'Barcelona heeft een donkere ziel'

Sommige uitgevers zagen er niet veel in, maar het werd een wereldhit: De schaduw van de wind, een volgeladen roman van Carlos Ruiz Zafón over liefde, haat, verlossing, passie en moord in de tijd rond de Spaanse burgeroorlog....

Hij is een forse, mollige man met priemende ogen en een ringbaard. Hijdraagt een slobberige basketbaltrui met een zilveren drakenspeld. Hij iseen grote jongen, geboortejaar 1964. Daar zit hij, aan zijn schrijftafel,met ook nog een paar cd-mappen vol hiphop en funk.

Hij is geboren in de schaduw van de magische torens van de SagradaFamilia, die vreemde gothic Gaudí-parodie op een kathedraal. Zijn ouderswonen er nog. Een filmproducer zei, toen hij de plek zag: 'Dit verklaarthet.'

In de Barcelonese werkkamer van Carlos Ruiz Zafón staan een paarkasten vol boeken - niet vergeten werken - die vertellen door wie hij isgeïnspireerd. Er staan reeksen over New York, Berlijn en Barcelona.Geschiedkundig werk over de nazi's. En een omvangrijke rij klassieken:Tolstoi, Alexandre Dumas, Stendhal, Hugo, Grass.

Verder is het een vrolijke, bonte beestenboel. Op de planken, boven opde kasten, op de stoelen, op de tafels vertellen kleine en grote plasticdraken en dinosaurussen en stoffen haaien en krokodillen nog meer over depassies van Carlos Ruiz Zafón, beheerder van een literaire dierentuin. Erstaat een keyboard waarmee hij zijn eigen soundtrack van De schaduw van dewind componeerde. Typische thrillermuziek, dat is het.

Het boek heet in het Spaans La Sombra del Viento en kwam in 2001 inSpanje op de markt in een oplage van vierduizend exemplaren. UitgeverPlaneta koesterde geen bijzondere commerciële verwachtingen. DeNederlandse vertaalster Nelleke Geel werd in Barcelona aangetrokken doorhet omslag, een foto van een jongetje dat zijn vader aan zijn handvoorttrekt over een leeg trottoir. Bij het lezen raakte ze begeesterd entipte eerst Meulenhoff, maar daar was geen belangstelling. Wie was dat danwel, die Zafón? Alexander Schwarz van uitgeverij Signature wilde wel. Geelwerkte ruim een jaar aan de vertaling. Het boek kwam in 2004 uit, ook alzonder rumoer en in een paar duizend exemplaren. Pas in de loop van 2005stak in Nederland de storm op en trad de curieuze pil uit de schaduw vanDe Da Vinci Code. Het was vooral intensieve mond-tot-mondreclame die Deschaduw van de wind groot maakte.

Eind 2005 waren er in Nederland 155 duizend exemplaren verkocht. Inheel Europa waren toen al vijf miljoen exemplaren over de toonbank gegaan.Zonder publiciteitscampagne, zonder laaiende besprekingen, want overal hadde kritiek er moeite mee het boek te plaatsen. Was het wel Literatuur?

Toen Carlos Ruiz Zafón drie was, zag hij een film op televisie. Pasveel later realiseerde hij zich dat het Citizen Kane was geweest. Hetmaakte diepe indruk: dat je een verhaal kon vertellen door beelden,woorden, geluid en muziek te gebruiken.

Hij zegt: 'Ik had iets van: wow! - wat is dit? De kracht die dat had!'Hij hield van monsterverhalen, fantasieverhalen. 'Ik terroriseerde er mijnvriendjes mee. Ik vertelde ze heel levendig. Er kwamen moeders langs bijmijn moeder. Ze vroegen waarom hun zoons 's nachts wakker lagen.'

Zafóns eerste elf levensjaren speelden zich af in de zieltogendenadagen van het Franco-regime. Barcelona lag er verstild bij, vol vervuildegrandeur. 'Ik zag een stad die sliep, als een zombie, verwaarloosd. Hetstonk. Ik voelde me er nooit thuis, en dat heb ik nog. Dat regime was eenlopend lijk. Politieke onderdrukking raakte me niet als kind. Ik was nietgeïnteresseerd in wat hier gebeurde in de literatuur en films. Mijninteresses, mijn dromen, waren ver weg. Voor mij was het een ongeluk datik hier geboren was.'

Op zijn vijftiende ging hij met een griezelroman van zevenhonderdpagina's naar een uitgever. Een redacteur las het welwillend en zei: 'Ikheb het gelezen, maar je lijkt wel veel haast te hebben. Voordat je depretentie hebt dat elke pagina die je geschreven hebt iemands tijd waardis, moet je er duizenden schrijven die niemand zal lezen.'

Zafón nam het advies met tegenzin ter harte. Hij begon aan eencommunicatieopleiding voor journalistiek en reclame. Hij wist al zo langwat hij wilde: verhalen vertellen, boeken schrijven, films maken. Het wasin Spanje ongeveer hetzelfde als astronaut worden. Hij moest het een anderedraai geven. Dus ging hij in de reclame, zonder interesse in advertenties.

Als 19-jarige werd hij gevraagd als regisseur bij een theatergroep diemusicals maakte. Daar kon hij veel in kwijt, tot hij in dienst trad bij eenreclamebureau en daar werd opgezogen door het werk. Het bleef verwijderdvan zijn ware bedoelingen, maar had ook voordelen. 'Ik verspilde het geldvan de klanten om er mijn eigen stomme minifilms mee te maken. Om een ofandere vreemde reden werd ik extreem succesvol, verdiende enorm veel geld.Dat corrumpeert je een beetje als je zo jong bent. Mijn vader wasstomverbaasd. Hij dacht dat ik in de drugshandel was gegaan. Het kon nietlegaal zijn, maar het was heel legaal, het was op tv!'

Zeven jaar werkte hij zo door, als een vermogende Barceloyup, maar hijbegon zichzelf steeds dieper te haten. 'Het was een goeie baan, ik leerdeveel, kwam goeie mensen tegen, maar ik voelde dat ik mezelf en mijn dromenaan het verraden was.' Hij kondigde aan dat hij wilde stoppen op 1 januari1991. Ze verklaarden hem voor gek. Maar hij had genoeg verdiend, geen vrouwen kinderen, en hij was ervan overtuigd dat hij verder wilde als schrijver.Zijn eerste boek was El Principe de la Niebla (De prins van de nevel). Hetbevatte veel fantasie en mysterie, en de literaire kritiek in Spanje hader moeite mee dat vreemde genre te plaatsen.

Vroeg in de jaren negentig verhuisde Zafón naar Los Angeles om er zijnyoung adult-boeken en filmscripts te schrijven. Totdat ook dát alszelfverraad begon te voelen. Het werd tijd voor het boek van zijn leven,waarin alles dat in hem zat naar buiten zou komen, zijn wortels, zijnmelancholie, zijn fascinaties en zijn zelfspot. Hij wilde iets totaalnieuws scheppen. Hij had genoeg geoefend, nu kwam het aan op de ultiememix.

'Dickens mengen met strips, met horror, alles wat ik had geleerd. Ikhad genoeg verhalende techniek opgedaan. Het is als met de grammatica vanmoderne films. De generatie filmmakers van Steven Spielberg, George Lucas,Ridley Scott was heel invloedrijk voor me. Ze deden goed wat vijftig jaarlang zonder succes was geprobeerd.' Zo moest zijn boek ook worden,mindblowing moest het zijn, de leesbeleving van 'Wóóóów!'

Zafón, oude jongen, drukt zich graag uit in jeugdig jargon. In diegeest schrééf hij het boek ook. 'Het grote voordeel is dat het publiekal die codes tegenwoordig kan ontcijferen. De 19de-eeuwse lezers vanDickens, een heel krachtige beschrijver van beelden en sferen, konden datniet. Die hadden nooit een film gezien. Daar kan ik de lezers van nu meebombarderen, in een klassiek verhaal over liefde, haat, verlossing, passie,moord en mysterie, alles in een moderne orkestratie. Het moest een intenseleeservaring zijn. Ik wilde de magie van het vertellen terugbrengen. Hetplezier van lezen. Het plezier van boeken. Er zit veel humor in Deschaduw.'

Het begon met het beeld van het Kerkhof der Vergeten Boeken, gesitueerdin een nauwe straat, verborgen achter een grote poort naast de oudestadsschouwburg aan de Ramblas. Zafón had Bar-celona altijd bij zich inLA, kende de stadskaart zo goed dat hij niet terug hoefde toen hij de stadterugbracht naar de van onheil vervulde eerste helft van de 20ste eeuw.

Met de exactheid van Zafóns beschrijvingen is De schaduw van de windgemakkelijk en indringend na te lopen. De stad wordt bijna een personage.'Het nieuwe Barcelona is een marketingillusie', zegt Zafón. 'De stad heefteen donkere ziel. De geschiedenis is gewelddadig en kronkelig. Ik ben tocheen product van de stad. Als kind kwam ik in alle hoeken. Ik wilde zegebruiken voor mijn boek en Barcelona opvoeren als een karakter. Het gingmij om een eigen mythologie van de stad, een organisch, literair Barcelonadat het mijne was, getrouw aan zijn geest en zijn geschiedenis. De mensenherkennen dat in essentie, maar het is een stilering, extreem in de gothiczin. Het is op veel manieren ook een hommage aan de stad. Daar is de romanzo'n beetje mee begonnen.'

Oudere lezers vertelden hem hoe verbaasd ze waren dat hij de sfeer vaneen tijd had getroffen die allang voorbij was toen hij geboren werd. Dankwamen ze bij een signeersessie en zeiden: 'Kende u die man? Ik wasdaarbij, ik ken die persoon. Die dingen gebeurden met mij!' Het is deantenne van Zafón voor zijn landgenoten van de Franco-generatie die hijdoor de straten heeft zien lopen. En die er nóg lopen, als voormaligeslachtoffers en daders. 'Ik voel dingen. Ik denk dat plekken en mensen ietshebben dat in de lucht blijft hangen. Ik neem dat in me op als ik er loop.Dat is een proces van jaren. Ik heb er veel over gelezen. Ik heb de mensenwillen laten zien op een eerlijke, gevoelsvolle manier, trouw aan de bron.Er zit ook veel van mezelf in. Ik heb geluisterd naar wat de stad meverteld heeft. Het gaat om de collectieve herinnering. Lezers herkennen datklassieke Barcelona. Het is een truc, maar het moet wel werken. Alsschrijver heb ik veel zwakten, maar mijn kracht is dat ik een sfeer kanscheppen, beelden, een droomwereld die echt wordt voor de lezer. Eensprookje werkt alleen als het wortels heeft in een emotionele waarheid.'

De Burgeroorlog kwam hem goed uit, maar is niet de hoofdzaak. Zafón:'Het speelt als dramatisch element op de achtergrond. Je gaat op en neervan Burgeroorlog en onderdrukking naar tijden van grote welvaart en glorie.It's a wild ride. Daarom situeer ik mijn verhalen in die periode, want dietijd is voor mij als schrijver veel interessanter dan nu.'

Hij heeft aanbiedingen voor een verfilming van zijn boek tot dusverafgewezen, ook werd er meer dan een miljoen dollar voor de rechten geboden. Inmiddels schrijft hij aan een nieuw deel. 'Film is een boel gedoe metmensen en geld. Een boek is een kwestie van inkt en papier waar je alsschrijver volledige controle over kunt houden. Oorspronkelijk werden hetmeer dan duizend pagina's. Het moet een drieluik worden waarvan je de delenonafhankelijk van elkaar kunt lezen. Sommige van de personages komen terug.Uitgangspunt blijft het Kerkhof der Vergeten Boeken.'

Een klant in de tweedehandsboekwinkel van de vader van Daniel, Zafónshoofdpersoon, zegt dat weinig zaken zo'n stempel op een lezer drukken alshet eerste boek dat zich een weg baant naar het hart. Het is de observatievan een fictief personage, in wat een roman is óver een roman. Dat was watZafón wilde: literatuur maken over literatuur, een boek over boeken, ineen grootse mengeling van genres. En inmiddels heeft De schaduw van de windzich een weg gebaand naar miljoenen harten.

Van dat idee kan Zafón zeer genieten. En daar gaat het uiteindelijk om.'Want het leven is kort.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden