Recensie Politicologie

Baanbrekend voor de politicologie: Yascha Mounk laat in The ­People vs. Democracy zien hoe populisten de democratie kunnen ondermijnen

In The People vs. Democracy demonstreert Yascha Mounk op briljante wijze de zwakke plekken van de liberale democratie. Hij heeft geen goed nieuws voor de kiezers — wel een boeiende blik op het populisme. 

Beeld Tzenko Stoyanov

Commentator Martin Wolf van de Financial Times constateerde in 2014 dat de belangrijkste verandering die de kredietcrisis teweeggebracht heeft een intellectuele is. Omdat bijna alle economen bevangen waren door de ‘neoklassieke orthodoxie’, kwam die crisis voor hen als een volslagen verrassing. ‘Dit stelt de economische wetenschap voor oncomfortabele uitdagingen’, concludeerde Wolf. De doctrine van de vrije markt was een dwaalleer gebleken.

In hetzelfde jaar verscheen Kapitaal in de 21ste eeuw van Thomas Piketty. Hij toonde aan dat het rendement uit kapitaal groter is dan de economische groei en dat de kloof tussen vermogenden en werknemers dus steeds groter wordt. Piketty werd steenrijk en wereldberoemd, de marktjehova’s kropen onder hun bureau en de economie als wetenschap werd weer relevant.

Yascha Mounk: The People vs. Democracy – Why Our Freedom is in Danger and How to Save It

Harvard University Press; 393 pagina’s; € 27,99.

Ook politicologen staan voor ‘oncomfortabele uitdagingen’. Zij zitten er ook steevast naast. De Brexit en de verkiezing van Trump zijn daarvan slechts de pijnlijkste voorbeelden. De politicoloog Jan-Werner Müller wijst op de oogkleppen van zijn collega’s: ‘Vaak leek de diagnose van het populisme meer te maken te hebben met de politieke zorgen en angsten van de wetenschappers dan met de waarneembare verschijnselen.’

Het wachten was op de Piketty van de politicologie. Die dient zich nu aan in de persoon van Yascha Mounk, onderzoeker aan Harvard en columnist van Slate. Zijn diagnose van de crisis van de democratie, The People vs. Democracy, wordt in The Economist verwelkomd als ‘een bewonderenswaardige mix van academische expertise en politiek inzicht’ – en dat is niets te veel gezegd. Mounk werd in 1982 geboren in München uit een gezin met een Pools-Joodse achtergrond. Voordat hij naar de Verenigde Staten kwam, studeerde hij in Engeland en werkte hij in Frankrijk en Italië. Die achtergrond maakt dat hij het perspectief van een buitenstaander kan inbrengen in het oververhitte, door een obsessie met de duivelse Trump gedreven politieke gesprek.

Net als Piketty presenteert Mounk een eenvoudige stelling. De liberale democratie, zo lezen we in alle leerboeken, bestaat uit twee componenten die onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn: individuele vrijheid en de wil van het volk. Mounk constateert nu dat die twee componenten uit elkaar vallen in ‘democratieën zonder rechten’ (denk aan het Turkije van Erdogan) en ‘rechtsstaten zonder democratie’ (denk aan de Europese Unie met haar niet-gekozen Commissie, Eurogroep en ECB). ‘Terwijl politieke en economische elites in toenemende mate bereid zijn de invloed van het volk te beknotten met een beroep op de rechtsstaat’, schrijft Mounk, ‘eisen steeds meer kiezers dat het volk zelf beslist, al gaat dat ten koste van de rechten van minderheden.’

Mounk herinnert ons eraan dat Erdogan aan de macht kwam met de belofte de ondemocratische elementen in het Turkse systeem, die in stand werden gehouden door een seculiere elite en het leger, te elimineren. In plaats van de democratie te bestrijden, wilde hij de stem van het (moslim)volk juist luider laten klinken. Meer democratie dus in plaats van minder, zegt Mounk. Eenmaal aan de macht heeft Erdogan, door het arresteren van opposanten, journalisten en rechters, Turkije niet ondemocratisch gemaakt, maar wel minder liberaal. Hetzelfde geldt voor illiberale democratieën als Polen, Hongarije of India.

Boek van de week

Yascha Mounk laat in The ­People vs. ­Democracy zien hoe populisten de democratie kunnen ondermijnen. Een boek dat voor de politicologie net zo baanbrekend is als Thomas ­Piketty’s Kapitaal in de 21ste eeuw voor de economische wetenschap. 

Maar het kan verkeren, erkent Mounk. Aanvankelijk zijn de volkstribunen populair en voeren ze een beleid waarvoor brede steun onder de bevolking bestaat. Na verloop van tijd worden ze vaak minder populair en willen ze hun macht toch niet opgeven. Om een nederlaag bij de stembus te voorkomen, veroordelen ze alle politieke oppositie als het werk van verraders van binnen en van buiten. Door vrije en eerlijke verkiezingen te saboteren en de oppositie te criminaliseren lopen illiberale democratieën dan ook een groot risico te ontaarden in autocratieën.

De briljante ingeving van Mounk is zijn typering van die andere component van liberale democratieën als ‘rechtsstaten zonder democratie’. Steeds meer beleidsbeslissingen die het leven van burgers raken, worden buiten het domein van de kiezers genomen. Denk daarbij aan de verplichtingen die uit internationale verdragen voortvloeien en aan de uitdijende invloed van centrale banken op de wereldeconomie. Economische elites en specifieke belangengroepen hebben veel meer invloed op het beleid dan massaorganisaties als vakbonden.

De parlementariërs zelf identificeren zich niet meer met hun oorspronkelijke achterban, maar met de hoogopgeleide, kosmopolitische middenklasse waartoe ze zijn gaan behoren. Voor hun verkiezingscampagnes zijn ze vaak afhankelijk van rijke geldschieters die graag een tegenprestatie verlangen. Mounk haalt een Brits onderzoek aan waaruit blijkt dat politici die verkozen worden in het Lagerhuis vooral na hun politieke carrière hun zakken weten te vullen door het lucratieve netwerk dat ze hebben opgebouwd. Gekozen Conservatieven bleken bij hun dood twee keer zoveel vermogen te hebben opgebouwd als partijgenoten die het in hun kiesdistrict net niet hadden gehaald.

Het wantrouwen van de kiezers zal niet snel verdwijnen, analyseert Mounk. Ter verklaring van de instabiliteit van het bestel noemt hij drie hoofdoorzaken. In de eerste plaats heeft economische stagnatie de belofte gebroken dat wie zijn best doet, vooruit zal komen. Dat onze kinderen het beter krijgen dan wijzelf, is verre van vanzelfsprekend. In plaats daarvan neemt de maatschappelijke ongelijkheid alleen maar toe.

Ten tweede is er de opstand tegen etnisch en cultureel pluralisme als gevolg van heftige immigratiegolven. Vanuit zijn eigen kosmopolitische achtergrond was Yascha Mounk verrast door de hardnekkigheid van nationale culturele tradities in de landen waar hij heeft gewoond. Maar je moet er wel rekening mee houden in je migratiebeleid.

In de derde plaats tasten sociale media het functioneren van de gevestigde media als filters tegen extremisme en nepnieuws aan ten faveure van onrust door ‘laptop warriors’. Digitale technologie stelt buitenstaanders als Trump of Beppe Grillo in staat hun eigen politieke beweging op te bouwen en de geloofwaardigheid van hun politieke vijanden te ondermijnen.

Yascha Mounk praat het populisme niet goed. Integendeel, hij wil het juist onschadelijk maken. Het is daartoe onontbeerlijk de zwakke plekken van de liberale democratie in kaart te brengen. Dat doet deze jonge onderzoeker zeer overtuigend. 

Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.