Barbaren, rebellen en mandarijnen

De val van Fort Zeelandia op Formosa in 1662

Piet Emmer

De Verenigde Oost-Indische Compagnie veroverde in 1624 Formosa, maar hield geen stand.

De Nederlandse expansiedrift in de zeventiende eeuw was indrukwekkend. Denk daarbij niet alleen aan de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC), maar ook aan de veroveringen in Zuid-Afrika, Noord- en Zuid-Amerika en het Caribische gebied, en niet te vergeten aan de talloze forten en handelsnederzettingen in Azië en op de kust van West-Afrika. Daarbij ging overigens weleens wat fout. De duurste mislukking was ongetwijfeld de dekolonisatie van een deel van Brazilië tussen 1630 en 1654. De WIC ging erdoor failliet en moest een doorstart maken met een veel minder ambitieuze agenda.

Een tweede misser was de tijdelijke verovering van Taiwan (toen Formosa) in het octrooigebied van de VOC. Aad van Amstel, van huis uit natuurkundige en woonachtig in China, heeft er een uitstekend leesbaar boek over geschreven. De VOC liet Taiwan in 1624 veroveren in de hoop zo de handel met het vasteland van China te intensiveren. Die verliep maar moeizaam en daarom leek het de VOC een goed idee om de bewoners van het eiland - die meer verwant waren met de bevolking van de Filipijnen dan van China - tot bondgenoten te maken. Daarom werden er dorpsscholen opgericht en trachtten enkele dominees goede calvinisten van de Taiwanezen te maken. Die kerstening ging niet vanzelf, want de dominees stelden hoge eisen en wilden hun bekeerlingen niet dopen 'ten ware datse van te vooren ... beloofden alle hare afgoderie, superstitiën ende ongeregeltheden aff te leggen..'. De Nederlandse zieleherders waren bovendien niet erg te spreken over de verdeling van de arbeid tussen de seksen. De vrouwen moesten het zware werk op het land doen, terwijl de mannen op jacht gingen of oorlog voerden. Met hun mening stonden de Nederlanders niet alleen. Ook de snel in aantal toenemende Chinezen op het eiland deden laatdunkend over de autochtone bevolking van Taiwan ('barbaren'), maar de Nederlanders kwamen niet beter weg ('rode barbaren').

De ontwikkelingen in China waren van cruciaal belang voor de Nederlandse kolonie, want zowel de centrale regering in Peking als de lokale heerser in de regio kon het de Nederlanders knap lastig maken. Wat de Chinezen daarbij voor ogen stond en waarom ze soms van politiek veranderden, had de auteur daarom best wat uitvoeriger uit de doeken kunnen doen.

Van Amstel besteedt vooral aandacht aan de meest schilderachtige tegenspeler van de Nederlanders: Tsjeng Tsjeng-kung, alias Guoxingye, Coxinga in het Nederlands. In de strijd om de centrale macht in China tussen de Ming- en Ching-dynastie wedde deze potentaat annex piraat op het foute paard en werd daarom gedwongen uit te wijken naar Taiwan. Daar begon hij een oorlog tegen de Nederlanders en in 1662 viel het laatste Nederlandse bastion: Fort Zeelandia.

Het verlies van Taiwan was een gevoelige slag voor de VOC, maar geen doodsteek zoals het versuymt Brasil voor de WIC. De handel met China liet de Compagnie in arren moede maar over aan privékooplieden uit Batavia. Taiwan werd een commerciële uithoek, toen het eiland na de dood van Coxinga onder het Chinese centrale gezag werd gebracht. De lokale bevolking ging ten onder in het groeiende aantal Chinese immigranten, maar nog in het begin van de twintigste eeuw ontdekte een Amerikaanse antropologe dat de Taiwanezen een veel betere herinnering bewaarden aan de Nederlandse kolonisatiepolitiek dan aan de harde hand van de Chinezen en later van de Japanners. Dat geeft toch een warm gevoel van binnen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden