Asterdorp, daar wonen alleen asocialen

Geschiedenis heropvoedingskamp Asterdorp

Amsterdam stopte voor de oorlog haar 'ontoelaatbaren' bij elkaar in het ommuurde Asterdorp. Een poging tot verheffing van het volk die resulteerde in vernedering, zegt Stephan Steinmetz.

Beeld Gemeente Archief Amsterdam

Amsterdam stopte haar 'ontoelaatbaren' tussen 1927 en 1940 in een ommuurd heropvoedingskamp met een opzichteres. Doel was de asocialen van Asterdorp te verheffen, maar zij voelden zich vernederd en gestigmatiseerd. In zijn boek Asterdorp vertelt Stephan Steinmetz de geschiedenis van de vooroorlogse wijk voor het eerst door de ogen van haar bewoners en de plaatselijke politiek. Vorige week promoveerde hij op zijn onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam.

Uw hoofdpersonen zijn de gebroeders Viskoper.

'Bram en Moos waren identieke mannen. Allebei een zieke vrouw, types twaalf ambachten dertien ongelukken, veel kinderen. Ze woonden naast elkaar in de stad. Moos kreeg het stempel 'ontoelaatbare' en verhuisde naar Asterdorp. Bram niet, die had een huurachterstand. Het illustreert de willekeur.'

Hoe ging de selectie?

'Dat deden de dames van de gemeente. Die kwamen kijken bij de gezinnen en schreven een verslag. Bedden niet opgemaakt, wasmanden in het zicht, schreven ze bijvoorbeeld. Ze keken niet naar criminaliteit of agressie, maar naar onopgemaakte bedden of koffie drinken op straat - dat kon echt niet.

'Het hele straatleven werd afgekeurd. In die arme buurten leefde je op straat, met een gezin met zestien kinderen zit je niet binnen in een kelder van twintig vierkante meter. Maar de gegoede burgerij wilde een lege straat en een keurig huiselijk leven. Dát was vooruitgang. Als de dames hadden gezien dat je als vrouw des huizes je boel niet netjes op orde had, kreeg je een adviesbriefje van de gemeente. U heeft geen recht op een sociale woning, maar u mag wel komen huren in Asterdorp.'

Stephan Steinmetz. Beeld Fjodor Buis

Asterdorp telde 132 huizen, maar stond vaak voor een groot deel leeg, schrijft u. Waren er niet genoeg asocialen?

'Je was niet verplicht er te wonen. Sommige gezinnen woonden er veertien jaar, anderen slechts een dag. Het leeuwendeel vertrok zelf en keerde vrijwillig terug naar een krotwoning.'

Was het er zo verschrikkelijk?

'Mensen wisten niet dat ze in een soort kamp kwamen met een in- en uitgang en een poortgebouw waar de opzichteres woonde die in de gaten hield of je de bedden wel opmaakte. Er was geen enkele privacy.

'Als je de buurvrouw wilde assisteren die aan het bevallen was, werd je naar je eigen huis teruggestuurd. Vechten? Alleen binnen de muren van het huis. Eigenlijk maakte de gegoede burgerij een einde aan de sociale cohesie in de volkswijk met dit project.'

Toch waren er meer heropvoedingskampen in Nederlandse steden. Het idee was blijkbaar in trek.

'Opvoeddorpen pasten in het sociaal-democratische streven naar verheffing van het volk. De gedachte was dat mensen er tijdelijk zouden verblijven.

'In de strijd tegen de verkrotting van de stad werden in de jaren na de vorige eeuwwisseling steeds meer huizen onbewoonbaar verklaard. De stad moest gemoderniseerd en opgeknapt worden. Het Amsterdamse stadsbestuur wilde een einde aan de viezigheid, de cholera en de prostitutie. Zo kwamen veel arme mensen op straat te staan.

'Je had de valide arbeiders, gezinnen met een man met een vaste baan in een fabriek, die kregen hun eigen wijken. Een groot deel van de voormalige krotbewoners had geen baan of werkte op losse basis in de bouw of in de haven. Niet iedereen kwam in aanmerking voor een sociale huurwoning, vonden de ambtenaren. Een deel van hen kreeg het advies naar Asterdorp te verhuizen.'

Van verheffing tot betere burgers kwam uiteindelijk weinig terecht, schrijft u.

'De meeste mensen hebben hun periode in Asterdorp als een zure tijd ervaren. Ik heb in de jaren tachtig oud-bewoners opgespoord die nog in leven waren. Sommigen waren zo gepest dat ze Amsterdam voorgoed hadden verlaten. Asterdorp was geen verheffing maar een vernedering.

'De gedachte was dat mensen zouden doorstromen. Dat gebeurde amper. Asterdorp plakte een stigma op mensen. Als je op Asterdorp woonde of gewoond had, kon je wel vergeten dat je ergens kon werken. Ik heb talloze gezinsrapporten in het archief gelezen. Dat waren een soort dagboekachtige verslagen met teksten als 'Mevrouw Olivier heeft weer niet schoongemaakt en dochter Annie loopt nog op blote voeten, ik zal haar nog eens manen'.

'De gedachte was natuurlijk ook dat er een signaalfunctie van het wijkje zou uitgaan. In de stad woonden veel sociaal zwakkeren, maar als je een afvoerputje aanwijst, verhef je de rest automatisch. In dat opzicht werkte het wel.'

In de oorlogsjaren fungeerde Asterdorp een tijd als getto voor Joodse gezinnen. De gemeente verhoogde in die tijd zelfs de huren met 25 procent, om 'scheefwonen' te voorkomen.

'De Duitsers drongen aan op concentratie, daar was hun logistiek bij gebaat. Maar die huurverhoging kwam gewoon van de gemeente. Niet uit antisemitisme, vermoed ik. Op individueel niveau waren deze ambtenaren begaan met hun Joodse buurvrouw die in de problemen kwam.

'Maar op grotere schaal ontbrak elke vorm van empathie, ze voerden blindelings hun werk uit. Ze waren zo gedrild om in subsidiebehoud en het voorkomen van scheefhuren te denken, dat ze het zicht op de realiteit verloren.'

Gonnie Lamberts: Ik zei dat ik op de Ranonkelkade woonde. Ik was de enige van Asterdorp in de klas, vreselijk. (...) Later had ik een vriendje die vroeg waar ik had gewoond in Noord. Nou, dat vertelde ik dus niet.

Henk Welman: Mijn moeder vond het vreselijk op Asterdorp. Ze wilde er weg maar tegelijkertijd was ze bang dat ze eruit gezet zou worden. Ik zie het nog voor me: dan lag ze met d'r zieke knieën de grond te schrobben. Je kon daar van de grond eten als ze dacht dat de controle zou komen.

Annie Janbroers: Ik herinner me vooral nog juffrouw Carlier (een opzichteres, red.). Sommige mensen zaten 's morgens buiten in het zonnetje. Als zij dat zag, zei ze: mevrouw, u moet nou toch eens lekker uw ramen lappen.

Annie Janbroers: Vieze Asterdorpers, zeiden ze altijd. Ik ben wat op de beuk geweest buiten Asterdorp. Ik pikte dat niet, hoor!

Citaten uit Stephan Steinmetz: Asterdorp. Een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering (Atlas Contact, €21,99).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.