Baete’s stukjes komen bekend voor

Sommige zinnen van de Vlaamse schrijfster Marcella Baete komen wel erg overeen met die van Cri Stellweg (Saartje Burgerhart) en Simon Carmiggelt. ‘Dit is behoorlijk raar.’

Ze is aan het begin van haar op late leeftijd begonnen schrijverscarrière weleens vergeleken met Louis Paul Boon – ‘een zingend vloeiend Vlaams vol met grappige woorden en zinswendingen’, schreef NRC Handelsblad in 1994. Later luwde het enthousiasme.

Had Marcella Baete (Gent, 1939) gewezen onderwijzeres, zelf misschien meer voorbeelden? De tip komt van een lezeres: ze las eerst Kleinkinderen (1982) van de in 2006 overleden Nederlandse schrijfster Cri Stellweg, en trof vervolgens veel vertrouwds aan in Baete’s Later is voorbij uit 2008, een persoonlijk boek over ouder worden. En bij verdere bestudering: een passage in Ik ga dood aan jou (2004, The House of Books) van Baete komt in de buurt van de Kronkel ‘Gesprek’ van Simon Carmiggelt (1913-1987).

Dat de onderwerpen van Stellweg, die van 1961 tot 1987 als Saartje Burgerhart een column had in de Volkskrant, en Baete overeenkomsten vertonen, is niet zo verwonderlijk. Beiden zijn oma tijdens het schrijven, en wat die ondernemen met kleinkinderen is tamelijk universeel. Maar bij gebeurtenissen en formuleringen wordt het geloof in toeval op de proef gesteld. Bij een uitje naar zee kruipen beiden in het hoofd van de oogappeltjes als die voor het eerst in hun leven de eindeloze vlakte ontwaren. Stellweg: ‘Dát is een mop: zóveel water. Meer dan in het fonteintje als de stop erin zit, meer dan in de teil op het grasveld, meer zelfs dan in de badkuip. Ze schreeuwt en ze juicht.’ Baete: ‘Meer dan in haar plastic zwembadje in de tuin, meer dan in het bad, nog meer dan in de vijver waar haar pappa soms ging vissen. Ze kraaide, ze juichte.’

Dokterspelletjes doen ze ook. Stellweg: ‘Daar zijn ze weer, de dokters, met hun ballpen-spuiten, hun haarspelden-scalpels, hun theedoeken-verbanden en wij herinneren ons nog hoe we patiënt moeten zijn.’ Baete: ‘Ik vrees hun balpenspuiten, hun van haarspelden gemaakte pijnmeters, hun vaatdoekverbanden en plakband van Scotch.’ Een vis in een kom zit bij beiden tussen de ‘glazen wanden van zijn gevangenis’, ‘links aan mijn elleboog’ (Stellweg), ‘rechts van mijn elleboog’ (Baete). De zwemmers krijgen het zwaar te verduren: de kleinzoon van Stellweg mikt valium in de kom, Benjamin van Baete voert vis Jefke met een antidepressivum. ‘De vis ligt happend in het gedrogeerde water, zijn bek, ’n zich sluitend en openend rond zwart gaatje, vertwijfeld aan het oppervlak.’ ‘Jefke lag happend in het gedrogeerde water, zijn bek een zich sluitend en openend zwart gaatje aan het oppervlak.’

Later is voorbij is van uitgeverij De Geus. Redacteur Ad van den Kieboom: ‘Heel frappant.’ Kleinkinderen van Stellweg verscheen bij Sijthoff. Commercieel directeur Hanca Leppink: ‘Dit is raar.’ Cossee gaf in 2003 Grootmoeder uit, met dezelfde columns. Eva Cossee: ‘Het valt op. Opbouw, pointe en plot zijn soms identiek.’

Marcella Baete vindt het zelf ook ‘frappant’. ‘Ik heb mijn bibliotheekkaart nog nagekeken: ik heb niets van die mevrouw gelezen. Maar dit gaat over dingen die grootmoeders met kleinkinderen meemaken. Mijn verhalen komen uit mijn leefwereld.’ Dat ook formuleringen overeenkomsten vertonen, begrijpt ze niet. ‘Ik heb er geen verklaring voor.’ De Geus neemt geen maatregelen. ‘We moeten haar op haar woord geloven.’

Carmiggelts Kronkel ‘Gesprek’ gaat over een ontmoeting van twee dames, van wie er een na een affaire met een jongere minnaar is teruggekeerd bij haar man. De spijtoptant is een ‘mollige hoogblonde vrouw, die met behulp van de kosmetische industrie haar leeftijd wat had neergeschroefd’ (Carmiggelt), ‘een mollige geblondeerde vrouw die met hulp van veel cosmetica wat jonger wilde lijken’ (Baete). Het vrijen met de jongeman viel niet mee. ‘Op m’n gemak kon niet, hè. Ik moest aldoor m’n hoofd omhoog houden, anders zag hij mijn onderkinnen’ (Carmiggelt). ‘Nooit kon ik op mijn gemak zitten. Ik moest altijd mijn hoofd rechtop houden, anders zag hij mijn onderkin’ (Baete).

Marcella Baete: ‘Ik ken de kroegverhalen van Carmiggelt, ik ben zelf alcoholist geweest. Maar dit stuk ken ik niet. Mijn werk is mijn werk. Carmiggelts werk is Carmiggelts werk. Hij is een veel grotere schrijver dan ik.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden