postuum

B.B. King groeide uit tot de verpersoonlijking van de blues

Iedereen die wel eens een bluessolo op gitaar heeft gespeeld is schatplichtig aan B. B. King. Hij kon een tekst zo brengen dat het zelfs in een vol stadion leek of je bij hem thuis aan de keukentafel zat waar hij zijn hart luchtte, of je voorzag van vaderlijk advies. Gisteren overleed de blueslegende op 89-jarige leeftijd.

B.B. King tijdens een optreden op 16 februari 2007 in het Amerikaase Salisbury (Maryland). Beeld ap

'Wees aardig voor anderen, jongen. Dan zijn ze ook aardig voor jou,' zei B.B. Kings moeder op haar sterfbed toen hij negen jaar oud was. Tijdens zijn ruim zeventig jaar durende carrière heeft de bluesgitarist volgens dit motto geleefd; een exceptie in de verraderlijke muziekbusiness. Het heeft King meer succes opgeleverd dan enige andere bluesmuzikant, mede dankzij de geniale manager Sid Seidenberg die hem vanaf de jaren zestig uit de wind hield. En natuurlijk dankzij Kings waanzinnige spel, waarvan geen enkele elektrische gitarist van de afgelopen halve eeuw de invloed kan ontkennen.

B.B. King op 26 februari vorig jaar in San Rafael, Californië. Beeld photo_news

Gunfactor

Kings gunfactor is zowel onder publiek als collega's altijd extreem hoog geweest. Toen hij bij een auditie zijn vervaarlijke collega Howlin' Wolf verstootte van zijn vaste clubgig en daarna hoorde hoe goed Wolf eigenlijk speelde weigerde hij diens plaats in te nemen. Maar de grillige Howlin' Wolf zette met liefde een stap opzij.

Riley B. King kwam toen vers van de katoenplantage, waar hij vanaf zijn zevende werkte. Op zijn vijftiende stopte hij met school, op zijn zestiende had hij zich opgewerkt tot tractorchauffeur op de plantage - een relatief prestigieus baantje. Zonder moeder en vader, de laatste was vertrokken toen hij vier was, groeide Riley op bij zijn oma. Bij zijn tante hoorde hij op de opwindbare platenspeler bluesgitaristen als Lonnie Johnson en Blind Lemon Jefferson. Hij zong in de kerk en op zaterdagmiddagen op straat. Bij gospelliedjes gaven mensen niks, bij bluesnummers stroomden de tips binnen. King vertrok naar zijn neef Bukka White in Memphis, die hem de fijne kneepjes van de bluesgitaar leerde.

B.B. King in 2008 Beeld ap

Levenslust

B.B. King groeide uit tot de verpersoonlijking van de blues, hoewel zijn muziek altijd een flinke vleug gospel bleef bevatten, naast elementen jump 'n' jive, country en rock 'n roll. Zijn door de jaren steeds dieper wordende tenor met karakteristiek vibrato zat vol energie en levenslust. Hij kon een tekst zo brengen dat het zelfs in een vol stadion leek of je bij hem thuis aan de keukentafel zat waar hij zijn hart luchtte, of je voorzag van vaderlijk advies.

En dan was er het geluid van die Gibson ES 355 genaamd Lucille, op karakteristieke wijze met de hals schuin omhoog op zijn buik gevleid. Teder en dwingend helder tegelijk, rauw en blij. Die bekende, zo vaak geïmiteerde omhoog gebogen noten klonken bij B.B. King hartgrondig gemeend. Ook de laatste jaren, tijdens de vele 'afscheidstournees' die hem langs de grote zalen en festivals voerden. Nee zeggen tegen een optreden zat niet in Kings aard. Meer dan driehonderd per jaar gaf hij er geruime tijd. Zijn band reizend in een omgebouwde Greyhoundbus, hij in een Caddilac met chauffeur.

Beeld afp

Reclame

Er zijn weinig producten waar King geen reclame voor heeft gemaakt. De schoorsteen moest roken. Met drank en drugs heeft King zich nauwelijks bezig gehouden, vrouwen en casino's konden op zijn onverdeelde aandacht rekenen. King woonde decennia in Las Vegas - hetgeen hem naar eigen zeggen grotendeels van zijn gokverslaving af hielp - en laat vijftien kinderen na bij vijftien verschillende vrouwen. Allemaal goed verzorgd, zoals hij ook altijd royaal was naar zijn bandleden. Hoewel hij soms hun salaris terugwon met gokken op regendruppels op het raam van de tourbus.

King heeft zichzelf nooit een geweldige gitarist gevonden. Hij had het idee dat hij harder moest werken dan anderen. Jazzgitaristen als George Benson en Kenny Burrell en zijn navolger Eric Clapton, die konden het pas echt, vond hij.

Beeld afp
Beeld reuters

Opleving

Zoals wel meer Amerikaanse rhythm 'n' blues-helden beleefde King in de jaren zestig een opleving dankzij de rocksterren die de jeugd wezen op hun voorbeelden. In 1967 speelde een overdonderde King voor het eerst voor een blank publiek in de Fillmore West in San Fransisco. Het kwam juist op het goede moment. Het zwarte publiek had zich in navolging van de burgerrechtenbeweging afgekeerd van de te zeer aan het slavenverleden herinnerende blues.

Nadat King in 1970 een pophit scoorde met een rijkelijk van violen voorziende versie The Thrill Is Gone is hij nooit meer weg geweest. Hoewel zijn beste platen stammen van decennia terug (Live at the Regal, Lucille, Live in Cook County Jail, Indianola Mississippi Seeds) is King altijd zichzelf gebleven en waren zijn optredens ijzersterk, steevast met goede bands in royale bezetting. Gitarist Joe Bonamassa werd groot door als tiener veelvuldig in het voorprogramma van King op te treden. In 2008 doorbrak B.B. King verrassend de tendens van gezellige samenwerkingen met sterren met de donkere plaat One Kind Favor, één van zijn beste.

Wie denkt dat blues saai is luistert maar eens goed naar B.B. King. Bij hem klonk het altijd of de blues nog maar net was uitgevonden, sprankelend van energie.

Beeld ap
Beeld afp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden