Column Herien Wensink

Auteursrecht is mooi, maar toneel mag niet gemuilkorfd worden

Wekelijks neemt Bor Beekman, Robert van Gijssel, Merlijn Kerkhof, Rutger Pontzen of Herien Wensink stelling in de wereld van film, muziek, theater of beeldende kunst.

Slapeloze nachten, blinde paniek. Ben je een jonge, idealistische theatermaker aan het begin van je carrière, krijg je het aan de stok met een auteursrechtenbureau. Brieven van advocaten, dreiging met boetes. Het overkwam regisseur Eline Arbo en haar acteurs in mei met de voorstelling De rechtvaardigen, oftewel Les justes van Albert Camus (1949), over een groepje Russische revolutionairen anno 1905, die worstelen met de morele consequenties van hun geplande terreuraanslag.

De Toneelschuur, producent van de voorstelling, had natuurlijk netjes de rechten verworven. Maar Arbo speelde niet gewoon het stuk: ze liet de acteurs uit hun rol stappen en reflecteren op hun eigen leven en (verlangen naar) revolutionair elan. Een begrijpelijke poging om de thematiek dichterbij te brengen. Maar de erven Camus gingen met zo’n ingrijpende bewerking niet akkoord en de rechten werden ingetrokken.

De rechtelozen, was het toen even.

Arbo en de acteurs lieten het er niet bij zitten, gingen terug het repetitielokaal in en kwamen er met een betere voorstelling weer uit. Met een nieuwe titel: De revolutionairen, nu ‘geïnspireerd op het gedachtegoed van Camus’. En met de ingewikkelde verhouding tussen auteursrecht en artistieke vrijheid als onderwerp. Hoe kun je als theatermaker Camus’ gedachtegoed relevant houden, als je er niets aan mag veranderen?

De ironie wil dat de ‘twist’ aan het eind in de eerste versie weliswaar goed bedacht was, maar te weinig opleverde. Vijf acteurs die worstelen met hun eigen engagement in tijden van Facebookpetities – tja.

NRC Handelsblad schreef plagend: ‘Dit gesprek klinkt als een vergadering die de makers wellicht voor het spelen van het stuk hadden kunnen houden – om te besluiten dat ze een andere tekst gingen spelen.’

In die zin is het protest van de erven Camus voor de makers een zegen. Plots staat er voor deze jonge kunstenaars echt iets op het spel. Er is iets om voor te vechten: artistieke vrijheid. En er zijn – net als bij die revolutionairen uit 1905 – diverse posities om in te nemen in die strijd. Net als in de eerste versie worden die belichaamd door de personages. Stepan (Chiem Vreeken) is compromisloos en onbuigzaam (‘we worden gemuilkorfd!’), Janek (Matthijs IJgosse) gewetensvol en genuanceerd. Daarmee worden de vragen van Camus geloofwaardig naar deze tijd verplaatst en manifesteert zich bovendien een actueel dilemma dat deze productie overstijgt: moet je repertoire slechts conserveren, verliest het kunstwerk dan niet juist zijn zeggingskracht?

Dat dilemma werd eerder door De Warme Winkel slim aangekaart in hun sublieme re-enactment van Pina Bausch’ voorstelling Café Müller, in De Warme Winkel speelt De Warme Winkel

De essentie van kunst – absolute vrijheid – en het idee van eigendom lijken moeilijk verenigbaar. Bovendien, en daarop wijzen ook de acteurs in De revolutionairen, kan de geest van een kunstwerk of het gedachtegoed van een kunstenaar, nogal verschillen van wat rondom diens nalatenschap juridisch is vastgelegd. Of sterker: daaraan tegengesteld zijn. In De revolutionairen wordt aannemelijk dat dit ook geldt voor het werk van Camus. Dat levert interessante denkstof op. En een urgente voorstelling.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.