Interview Babette van Veen

Babette van Veen: 'Mensen kijken anders naar mij dan dat ik mezelf bekijk'

Babette van Veen. Beeld Frank Ruiter

Babette van Veen ( 50 ) speelt sinds 1990 in GTST, zong in een meidengroep en komt nu met een voorleesboek. ‘Smijt je hart en ziel erin, dat heb ik van mijn vader geleerd.’

Prinses Leentje & de weg naar het hart of Hartenvrouw?

‘Er is een grote overeenkomst tussen beide boeken. Hartenvrouw is een persoonlijk document over mijn scheiding. Ik vond het interessant en verbazingwekkend wat er destijds gebeurde. Ik voelde me erg eenzaam en ik begreep het niet. Hoe was ik in die situatie terechtgekomen?

‘Kennelijk kan je leven zo voortkabbelen dat je niet meer in de gaten hebt  wat er gebeurt. In Hartenvrouw heb ik geprobeerd te vertellen hoe het zat. Samen met Daniël Lohues heb ik voor hetzelfde project liedjes geschreven. Dat doen songwriters dan hè, die gooien al hun blues, bagger en shit in een nummer.

Prinses Leentje is een voorleesboek, zeg maar de kleuterversie van Hartenvrouw. Met Leentje wilde ik een eigenwijs en stevig type creëren, een meisje dat gelijk heeft. Soms is een kind verstandiger dan de ouders. De ouders van Leentje gedragen zich kinderachtig, net zoals mijn ouders dat soms ook deden, en ik als moeder ook in de ogen van mijn zoons. Ouders die uit elkaar gaan, gedragen zich vaak achterlijk, ze blijven maar ruzie maken en verplaatsen zich niet meer in hun kinderen. Leentje is daar klaar mee, ze probeert de boel op te lossen.’

Hilversum III of Opzij?

‘Twee van de bekendste liedjes van mijn vader. Hilversum III dan maar, met die zingende bouwvakkers op die steigers. In het liedje wordt een beeld van Nederland opgeroepen dat niet meer bestaat. Opzij is ook een leuk liedje, maar dat lijdt aan overkill. Er worden ook altijd grappen over gemaakt. Opzij, opzij, opzij Babette. Daar word je op een gegeven moment een beetje moe van.

‘In zekere zin ben ik in de voetsporen van mijn vader getreden. Als je vader bakker is en je opgroeit in een bakkerswinkel, ga je zelf ook van croissantjes houden. Het ging vanzelf. Ik vergelijk mezelf niet met mijn vader. Anderen doen dat wel. Mensen, ik ben 50, moeten we het nou echt de hele tijd over mijn vader hebben?

‘Dat neemt niet weg dat hij een grote inspiratiebron voor me is geweest. Hij deed wat hij wilde doen en joeg zijn dromen na. Van de acht plannen lukten er misschien drie, maar hij was altijd bezig en altijd dingen aan het bedenken. Het was fijn om te zien hoe iemand zijn hart volgde en eventuele mislukkingen op de koop toenam. Smijt je hart en ziel erin, dat heb ik van hem geleerd.’

De oude Linda Dekker of de nieuwe Linda Dekker?

‘De nieuwe is heel leuk. Als moeder maak ik dezelfde dingen mee als zij. De oude Linda Dekker stond verder van me af. Ze was gemeen en verslond mannen. Het had van mij wel wat minder gemogen. Soms gaf ik een acteur ’s ochtends een hand en lag ik ’s avonds bij hem in bed.

‘Spelen in Goede tijden, slechte tijden is een zegen. Natuurlijk is het lopende band werk en moet ik keihard werken, elke week weer, maar het is wel mijn vak. Ik speel. Dat is rijkdom. We nemen vijf afleveringen van vijfentwintig minuten op in drieënhalve dag. Daarnaast repeteren we anderhalve dag. Hup, gaan met die banaan.

‘Ik geniet er nu meer van dan in mijn eerste periode. Gerenommeerde gastacteurs die zich eerder tegen Goede tijden hadden afgezet, vinden het altijd heel jammer als ze doodgaan in de serie. Want het is zo leuk. Ja, logisch. Anders zouden we het echt niet zo lang volhouden. We houden van het werk en we nemen het serieus. Dat moet ook, want anders vlieg je er snel uit.’

Twaalf ambachten of dertien ongelukken?

‘Allebei. Ik ben bijvoorbeeld weddingplanner geweest. Al na twee huwelijken ben ik ermee gestopt. Ik vind die wereld interessant, maar het feit dat mensen op de mooiste dag van hun leven zo afhankelijk van mij waren, vond ik zwaar. Er ging niks mis, maar ik had te veel stress. Ook heb ik ooit badproducten op de markt gebracht, omdat ik dat leuk vond. Ik wilde een eigen merk hebben. Hoe het heette? Ik weet het niet meer, gek genoeg. Iets met mijn naam, denk ik.

‘Ik ben snel verveeld. Het is leuk om in een musical te spelen, maar niet langer dan een paar maanden, als invaller. Na een maand sleep ik me al door het theater: oké, hoe lang nog? Ik ben gevraagd om auditie te doen voor Mamma Mia, de musical. Maar dat trek ik niet, een jaar lang optreden, dan krijg ik moordneigingen. Als ik daaraan denk, ben ik extra blij met Goede tijden. Wéér diezelfde mensen, denk ik soms, maar er is elke week genoeg om mijn tanden in te zetten.’

Ademnood of het Koningslied (I)?

‘Het Koningslied was niet echt een hit hoor. Iemand bedacht het, iemand schreef het en aan 35, 40 mensen werd gevraagd of ze mee wilden doen. Natuurlijk zei ik ja. Leuk toch, we krijgen een nieuwe koning, yeah, tijd voor een feestje. Het was me wel wat hè. Iedereen had er een mening over. Ik zong één zinnetje, de tekst ben ik vergeten.

‘Aan Ademnood heb ik veel betere herinneringen. Guusje Nederhorst, Katja Schuurman en ik namen het op als Linda, Roos en Jessica van Goede tijden. Het stond in 1996 zeven weken lang op één. Op zolderkamertjes maakte ik al vijf jaar muziek met geniale mensen. Er kraaide geen haan naar, maar Ademnood stond binnen een mum van tijd op één. Ik schaamde me voor al die mensen die zulke mooie dingen maakten. Ademnood is een goed nummer hoor, echt, maar het was niet mijn soort muziek.’

Afzuigkap of geen afzuigkap?

‘Daar twitterde ik over. Ik was het huis aan het opruimen, maar het was nog steeds een bende. Toen kocht ik schoonmaakmiddel voor de afzuigkap. Dat was vreemd, want ik heb niet eens een afzuigkap die je schoon kunt maken. Er zit een houten frontje voor. Als excuus kan ik aanvoeren dat ik de laatste jaren best vaak verhuisd ben.

‘Ik vind het leuk om zoiets op Twitter te zetten. Ik moet er zelf het hardst om lachen. Ik twitter graag en ik hou van sociale media, ook al is het soms een onveilige plek. Er zijn best veel mensen die er genoegen in scheppen om scherp te reageren op zo’n BN’er, in de hoop op een reactie. Zo beschouw ik mezelf helemaal niet. Mensen kijken anders naar mij dan dat ik mezelf bekijk. Ik praat met iedereen.’

Woezel of Pip?

‘Jeetje. Woezel maar, ik hou van mannetjeshonden. Ik heb de Woezel en Pip-verhaaltjes van Guusje voorgelezen op een cd en ben de vertelster in de animatieserie. Het was heel bijzonder om te doen. Guusje had ook de liedjes geschreven. Dinand Woesthoff, haar man, zette na haar dood zijn schouders eronder en toen schoven alle puzzelstukjes in elkaar. Ineens was er wat. Woezel en Pip werden een succes.

‘Haar overlijden was een mokerslag. Ik denk nog vaak aan haar. Als je af en toe in je leven iemand tegenkomt als Guusje, heb je groot geluk. Met weinig woorden deelden we alles. Ik ben heel lang verdrietig geweest dat ze er niet meer was, maar nu waardeer ik het dat ik haar ooit ben tegengekomen en ben ik dankbaar dat ik haar heb gekend.’

Ademnood of het Koningslied (II)?

‘Katja, Guusje en ik spéélden een meidengroep, we waren het niet. Maar we gingen er wel voor, toen Ademnood eenmaal een hit was. Ik durf te zeggen dat maar weinig bands zo rock-’n-roll waren als wij. Ik herinner me een feestje ter gelegenheid van een nieuwe plaat van Herman Brood. Pittig. Ook daar dompelden we ons in onder. We hadden nooit een weekend vrij, dus we combineerden werk en plezier zo veel mogelijk.

‘Het was een gekkenhuis. We vlogen voor een bar mitswa naar Parijs en reden met limousines heel Nederland door om winkels te openen. Tijdens de Vierdaagse in Nijmegen moest ons busje worden ontzet door politie te paard omdat we werden bestormd. Stoer toch? Een jaar hebben we het volgehouden, toen was het klaar.

‘We zaten altijd met z’n drieën in een busje, Guusje, Katja en ik. Ik heb toen al gezegd dat er een moment zou komen dat we terug zouden verlangen naar dat busje. Ik heb nooit terugverlangd naar die dampende zaaltjes met plastic glazen bier waar het zo bedompt was dat je amper kon ademen en waar je normaal gesproken nóóit naar binnen zou gaan. Echt vies. Maar ik zou heel graag nog een keer met z’n drieën in dat busje willen zitten. Met een fles wijn erbij, net zoals toen.’

Babette van Veen: Prinses Leentje & de weg naar het hart, voor kinderen vanaf 4 jaar, illustraties Annelinde Tempelman. Uitgeverij Moon, € 14,99.

Babette van Veen

1968 Op 30 april geboren in Utrecht

1990 - 1998 Linda Dekker in Goede tijden, slechte tijden

1995 Hit Ademnood met Linda, Roos & Jessica

2002 - 2003 Musical Aladdin

2005 - 2006 Eerste rentree in Goede tijden, slechte tijden

2005 Soloalbum Winter

2007 Big band-album Vertrouwelijk

2012 Mike & Thomas Kerstrevue

2014 Boek, plaat en theatertour Hartenvrouw

2015 Tweede rentree in Goede tijden, slechte tijden

2018 Kinderboek Prinses Leentje & de weg naar het hart

Babette van Veen is een dochter van Herman van Veen en Marijke Hoffman. Uit haar huwelijk met presentator Bas Westerweel heeft ze twee zoons, Sebastiaan en Silvijn. Ze woont in Bilthoven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.