Column Kunst volgens Pontzen

Autonome kunst is als een vis op het droge

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, ­muziek, theater of beeldende kunst.

Rutger Pontzen. Beeld Berto Marinez

Stelling: Autonome kunst is dode kunst

Het blijft een memorabele uitspraak van de Duitse performancekunstenaar Ulay: ‘Aesthetics without ethics are cosmetics.’ Wat hij maar wilde zeggen: dat elke artistieke uiting altijd een morele is, wil het niet in holle retoriek verzanden. Zulke woorden kan je alleen maar met uitbundig en langdurig ja-knikken beamen.

Ik moest eraan denken bij het lezen van het laatste nummer van BBK Magazine, het lijfblad voor de Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars, waarin de redactie een aantal artikelen publiceerde over de combinatie kunst & ethiek, over de vraag of kunstenaars een boodschap moeten uitdragen, hoe om te gaan met censuur of de neiging tot zelfcensuur, hoe goed of fout een kunstwerk kan zijn, en dat soort prangende gewetensvragen. 

Bottom line in de hele kwestie is de vraag in hoeverre kunst geëngageerd kan zijn. Of een kunstwerk waarde heeft om zijn morele of juist zijn autonome kwaliteiten. En of het maken, bekijken en waarderen van een kunstwerk een aangelegenheid is die los staat van wat er in de buitenwereld aan zingeving en betekenisvorming gaande is.  

Het is al tijden een heftig debat. 

Je kan daar heel ingewikkeld over doen en subtiel over nadenken en zo’n kwestie van meerdere kanten bekijken. Dat kunstenaars zich maar beter niets van ethische zaken kunnen aantrekken, geen boodschap moeten uitdragen, zich niet door maatschappelijke vragen moeten laten leiden. En dat ze zich, want dat is veelal de onderliggende gedachte, alleen moeten richten op hoe je een boom schildert, een vage vlek op het doek zet, de rimpeling in het water fotografeert, een stukje hout polijst, en het daarbij moeten laten.

Niet dus. 

Ook de meest abstracte vlek is een ethische uitspraak en de meest elementaire kleurencombinatie een maatschappelijke mededeling. Denk maar aan het Zwarte Vierkant van Malevitsj of het rood-geel-blauw van Mondriaan, de zweverige kleurvlakken van Rothko.  Wie bij de waardering daarvoor de politieke, maatschappelijke dan wel spirituele betekenis vergeet, heeft niet alleen poep in zijn ogen, maar ook shit for brains, om David Lynch te parafraseren.  

Om de volgende eenvoudige reden: dat alle kunst geëngageerde kunst is, en elk kunstwerk een betrokken kunstwerk is. Dat autonome kunst niet bestaat, net zo min als een autonome blik. Alles is gerelateerd aan de wereld daaromheen; aan de werkelijkheid daarbuiten. 

Het gaat niet om de vraag hoeveel invloed de samenleving op kunst mag hebben, zoals ik in het magazine las, maar om het onderkennen dat de samenleving altíjd invloed heeft op kunst. En dat die invloed niet per geval en voor de gelegenheid uitgeschakeld kan worden. 

Je hoeft niet gelijk in een #MeToo-discussie verzeild te raken, met Guerrilla Girls ten strijde te trekken of je à la Tinkebell het leed der dieren aan te trekken, om te beseffen dat alle kunst een maatschappelijke component heeft. Dat er horden kunstenaars zijn die in hun hang om de wereld te redden, of op zijn minst een andere kant op te laten draaien, de meest deerniswekkende tekeningen, schilderijen en beelden maken, doet daar niets aan af.  

Je kunt kunst niet isoleren van de omgeving waarin hij is gemaakt, net zo min als je de kunstenaar of toeschouwer los kan weken uit de wereld waarin hij leeft. Autonome kunst is als een vis op het droge: die leeft niet lang. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.