Avondvierdaagse van de dance

Loveland in Amsterdam begon als een bescheiden dansfeestje maar is uitgegroeid tot massavermaak...

AMSTERDAM Wanneer je voetje voor voetje dicht opeengepakt naast elkaar schuifelt op weg van de ene kant van het terrein naar de andere kant, besef je dat een festival het punt heeft bereikt dat in de buurt komt van massaal. Het overkomt de bezoekers van Loveland zaterdagmiddag op het terrein van het Sloterparkbad in Amsterdam.

In 2006 begon het festival bescheiden voor vierduizend man, op de vierde editie is dat aantal bijna vervijfvoudigd: de teller van het uitverkochte dancefestival stond zaterdag op 19 duizend bezoekers.

Loveland is de feestorganisatie van Marnix Bal (zelf ook dj en producer) waarmee hij sinds 1995 diverse clubavonden organiseert als T-Dansant, Rise en Fire!, die op het festival elk met een eigen podium vertegenwoordigd waren.

Dat de organisatie het potentieel van het festival zo veel mogelijk wil uitbuiten, kun je haar niet kwalijk nemen, maar of de bezoeker er zo blij mee is? De intimiteit aan het water van het Sloterpark van vorig jaar heeft plaatsgemaakt voor een festival waar de stappenteller overuren draait. Om ruimte te bieden aan een extra podium is het terrein dit jaar uitgebreid en opnieuw ingericht. Zeven podia biedt Loveland nu, een meer dan vorig jaar, en je bent zeker een kwartier bezig om van dj Sander Kleinenberg op het Fire!-podium naar Erick Morillo bij podium zes te komen.

Hoewel Loveland als een soort speeltuin voor volwassenen genoeg ander vertier bood (van paaldansen tot pikante voorleessessies of dansen met een koptelefoon op bij de stille disco), is het bovenal een dansfeest waar het niet gaat om de laatste hype maar om kwaliteit. Dat betekent geen al te gecompliceerde of te harde dancestijlen maar house, warme techno en een beetje electro, voor de dansliefhebber van in de 30.

Die heeft met een line-up van zeventig gerenommeerde dj’s uit binnen- en buitenland een luxeprobleem. Het avondvierdaagse-gevoel in de benen aan het eind van de dag is maar deels te wijten aan de omvang van het terrein. Het is tot aan het begin van de avond veel heen en weer lopen, op zoek naar een bevredigend optreden.

De wat lauwe sets van dj’s in halfvolle tenten zijn er debet aan dat het gros van het publiek ’s middags kiest voor de zon bij de twee buitenpodia of landerig in het gras zit. Zo benut in de Rise-tent de flegmatieke Carl Craig rond vier uur met een routineus optreden niet de goede voorzet die voorganger Stacey Pullen hem in het slot van zijn set geeft. En is het optreden van houselegende Robert Owens – ooit de beste vocalist in de dance genoemd – een wat schamele vertoning.

Dat een andere legende, Kevin Saunderson, in zijn ‘classic’-set met nummers van Stardust en Robin S net iets te veel inkoppertjes draait, zij hem vergeven na het liveoptreden met twee zangeressen van zijn Inner City, een van Saundersons aliassen waarmee hij eind jaren tachtig onder meer de danceklassieker Good Life scoorde.

Loveland toont zijn potentie wanneer tegen de avond alle ingrediënten voor een goed festival uiteindelijk synchroon lopen: een gemoedelijke sfeer op de volle dansvloeren, met goede sets van onder anderen Joris Voorn, Erick Morillo en de Fransman Sébastien Léger op een prachtlocatie.

Groter en meer is niet altijd beter; als Loveland zich dat gaat realiseren, zou het een van de prettigste zomerse dancefestivals voor de oudere jongere kunnen worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden