Ateliers worden iets opener

Een formalistisch bolwerk, zo stond De Ateliers jarenlang bekend. Een plek waar kunst werd beoordeeld op grond van vakinhoudelijke criteria. Als galeriehouder, journalist of curator kwam je er niet binnen. Eindexamenexposities waren er niet. De achterliggende gedachte: zonder de hete adem van de kunstwereld in de nek, kunnen talenten zich ongestoord ontwikkelen.

Die werkmethode leidde de afgelopen decennia tot aansprekende resultaten. Veel oud-studenten hebben inmiddels naam gemaakt via internationale biënnales en exposities in vooraanstaande musea in binnen- en buitenland.

Ondanks het succes van de formule, betracht de postacademische instelling de laatste jaren toch iets meer openheid. Als onderdeel daarvan is De Ateliers in 2007 begonnen met een jaarlijkse eindexamenexpositie, Offspring, waarin werk is te zien van de ongeveer tien kunstenaars die jaarlijks afstuderen.

De expositie vindt nu voor de derde keer plaats. Een spannend moment. Want, wie weet, misschien zit er wel een nieuwe Marlene Dumas of Joep van Lieshout tussen. Oud-studenten, die het inmiddels hebben geschopt tot de Champions League van de kunstwereld.

Al wandelend door de ruime ateliers valt op dat het formalisme nog lang niet is verdwenen uit het monumentale pand aan de Stadhouderskade. Vooral bij de traditioneel goed vertegenwoordigde genres als beeldhouwkunst en schilderkunst gaat het vaak nog over klassieke vragen als: hoe componeer ik vlakken of materiaal tot een coherente tweedimensionale of driedimensionale compositie?

Af en toe levert dat iets interessants op. Zoals bij de intelligente, zelfbewuste sculpturen van David Jablonowski, inmiddels opgenomen in de stal van Galerie Fons Welters, die hem deze week presenteert op Art Amsterdam. Maar even zo vaak leidt het tot kunst die je als kijker totaal onberoerd laat (de schilderijen met krioelende slierten van Kate Bicât, de doeken met vale, groengele vlakken van Emine Gunduz).

De enige schilder die aan het dwingende, formalistische keurslijf weet te ontsnappen, Esiri Erheriene-Essi, komt weer niet los van haar voorbeelden Iris Kensmil en Daniel Richter, wiens prachtige Dog Planet (2002) ze bijna letterlijk kopieert in het schilderij The Hounds (2008).

Interessanter is dan de mediakunst. Bijvoorbeeld de video van Eliza Newman-Saul. Daarin hoor je hoe de kunstenares iedere nacht getuige is van een scheldpartij van haar benedenbuurman, die zich niets aantrekt van het feit dat hij buren heeft. Newman-Saul vraagt zich af wat er aan de hand kan zijn, en reflecteert met de video ondertussen op een actuele ontwikkeling in de maatschappij, waar de individualisering leidt tot egocentrisme.

Ook goed is het project van Ondrej Brody. Brody gaf een Chinese studio de opdracht schilderijen te vervaardigen naar aanleiding van gecensureerde foto’s van gemartelde Chinese dissidenten. Dertig stuks hangen er in Amsterdam aan de muur. De ene voorstelling nog ranziger dan de ander. Met de opdracht daagde Brody niet alleen de Chinese autoriteiten uit, hij speelt ook met de Chinese imitatiecultuur, en stelt schrijnende misstanden aan de kaak.

Uiteindelijk is het dit soort werk dat Offspring 2009 reliëf geeft. Speelse kunst die niet alleen maar navelstaarderig met zichzelf bezig is, maar ook reflecteert op maatschappelijke ontwikkelingen, daarin een standpunt inneemt, en de kijker dwingt hetzelfde te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden