Interview Faustin Linyekula

Associate artist van het Holland Festival Faustin Linyekula: ‘Wij Congolezen weten niet meer wie we zijn, laat staan dat we in staat zijn elkaar te begrijpen’

Als rondreizend danser en choreograaf was Congolees Faustin Linyekula gewend van buitenaf naar Afrika te kijken. In zijn voorstelling Congo probeert hij zijn gebroken moederland van binnenuit te doorgronden. 

Portret Faustin Linyekula. Beeld Jochem Sanders

Stoutmoedig en vastberaden. Zo werd zijn terugkeer naar zijn geboorteland Congo geroemd in het juryrapport van de Grote Prins Claus Prijs 2007. Danser, choreograaf en verhalenverteller Faustin Linyekula (45) won een ton aan prijzengeld, als injectie voor het door hem in 2001 opgerichte Congolese kunstencentrum. Een jaar eerder had Linyekula net zijn Studios Kabako verhuisd van de hoofdstad Kinshasa naar zijn geboorteplaats Kisangani, een havenstad in de navel van Afrika, gelegen aan het laatste bevaarbare punt van de rivier Congo. Daar, in een oude koloniale villa met een dans- en muziekstudio en wat apparatuur voor videoproductie, maakt hij met collega’s voorstellingen, meestal in de tuin. De voorzieningen zijn niet te vergelijken met de faciliteiten die hij heeft ­wanneer hij in West-Europa een gastchoreografie maakt bij een gezelschap. In Kisangani heeft hij een podiumpje met twaalf spots, die het meestal niet doen omdat er geen elektriciteit is. That’s it.

Waarom keert een succesvolle danser en choreograaf, die een graag geziene gast is van grote podia in Europa (Avignon, Wenen, Budapest, Amsterdam), terug naar een chaotisch land vol conflicten, waar nauwelijks infrastructuur is, laat staan theaters of repetitiestudio’s? Ook nog met een jong gezin: een Franse vrouw en twee zoontjes. Oké, hij ging zeker óók voor zijn familie – Linyekula is de oudste zoon van een groot katholiek gezin met vijftien kinderen – maar hij merkte vooral dat hij wilde weten wie hij was en waar hij vandaan kwam. Als rondreizend ­kunstenaar had Linyekula geleerd ‘een kleine Europeaan’ te zijn en vanuit dat perspectief naar Afrika te kijken. Maar hij wilde Congolees zijn, Afrikaans. Alleen, wat was dat? Hij besloot het uit te gaan zoeken. In zijn geboorteland.

Sindsdien keren Congo, zijn (koloniale) geschiedenis en economische crisis obsessief terug in zijn werk. Linyekula is van danser en choreograaf meer en meer getransformeerd in verhalenverteller – zijn voorstellingen zijn inmiddels steevast een mix van zang, dans en gesproken woord.

Een spelletje Kolonisten

Morgen en overmorgen is in Theater Frascati in Amsterdam zijn voorstelling Congo te zien, tijdens het Holland Festival. Linyekula (45) is samen met de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge associate artist van deze 72ste editie. Dat betekent dat ze een grote stempel drukken op de programmering. De Congolees is deze weken ­geregeld op podia in Amsterdam te zien. Vorige week ­creëerde hij een persoonlijk requiem voor Congolese vrienden: Sur les traces de Dinozord. Aan het begin van het festival trok hij tijdens Parlement Debout door de Bijlmer met brassband en parade, in de hoop contact te maken met bewoners van Amsterdam-Zuidoost. Ook haalt Linyekula producties naar het Holland Festival, gemaakt door collega-kunstenaars in zijn Studios Kabako.

Foto's repetitie voorstelling Congo. Beeld Agathe Poupeney

Wie weinig weet van de koloniale geschiedenis van de Democratische Republiek Congo (voorheen Zaïre, daarvoor Congo-Kinshasa en tot de onafhankelijkheid in 1960 Congo-Leopoldstad) wordt in Linyekula’s voorstelling bijgepraat. De verteltekst (met Nederlands-Engelse boventiteling en in het Frans uitgesproken door acteur Daddy Moanda Kamono) komt grotendeels uit het boek Congo van de Franse schrijver Eric Vuillard. Met een sardonisch gevoel voor humor beschrijft Vuillard hoe het hart van Afrika tijdens een met alcohol overgoten conferentie in Berlijn, op de tekentafel behoorlijk willekeurig werd ­verdeeld onder koloniale machten, alsof het een spelletje Kolonisten betrof. De enorme landmassa die nu Congo heet, werd toebedeeld aan de Belgische koning Leopold II. Hij liet het wingewest vol zetten met rubberplantages – wild rubber werd als grondstof geoogst in de tropische bossen rond de rivier.

In de voorstelling tekenen Linyekula en Moanda ­Kamono een grove landkaart van het Afrikaanse continent op het lichaam van actrice Pasco Losaganya; haar buik wordt Congo, het een-na-grootste land van Afrika. ­Losaganya zingt liederen uit de traditie van háár volk, de Mongo’s. Een etnische groep uit het tropisch regenwoud in het noordwesten van Congo, die extreem heeft geleden onder mishandelingen en ‘afgesneden handen’. In de tekst van Vuillard komen de wrede praktijken van de ­bezetter uitgebreid aan bod. Wanneer arbeiders op de rubberplantages niet het vereiste quotum haalden, sneden kolonisten hun hand af, kinderen niet uitgezonderd. Later voerde een commandant een wet in, die voorschreef dat voor iedere afgevuurde kogel een rechterhand terug moest komen, om het gebruik van munitie te rechtvaardigen. Wanneer Linyekula aan het slot van Congo met zakken sjouwt, is een link naar de honderdduizenden afgehakte handen snel ­gelegd. Ook de opening lijkt ernaar te verwijzen: Linyekula begint met vibraties in zijn vingers, die als trillingen door zijn hele lichaam golven. Zelf zegt hij daarover: ‘Er is in Congo letterlijk een onthande generatie ontstaan.’

Zwarte draad

Linyekula vermoedt daarin een bron van de huidige ­onbestuurbaarheid van Congo en het ontbreken van politieke cohesie. ‘Ik zie dat onze machthebbers dictatoriale systemen kopiëren die de Belgen hebben geïntroduceerd. De koloniale historie is geen zwarte pagina die je even kunt omslaan, hij loopt als zwarte draad door onze geschiedenis. Het verleden blijft deel van het heden. Daarover wil ik in de voorstelling de dialoog aangaan.’

De wispelturigheid onder machthebbers van het Congo van na de onafhankelijkheid in 1960, komt eveneens aan bod, de gevolgen van de talloze politieke twisten, opstanden en burgeroorlogen. Hoewel hij er zelf een productief kunstenaarsbestaan probeert op te bouwen, beschouwt Linyekula Congo als ‘een ruïne’: ‘Het land is vernietigd. Er is nauwelijks infrastructuur. Het onderwijs ligt plat, de toekomst lijkt weg. Dat alles heeft een zware impact op de mentaliteit van de bevolking. De grootste chaos speelt zich af in ons hoofd. We weten niet meer wie we zijn, laat staan dat we in staat zijn om elkaar te begrijpen.’ Niet voor niets luidt een van de terugkerende zinnen in de voorstelling: ‘Congo bestaat niet, er zijn enkel het grote bos en een grote rivier.’ Toch blijft Linyekula proberen om Congo te begrijpen. Zijn Congo.

Congo door Faustin Linyekula. 21 en 22/6, ­Frascati ­Theater, Amsterdam

Internationale roem

Als middelbare scholier droomt Faustin Linyekula (45) ervan naar de universiteit te gaan en professor te worden. Maar op dat moment sluit president Mobuto alle universiteiten. Linyekula besluit theater- en danslessen te nemen. In 1993 richt hij in Kenia dansgezelschap Gàara op. Door een prijs op het Internationale Dansfestival in Angola krijgt de groep internationale bekendheid. Uitnodigingen voor Europese festivals volgen. Nu is Linyekula associate artist van het ­Holland Festival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden