Aukelien Weverling gaat gebukt onder haar eigen ambities

In alle steden, de vierde roman van Aukelien Weverling, gaat gebukt onder de ambitie van de schrijver. Het wil een waarschuwend pamflet over welvaartsverdeling zijn, een expositie van vernuftige toekomstvoorspellingen én een gelaagde karakterstudie.

Bo van Houwelingen
null Beeld
Beeld

Dystopieën, het zijn net gewone samenlevingen. Het volk wordt altijd gemend door een hogere macht. In de vierde roman van Aukelien Weverling (1977), In alle steden, is dat eenvoudig: sinds een digitale revolutie is iedere burger goed te monitoren.

Wie boodschappen doet, moet eerst zijn Staatskaart laten scannen zodat niemand zich onbelast te buiten kan gaan aan vet eten of alcohol. Het ministerie van Volksvertrouwen houdt alle onlinecommunicatie in de gaten. Iedereen die tegen 'de moraal' ingaat zou zomaar eens een bezoekje kunnen krijgen van 'De Verbetering'; een onzachtzinnige politie-eenheid.

Het is duidelijk dat Weverling plezier heeft beleefd aan het op smaak brengen van haar onheilspellende samenleving, met vondsten als de 'kerstbomentax', het schoolvak 'digitale talen' en maatpakken met hartmeters. Maar in wezen gaat de roman over iets minder frivools: de kloof tussen arm en rijk.

Een niet bij naam genoemde grote stad is opgedeeld in wijken. Dat de A-wijk voor de superrijken is en de G-wijk vol krotten staat laat zich raden. Niet bijster origineel, wel effectief: het toont de ladder der sociale mobiliteit.

Held van het verhaal, Bennie, wordt geboren in de naargeestige F-wijk maar blijkt pienter genoeg om naar het 'Breed Onderwijs' (een soort vwo) te kunnen en droomt ervan architect te worden. Maar omdat het leven oneerlijk is - zeker als je uit 'de F' komt - krijgt niet hij maar zijn onnozele vriend Basel de onontbeerlijke studiebeurs.

Bennie schopt het nog tot journalist en mag naar de keurige middenklassewijk C verhuizen. Maar als hij een stuk online zet over armoede, ongelijkheid en vrijheid wordt hij ontslagen en is terug bij F.

In alle steden

fictie
Aukelien Weverling
In alle steden
Meulenhoff; 256 pagina's; euro 19,99.

Weverlings ijver ligt er dik bovenop in verhaspelde gezegden en een lyrisch volksjargon. Het gefröbel levert onhandelbare zinnen op: 'Het was lang wachten tot ze zich daar aan de deur vertoonden, maar uiteindelijk werd er opengedaan door iemand die er bepaald geen kwaad aan zou doen zich eens aan een gul sopje te wagen, maar mooi dat ik er niks van zei, want dat er wel een goede reden voor zou zijn waarom die kerel gestopt was zichzelf te wassen.'

De roman gaat gebukt onder de ambitie van de schrijver. Het wil een waarschuwend pamflet over welvaartsverdeling zijn, een expositie van vernuftige toekomstvoorspellingen én een gelaagde karakterstudie. Hogere macht Weverling had in In alle steden de teugels meer mogen laten vieren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden