Interview Aya Nakamura

Aya Nakamura over haar megahit Djadja: ‘Die tekst, dat is gewoon wie ik ben’

Djadja was dit jaar het favoriete nummer van Ronnie Flex, de eerste Franstalige nummer-1-hit sinds Edith Piaf, FunX Song Van Het Jaar én een hype tot profvoetballers aan toe. Maar waar gaat het nummer nou over, Aya Nakamura?

Beeld Valentina Vos

Zo’n hit die niemand zag aankomen, maar die toch lekker lang bleef nagalmen. ‘Oh, Djadja. J’suis pas ta catin, Djadja.’

Ook omdat aanvankelijk, toen Djadja van Aya Nakamura begin augustus op zomerse luchtstromen de Nederlandse hitlijsten kwam binnenzeilen, niemand echt begreep waar dat nummer nu precies over ging. Djadja? Ik ben niet je catin, Djadja? Wat betekent ‘catin’ eigenlijk? Slet of zoiets?

De spraakverwarring was onderdeel van de lol, bij Djadja. Je kon er zo leuk een taalspel van maken, met de Franse tekst voor je neus proberen iets van dat nummer op te steken. Dat deden de Franse luisteraars trouwens ook. In Frankrijk begon de opmars van Djadja als zomerhit, en ook daar werden de tekstfragmenten als puzzelstukken aan elkaar gelegd en weer uit elkaar gehaald.

Djadja was dus ook de verwarrendste hit van het jaar, die tussen de bedrijven door in Nederland ook nog de eerste Franstalige, door een Franse zangeres gezongen nummer-1-hit werd na Édith Piafs Non, je ne regrette rien uit 1961. Toeval bestaat niet: als je lang studeert op die twee ogenschijnlijk mijlenver van elkaar verwijderde liedjes, moet je toch constateren dat ze allebei eigenlijk over hetzelfde gaan. Over zaken uit het verleden die de toekomst niet in de weg mogen staan. Maar daarover mag gedebatteerd worden.

Als we Aya Nakamura (23) ontmoeten in Rotterdam, rond een horecacomplex en foodhall op de Kop van Zuid, blijkt dat de zangeres de misverstanden rond haar muziek graag in ere houdt, om niet te zeggen cultiveert. Het leven, en zeker het liefdesleven, is tenslotte ook tamelijk verwarrend en liedjes over de liefde mogen best een beetje mistig zijn.

‘Nee joh, dáár gaat het nummer niet over’, zegt Nakamura ineens, als we een armzalige poging wagen een stukje tekst, iets over een ‘catchana’, te duiden. Het woord ‘catchana’ blijkt een soort Frans straattaalwoord te zijn voor sociale media, waarin ook nog een seksuele toespeling zit. Ironie en zo, uitsluitend waarneembaar voor ingevoerden. ‘Geeft niet hoor’, zegt Nakamura daarna, met een nauwelijks waarneembaar geniepig lachje. Het is ook lastig.

Lied van het Jaar

Aya Nakamura, geboren in de Malinese stad Bamako in 1995 maar datzelfde jaar nog met de hele familie vertrokken naar de Parijse buitenwijken, is in Rotterdam om een rondje te maken langs de radiozenders die haar vanaf het begin op de schouders hebben genomen. Langs Radio 538 en vooral ‘urbanzender’ Funx, de zender die Djadja vorige maand uitriep tot Lied van het Jaar – geheel terecht natuurlijk.

Beeld Valentina Vos

Als we aan een tafeltje zitten ergens op een hoge verdieping van een oud pakhuis, met uitzicht op de Rijnhaven, laat Nakamura meteen merken dat ze de stormachtige ontwikkelingen rond Djadja niet met overdreven veel belangstelling heeft gevolgd. ‘O, is het hier echt een hit geweest joh? Leuk!’ Dat haar videoclip in Nederland verscheen met vertaling, en dat ‘influencers’ als Ronnie Flex en Famke Louise Djadja via hun mediakanalen viraal hebben laten gaan, was Nakamura ook niet verteld. ‘Wie zijn dat dan, Famke en Ronnie? Zijn ze invloedrijk op sociale media? Hoeveel volgers? Wat leuk dan, dat ze mij hebben gesteund.’

Nog even over dat liedje, en die Djadja die het leven van Aya Nakamura ingrijpend heeft veranderd. Het is een behoorlijk pissig lied, zegt Nakamura, over een vrouw die tegen een jongen (bij)genaamd Djadja zegt dat die een keer normaal moet doen en ophouden met het via de smartphone verspreiden van roddels en bedgeheimen. Zeker als die veronderstelde avonturen tussen de lakens helemaal niet hebben plaatsgevonden.

Slutshaming

‘Ja, dat ben ik dus helemaal zat. Omdat het heel veel vrouwen overkomt. Jongens die doen aan slutshaming, die leugens verspreiden over vrouwen. In het nummer zeg ik tegen deze Djadja dat ik met hem wil praten, een persoonlijk onderhoudje wil hebben zonder telefoons in de buurt. Omdat er iets niet helemaal goed gaat.’ Djadja mag wel oppassen, Nakamura is naar hem op zoek. ‘Putain mais tu déconnes, c’est pas comme ça qu’on fait les choses’, zingt ze. ‘Verdomme, je lult maar wat, zo doe je dat toch niet?’

Het is een groot, zeer hedendaags probleem volgens Nakamura. Dat ge-eikel via whatsappgroepen, het geroddel, zéker ook door jongens. ‘Het erge is dat bij dit soort lastercampagnes, waarbij jongens ook graag stoer willen doen door te zeggen met wie ze allemaal naar bed zijn geweest, sprake is van omgekeerde bewijslast. Als zo’n verhaal eenmaal rondgaat, is het bijna niet meer te ontkennen. Je moet als vrouw dan kennelijk gaan bewijzen dat je niets slechts hebt gedaan. Ik ben daar klaar mee.’

Dat Nakamura haar onvrede over maatschappelijke ontwikkelingen uit in een liedtekst, en ook nog eens in een lied dat de doelgroep zonder omhaal van woorden aanspreekt, is niet zo verwonderlijk. Nakamura komt uit een familie van Malinese zangers en zangeressen oftewel ‘griotten’, die al in het oude Mali rondtrokken met gezongen verhalen. Waarvan je iets kon opsteken.

Taal van de straat

Nakamura spreekt de taal van haar directe omgeving, in de banlieues boven Parijs. ‘Daarom is het nummer denk ik zo groot geworden’, zegt ze. ‘De al wat oudere Fransen begrepen er misschien weinig van, maar mijn vrienden en vriendinnen des te meer. Toen ik het nummer eerst zelf had verspreid via mijn sociale media kreeg ik gelijk berichten binnen, eerst van mijn vriendinnen. Je zegt waar het op staat, zeiden ze. Zeg het ze maar. Maar daarna kwamen ook de reacties van jongens, die vonden het toch ook wel leuk. Ik denk omdat ze de zinnen grappig vonden, en de manier waarop ik ze aansprak, in klare taal van de straat.’

Beeld Valentina Vos

Djadja werd in Frankrijk, en daarna Nederland, een kleine mediahype. De voetballers van het Franse elftal adopteerden het nummer als een van de strijdliederen tijdens het WK. Spelers maakten filmpjes en foto’s voor Instagram, waarop ze gebaren uit de videoclip van Djadja nadeden: een handje met uitgestoken duim en wijsvingers naast het hoofd, als een telefoongebaar – Ajacied Hakim Ziyech vierde zijn doelpunten ermee. Dat handgebaar werd bijna een soort protestsignaal, zo van: laat die telefoon eens met rust mannetje, en denk na over wat je wilt delen.

Nakamura vindt het prachtig, en ook dat Djadja nu via Frankrijk en Nederland onderweg is als grote hit, van Roemenië tot Tsjechië en zelfs richting Azië. Maar zo grondig had zij zelf helemaal niet over Djadja nagedacht. ‘Die tekst, dat is gewoon wie ik ben. Ik flapte het eruit. Maar ik denk intussen ook wel echt dat vrouwen meer voor zichzelf op moeten komen. Dat ze hun eigen keuzes gaan maken en niet altijd maar afhankelijk willen zijn van een kerel. En afwachten wat hij ervan vindt. Dat gebeurt nog veel te vaak. Ja, in Mali, waar Djadja nu ook vaak gedraaid wordt op de radio. Maar ook in Frankrijk en Nederland en in heel de wereld. Bij dit probleem is er bijna geen geografisch onderscheid hoor, mannen vinden óveral nog steeds dat vrouwen ondergeschikt aan ze zijn. Hou toch op.’

‘Dit ben ik’

Er is nog iets dat Djadja zo bijzonder maakt en in geografisch opzicht door alle grenzen laat schieten. De muziek natuurlijk, even los van de spraakmakende tekst. Die klinkt heerlijk cultureel wanordelijk en daardoor behoorlijk vrijgevochten. In Djadja en in alle nummers van Nakamura’s plaat Nakamura horen we Congolese gitaartjes uit het rumbatijdperk, naast Malinese harpen en straffe hiphopbeats en baslijnen uit de laptop en synthesizer. Afrikaanse pop dus met een bodem van Amerikaanse hiphop en r&b, en gladde Latijns-Amerikaanse reggaeton.

Beeld Valentina Vos

Maar ook over die machtige mix praat Nakamura alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. En ze kijkt erbij alsof ze niet begrijpt waarom iedereen nu zo ingewikkeld loopt te doen over haar muziek: ‘Tsja, dit ben ik. Ik kom uit Mali. Thuis draaien we Malinese muziek. Maar als ik de deur uitloop en met mijn vrienden de wijk inga, hoor ik hiphop en r&b. Toen ik met mijn vrienden voor het eerst muziek ging maken, thuis met een laptop, kwam dit eruit. Dat is toch logisch? Als het goed is, klinkt je muziek als wie je bent.’

Dat de frisse Afrikaanse pop van nieuwe sterren als Wizkid, Mr. Eazi en nu ook Aya Nakamura de laatste jaren internationaal doorbreekt, is volgens Nakamura net zo kraakhelder te verklaren. ‘Afrika is een onderdeel van de wereld, dus hoor je de wereld in de Afrikaanse pop. De muziek verspreidt zich op een andere manier dan twintig jaar geleden. Iedereen kan nu via internet álle muziek oppikken, vanuit de hele wereld. Ik denk dat wij bewijzen dat muziek eindelijk echt geen grenzen meer heeft.’

Mode & Karma

Aya Nakamura werd op 10 mei 1995 in Bamako geboren als Aya Danioko, in een familie van Malinese musici. Een paar maanden na haar geboorte emigreerde de familie Danioko naar Frankrijk, om te gaan wonen in de Parijse banlieue Aulnay-sous-Bois. Aya volgde een mode-opleiding maar ging vanaf haar 16de muziek maken met wat vrienden.

Haar eerste liedjes Karma en J’ai mal verspreidde zij op haar eigen socialemediakanalen, en daar kreeg zij steeds meer volgers. De track Brisé uit 2015 werd op YouTube al tientallen miljoenen keren bekeken, maar Nakamura brak dit jaar wereldwijd door met de hit Djadja.

Aya Nakamura noemt zich naar het personage Hiro Nakamura, uit de Amerikaanse tv-serie Heroes. Nakamura: ‘Niet om een diepzinnige reden. Ik vond Nakamura gewoon mooi klinken, samen met mijn voornaam Aya.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.