Backstreet Boysfan anno 2008 regelt oppas voor het concert

Springerige tienerpop maakte plaats voor middle of the road- rock. Er vallen zondag vast geen meisjes flauw...

Juni 1999. Backstreet Boys in de Amsterdam ArenA. Nog nooit zoiets meegemaakt. Die gekte. Dat gekrijs. Flauwvallende meisjes. Liters hysterische tranen. Het gegil zwol nog eens aan toen de vijf Amerikanen aan takels vanuit de nok van het stadion werden neergelaten. Ik weet nog dat ik het toen even écht eng vond.

Het zal er zondag, bij het optreden van de ‘Boys’ in de Rotterdamse Ahoy, veel rustiger aan toe gaan. Het aantal toeschouwers zal lager zijn (61 duizend in 1999; zondag nog geen zesde deel daarvan); de gemiddelde leeftijd hoger, zowel op het podium als in de zaal.

De leeftijd van de vier overgebleven Backstreet Boys (Kevin Richardson zwaaide af in 2006) ligt tussen de 28 (Nick Carter) en 34 (Howie Dorough). Alleen al daarom kun je de groep met goed fatsoen geen boyband meer noemen. Ze verdwenen in 2002 uit beeld, om zich drie jaar later met nadruk als volwassen mannen te presenteren. Geen springerige tienerpop meer, maar wat ze in de muziekindustrie adult contemporary noemen: ballads en (vooral op het nieuwste album Unbreakable) een soort middle of the road-rock. Het imago: colberts, stropdassen, stemmige kleuren.

Het doel van de restyling was duidelijk: de tienermeisjes van rond 1995 laten ‘meegroeien’ met hun idolen. Het lukte. De grootste boyband ooit (meer dan 100 miljoen verkochte albums) is weliswaar niet meer zo angstaanjagend populair, maar ze beleven een tweede, volwassen carrière.

De grootste Europese boybands uit de tweede helft van de jaren negentig deden hetzelfde. Het Engelse Take That (gestopt in 1996) keerde in 2005 terug. Zonder Robbie Williams. Jasjes, dasjes, herfsttinten. Het Ierse Boyzone (gestopt in 2000) keerde in 2007 terug, al is er nog geen nieuwe plaat. Westlife, ook uit Ierland, bleef altijd bestaan, maar gooide na 2004 opzichtig het roer om: eerst een album vol Frank Sinatra-covers en daarna veel ballads, rustige radiopop en een Bijenkorf-garderobe van het type ‘gekleed casual’.

In de platenindustrie is het besef doorgedrongen dat boybands gerecycled kunnen worden. Ook New Kids On The Block (1984-1994), feitelijk een boyband avant la lettre, bereidt een reünie voor. De kans is groot dat ook zij zich op de tienermeisjes van toen zullen richten, en niet op die van nu.

Meer dan tien miljoen cd’s per album verkopen? Dat zit er niet meer in. De boybands verdienen minder dan destijds; de gemiddelde fan juist een stuk meer. Voor hen was 40 euro voor het Ahoy-concert vermoedelijk veel minder geld dan de vijftig gulden die in 1999 moest worden opgehoest.

Destijds werden veel van hen gebracht en gehaald door hun ouders. Nu? Een gokje: ze gaan met een groep vriendinnen, misschien wel dezelfde als toen, met de trein of samen in een auto. Misschien moest een enkeling oppas regelen om mee te kunnen. Over één ding zullen de Backstreet Boys en hun fans het zondagavond eens zijn: dat het relaxter en gezelliger was dan negen jaar geleden. En vooral ook beter te horen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden