Review

Atjeh is een voorbeeldige mix van reisverslag en historie

Boek (non-fictie) - Anton Stolwijk, Atjeh

Anton Stolwijk, Atjeh.

'De straf van de heer van het heelal hangt jullie boven het hoofd. Jullie Nederlanders zullen Atjeh moeten verlaten, jullie soldaten zullen gevangen genomen worden, jullie spullen zullen buitgemaakt worden - en dat alles door Atjese moslims, die arm zijn en zwak. En het ergste is nog wel de straf die jullie in het hiernamaals te wachten staat!'

Anton Stolwijk, Atjeh. Prometheus; 300 pagina’s; €19,95.

De assistent-resident van Atjeh, Van Langen, moet vreemd hebben opgekeken. Het was 1880. De oorlog in Atjeh was zeven jaar oud, en wat hem betrof bijna voorbij. De alom bewonderde generaal Van Heutsz had de sultan verjaagd en zijn paleis veranderd in een Nederlandse vesting. Het land keerde langzaam terug naar normaal - en dan was er ineens deze oorlogsverklaring.

In de maanden daarna doken veel meer van dat soort teksten op. Jongeren worden opgeroepen te vechten tot de dood. Ouderen moesten geld en goederen afstaan voor de strijd. Wat begonnen was als een simpele militaire operatie, gericht op de verovering van de strategische haven van Banda Atjeh, was voor de Atjeeërs nu een Heilige Oorlog.

De Atjeh-oorlog, de belangrijkste en bloedigste van de vele koloniale oorlogen in Nederlands-Indië, zou nog vele decennia duren. Decennia waarin de Nederlandse strategie voortdurend veranderde, zonder dat er zicht kwam op vrede. De haat jegens de blanke bezetters zat te diep. Zelfs na 1920, na enige tienduizenden doden, nadat Atjeh redelijk gepacificeerd leek, was het leed nog niet geleden. Zelfmoordaanslagen veroorzaakten een permanente crisissfeer. Zo'n driehonderd Nederlanders én Atjese daders kwam daarbij om het leven.

Na de Nederlanders kwamen de Japanners. Daarna was er de Republiek Indonesië. Steeds opnieuw weigerden de Atjeeërs zich lijdzaam te onderwerpen. Een paar jaar geleden verleende Jakarta een zekere autonomie aan de provincie en sindsdien is het rustiger. Maar het verleden leeft voort. Wanneer Anton Stolwijk als eregast van een geschiedenisclub uitlegt dat de Atjeh-oorlog in Nederland vrijwel vergeten is, bitst een meisje hem vanuit de zaal toe: 'Vergeten! Dat noem ik nou eens imperialistische arrogantie!'

Atjeh is een voorbeeldige mix van reisverslag en geschiedenis. Té voorbeeldig. Doordat Stolwijk het verhaal van de oorlog regelmatig moet loslaten, blijven de wreedheid, de blindheid en de blunders van het koloniaal gezag op een zekere afstand. Terwijl een harde confrontatie wellicht geen kwaad kan. We zijn die misdaden immers inderdaad bijna vergeten. En we zijn al helemaal vergeten dat wij Nederlanders, daar in Atjeh, het doelwit vormden van de eerste moderne islamitische zelfmoordaanslagen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.