: 'Jacques Tati meets Mies van der Rohe!') niet kan verhullen dat hij weinig nieuws te melden heeft. Enkele passages uit het essay 'Pioniers en vrijbuiters' zijn simpelweg - zonder bronvermelding - gekopieerd uit een tekst die eerder in het vakblad ArchitectuurNL is gepubliceerd.

Dit Jaarboek wil minder informeren en meer duiden; een goede zaak. Met de verdwijning van het Nederlands Architectuurinstituut (in 2013 opgegaan in het Nieuwe Instituut) is een belangrijk architectuurplatform verloren gegaan. Het Jaarboek zou het ontstane 'gat' op deze manier deels kunnen opvullen. Bovendien is het de vraag hoe lang deze publicatie nog kan overleven als best- of-lijstje, dat je ook op architectuurwebsites kunt vinden.

Geeft de redactie antwoord op de vraag hoe het verder moet met de architectuur? Natuurlijk niet. Dé nieuwe architect bestaat immers niet. De Markthal, het Nationaal Militair Museum en De Ceuvel kun je niet zomaar vangen in een isme. En dat is geen zwaktebod, maar een kracht, zo laat dit veelkleurige Jaarboek overtuigend zien.

Architectuur in Nederland, Jaarboek 2014-2015. Door: Tom Avermaete, Hans van der Heijden, Edwin Oostmeijer, Linda Vlassenrood. Nai010 uitgevers. 39,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden