Assepoester zonder stiefmoeder laat muziek Rossini triomferen

OPERA..

ENSCHEDE Verschoppelinge wordt koningin: volgens sprookjeskenners is het verhaal van Assepoester overgeleverd in meer dan zevenhonderd varianten. De componist Rossini en zijn tekstschrijver Ferretti, die er in 1817 een opera van maakten, zullen die niet allemaal hebben nagelopen. Ze hadden 24 dagen om hun La Cenerentola in elkaar te zetten – ongeveer de helft van de tijd die de Nationale Reisopera nodig heeft om een ordentelijke reisproductie voor te bereiden.

De Reisopera speelt La Cenerentola tot half april in een enscenering van Michiel Dijkema, een Nederlandse regisseur en ontwerper die bezig is aan een opmars door (vooral) de Duitse operahuizen. Zijn Rossiniproductie, eerder gemaakt voor het operahuis van Tallin in Estland (Dijkema kreeg er een Estse muziektheaterprijs voor), laat zien dat de humor sinds 1817 niet stil heeft gestaan. Een huiskamertje klapt uiteen en wordt een paleiszaal. Meubilair gaat op de loop. Een brandende kachel stijgt ten hemel. Stiefzusters dansen de bostella met kerstboompruiken op hun kop, en er gebeurt iets grappigs met een op hol slaande computer, waarvan het beeldscherm quasi in verbinding staat met de boventiteling.

Er doen zich ook flauwiteiten voor. Over zweetvoeten en over ondergoed. Maar de indruk overheerst dat Dijkema zijn Teatrikunsti Muusikalavastuste-prijs niet ten onrechte mee naar huis heeft mogen nemen. De Rossini van de Reisopera mengt het ernstige met het absurde, en klinkt, mede dankzij de Thaise gastdirigent Trisdee na Patalung, zowel zalvend als aanstootgevend – wel het minste dat je bij een grand cru-Rossini mag verwachten.

Rossini’s La Cenerentola of de triomferende rechtschapenheid biedt geen stiefmoeder. Wel een giftige stiefvader, genaamd Magnifico. Verder is alles wat Assepoester aan toverkunst aankleeft in de bekende versies van Pérault en Walt Disney afwezig bij Rossini. Geen pompoen, muizen of paarden. Zelfs het glazen muiltje veranderde in een armband, vermoedelijk dankzij een theatercensor die anno 1817 het ontbloten van een damesvoet verbood.

Dijkema weet er wat magie in te smokkelen op de manier van L’enfant et les sortilèges, Ravels opera annex pantomime waarin voorwerpen tot leven komen rond een dromend kind. Bij Dijkema droomt Assepoester de boel bij elkaar, komen zingende pruiklakeien tevoorschijn uit kastjes en divans, en is er speciaal applaus voor een leunstoel op voeten. Leuk, omdat Dijkema snapt dat Rossini, in weerwil van zijn ernstige momenten, geen dwingend totaalconcept verdraagt, maar zijn scènes als een geniale opportunist bij elkaar sprokkelt.

Zo krijgt de Poolse bas Piotr Micinski vleugels in zijn razende opsomduet met Dandini (André Morsch), leggen de zusjes Clorinda (Machteld Baumans) en Tisbe (Ceri Williams) in goede kluchtstijl het loodje tegen een sympathiek klinkende Assepoester (Francesca Provvisionato) en dungevooisde maar goed zingende prins (Philippe Talbot). En triomfeert uiteindelijk, meer dan de rechtschapenheid, vooral Rossini’s muziek. Al hou je soms je hart vast wanneer Na Patalung solisten, koor en Gelders Orkest allemaal tegelijk in het gareel moet houden.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden