Badhuisweg

Luchtbellen in je hoofd

'Waar was het fout gegaan? Wanneer was het zo'n onontwarbare kluwen in mijn hoofd geworden? Waarom al die onzekerheden en vragen? Was ik altijd zo geweest en kreeg ik dat nu pas door?'

Hier spreekt een puber. Een jongen met pluishaar op zijn kin, een adolescent die zich in geen enkele situatie een houding weet te geven, die het gevoel heeft dat er steeds een 'regenachtige wolkenlucht' over zijn eivormige hoofd trekt.

We zijn op bladzijde zestien van Bad huis weg en Hans Croiset is zestien jaar. Dit zeer herkenbare wanhoopsgevoel gaat heus weer over, zo hoop je troostend, want de jonge held van dit boek is nu al sympathiek. Maar het gaat niet over. Bij vlagen wordt het alleen maar erger.

Een 'autobiografisch verhaal' heet het, Bad huis weg, het eerste boek van Hans Croiset. Dat maakt nieuwsgierig, want Croiset (geboren in 1935) is een man van reputatie, binnen de theaterwereld als artistiek leider van gezelschappen als het Publiekstheater, Het Nationale Toneel en Het Toneel Speelt; hij maakte naam als regisseur van roemruchte producties, als een acteur die zijn sporen heeft verdiend, een éminence grise.

Relatief snel nadat hij op zijn negentiende bij het toneel komt, doet hij met regelmaat van zich spreken, en al hoeft dat niet per se altijd positief te zijn - never a dull moment met die man.

Waarbij nog komt dat hij telg is uit een spraakmakend acteursgeslacht. De broer van acteur Jules, die eind jaren tachtig zijn eigen ontvoering in scène zette uit protest tegen de opvoering van Fassbinders Het vuil, de stad en de dood.

Oom van diens inmiddels ook toneelspelende kinderen. En de zoon van eigenzinnig acteur Max Croiset - bij een iets ouder publiek mogelijk nog bekend uit de film Dorp aan de rivier.

Bad huis weg is nadrukkelijk óók een verhaal: dat van Hans Croiset over Hans Croiset, hetgeen nauwelijks vermag te verbazen, want de auteur is voor alles een verhalenverteller - zoals zo vele theatermakers met hem. Dat het over hemzelf gaat, is misschien ook niet zó verwonderlijk, want even zo goed als vele van zijn vakgenoten is Croiset niet van ijdelheid gespeend; ook dat komt uit het boek naar voren.

Maar daarnaast lijkt het schrijven van Bad huis weg een therapeutische bezigheid te zijn geweest, een mogelijkheid om heftige ervaringen van zich af te schrijven - die van een gevoelig en slim puberkind tot en met die van een gevestigde volwassene die blijft worstelen met zijn onzekerheden en met de vurige wens geaccepteerd en geliefd te zijn, vooreerst door zijn vader.

Op biografische leest geschoeid, gekleurd, aangevuld en ingevuld, is Bad huis weg een pakkend verhaal, direct vanaf die pluishaartjes op dat eihoofd. Voor liefhebbers van het Nederlandse theater en zijn recente historie biedt het bovendien aardige inkijkjes en anekdoten - en uiterst tenenkrommende, die ook.

De auteur stond een duidelijke mise-en-scène voor ogen, een strakke hoofdstukindeling en terugkerende thematiek. In zijn taalgebruik is hij voorts typisch Croiset: wie hem een beetje kent, 'hoort' hem zo af en toe praten, schakelend tussen kort en krachtig de ene keer, en bloemrijk met een fijne vergelijking of een zelfverzonnen woord de volgende.

Misschien is toneelspelen het middel om iemand te worden, zo piekert de puber. 'Iemand die ik liever zou zijn dan mezelf.'

Niet lang daarna bezweert hij zijn klasgenoten dat hij hun vóór zijn dertigste Hamlet zal laten zien. 'Hamletverdwazing?', vraagt hij zich vervolgens direct vertwijfeld af. Het blijkt een patroon. Steeds een grote mond, ambitie in ruime mate, hoogmoed. En dan dat kleine hart, die twijfel, zelfverachting, reflectie. En die vader, altijd maar weer die vader.

Zo wordt niet Hamlet maar King Lear de rode draad binnen Bad huis weg, het verhaal van de vader die zich wreed afkeert van het enige kind dat hem van repliek durft te dienen, het enige kind dat ondanks alles oprecht van hem houdt. De vader die tot inzicht komt,

en op vreselijke wijze boeten moet.

Het is uit Lear dat Hans, de jongen, zijn eerste toneellessen krijgt, bij coryfee Bob de Lange thuis. Het is die voorstelling, jaren later, waarin hij zowel zijn broer als zijn vader - als Lear - regisseert, in een spannende periode bij een nieuw gezelschap. 'Wie begon er nou ook aan zo'n onderneming, drie familieleden in één productie, gekkenwerk.'

En het is uit Lear dat hij steeds die ene zin citeert, de zin, de vraag, die hem tekent: 'Wie kan mij zeggen wie ik ben?'

Maar vaak genoeg ook maakt de weifelaar gewag van grootste theaterdaden, vernieuwingsdrift, durf. Larmoyant wordt het in ieder geval nooit, en aardig genoeg weet Croiset zijn verhaal, de specifieke (theater-)omstandigheden ten spijt, een universele lading te geven.

Vaders zijn per definitie weinig makkelijke types, maar dat moet je wel op kunnen schrijven, hetgeen evengoed geldt voor de strijd die je als volwassene nog steeds moet voeren met de luchtbellen in je hoofd, met je eigen, gehate demonen. En Croiset betrekt de problematiek op een aansprekende manier op zichzelf - of op de ik-figuur uit Bad huis weg, dan.

Een Lear ensceneren in de nasleep van Aktie Tomaat is dan ook nog eens geen onomstreden plan - men wil vernieuwing, een eigen stuk schrijven is 'in', de werkwijze van het Werktheater. Niettemin staat ook de nagelnieuwe club van Croiset een eigen weg voor. De gedreven toespraak die hij voor zijn medewerkers houdt, vormt een geestige passage, zeker gezien zijn eigen commentaar: 'Zo draafde ik door, op Chroesjtsjoviaanse wijze' en 'In een smetteloos wit pak, speciaal voor de praatgelegenheid aangeschaft, met lang haar, wild gesticulerend, dramde ik (...)'.

De enige plek waar Bad huis weg iets te wijdlopig en te gedetailleerd wordt, is in de hoofdstukken over zijn Lear-vertolking. In 2001 wordt Croiset de titelrol aangeboden bij het Nationale Toneel in regie van Johan Doesburg.

Het wordt een ware worsteling als gevolg van allerlei omstandigheden, waaraan hij zich beurtelings schuldig acht (hij noemt zich 'hard op weg nors en nukkig te worden als mijn vader'), en ook weer helemaal niet. Hier gaat het allemaal net te lang door, hetgeen onverlet laat dat hier en daar van een aardige observatie valt te genieten.

'Zijn er dan altijd spanningen in Lear? Lokt het stuk dat uit? Wekt de tekst al die onlustgevoelens op, is die tekst zo vaak op mijn weg gekomen om mij te wijzen op mijn eigen chaos, is het onderzoeken van die tekst mijn manier om in de verschillende fases van mijn leven orde op zaken te stellen?'

Je hoopt uiteindelijk dat dat een beetje lukt, is het niet met behulp van Lear, dan misschien door het schrijven van dit boek, dat is opgedragen aan zijn vader.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden