Asielzoeken anno 1787

Eind 18de eeuw eisten in Nederland 'patriotten' meer volksinvloed op het bestuur. Ze werden het land uitgejaagd. Vanuit Frankrijk werkten ze aan de Nederlandse Revolutie, blijkt uit een studie....

Politieke vluchtelingen zijn vandaag de dag afkomstig uit Angola of Sierra Leone, en veel mensen zien die vreemdelingen niet graag komen. Maar het kan verkeren: ook Nederlanders waren eens asielzoekers.

Iedereen zal zich met hen identificeren. Ze noemden zichzelf Bataven of patriotten, en ze streden voor een democratische republiek op basis van de rechten van de mens. Daarvoor werden ze uit het land verjaagd. Zo'n vijfduizend Nederlanders verbleven daarom tussen 1787 en de Bataafse omwenteling in 1795, als politiek vluchteling in Frankrijk, zegt historicus drs. Joost Rosendaal. 'Ze vormden de grootste groep Nederlandse politieke vluchtelingen ooit.'

Rosendaal kan het weten. Donderdag promoveert hij aan de Katholieke Universiteit Nijmegen op zijn studie van deze bannelingen: Bataven! Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795 (Uitgeverij Vantilt). In zijn lijvige, geïllustreerde monografie doet hij van begin tot eind de lotgevallen van deze revolutionairen uit de doeken.

Dat was vreemd genoeg nog nooit gebeurd. 'De Bataven hebben lange tijd weinig aandacht van de historici gekregen', zegt Rosendaal. 'Wat nu de Nederlandse Revolutie wordt genoemd, van 1783 tot 1799, was een lastige periode. De patriotten, en met hen een groot deel van de bevolking, stonden tegenover de Oranje stadhouders. Toen Nederland in de 19de eeuw een koninkrijk onder diezelfde Oranjes werd, was het dus voor de eenheid van het land beter om niet aan die tijd te herinneren.'

Dat verklaart ook waarom de Bataven er in de geschiedschrijving zeer slecht van af komen. Rosendaal: 'Ik krijg vaak te horen: ”Bataven, dat waren toch een soort NSB'ers, landverraders?” Maar in feite waren het dus democraten. En zij legden daarmee de basis voor de moderne Nederlandse staat.'

Tijd voor een rehabilitatie dus. In zijn boek vertelt Rosendaal hoe de 'patriotse' beweging in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden aan het begin van de jaren 1780 opkomt uit onvrede over corruptie en misstanden in het lokale bestuur, en over de grote invloed van de Oranje stadhouder Willem V met zijn patronagesysteem. Aangemoedigd door het succes van de Amerikaanse revolutie, eisen de patriotten meer invloed van de bevolking op het bestuur.

Ze komen in verschillende steden, zoals Hattem en Elburg, aan de macht. In andere steden houden zij 'stads-grepen', aldus Rosendaal. De autoriteiten reageren hard en Nederland vervalt in een burgeroorlog tussen patriotten en orangisten. Daar komt pas een einde aan als in september 1787 de Pruisen Nederland binnenvallen nadat Wilhelmina, de Pruisische vrouw van Willem V, door de patriotse autoriteiten bij Goejanverwellesluis is aangehouden.

Er volgt een periode van stevige onderdrukking.

Rosendaal: 'De inval ging gepaard met massale plunderingen en vernietiging van duizenden huizen. Er waren geen moordpartijen, maar er was wel veel intimidatie. Hele dorpen vluchtten de bossen in, uit angst voor de Pruisen en de orangistische plunderaars.'

Er komt een vluchtelingenstroom op gang zoals je ook nu nog ziet tijdens invasies, bijvoorbeeld in Afghanistan. De promovendus schat, op basis van zijn archiefonderzoek, dat vlak na de inval zo'n 5 tot 10 procent van de bevolking het huis ontvlucht. 'Dat geeft al aan hoe groot de beweging was.'

Velen keren snel terug, maar de harde kern van de Bataven verlaat het land of wordt tijdens zuiveringsprocessen verbannen. Ze eindigen in Frankrijk, dat ze graag opneemt. Rosendaal wist over de meesten van hen, zo'n vijfduizend, informatie te verzamelen dat terug is te vinden op een aan zijn boek toegevoegde cd-rom.

Frankrijk heette de Bataafse asielzoekers niet welkom uit ideologische motieven, vertelt de historicus. In Frankrijk was koning Lodewijk XVI aan de macht, de revolutie moest nog komen. Maar de koning zat altijd om geld verlegen, en tussen de vluchtelingen zaten multimiljonairs uit Amsterdam, zoals de handelsfamilies Bicker en Abbema. 'Zij waren de Bill Gates' van die tijd', zoals Rosendaal het uitdrukt.

De rijke Nederlanders vestigden zich in Parijs, ontdekte Rosendaal. De minder bedeelden kwamen echter terecht in kazernes in het stadje St. Omaars in het noordwesten van Frankrijk. Daar sprak men namelijk nog Vlaams-Nederlands, zodat er zeg maar geen taalinburgeringscursus nodig was.

De 1300 Nederlanders in dit 'asielzoekerscentrum' kregen een uitkering van de Franse overheid. Ze integreerden vrij snel, zegt Rosendaal, door lid te worden van Franse verenigingen en clubs. 'Maar er waren ook veel conflicten tussen de protestantse Nederlanders en de katholieke bevolking.'

In 1788 bleven de Nederlandse vluchtelingen binnenstromen. 'En dat waren voor een deel ook wel leeglopers, economische vluchtelingen', erkent Rosendaal. Geen

wonder dus dat de Fransen in april een tijdelijke asielstop instellen.

De Nederlandse kolonie in Frankrijk is vanaf het begin politiek zeer actief, stelt de promovendus. 'De vluchtelingen wilden dat Frankrijk de patriotten alsnog zou helpen de Nederlandse revolutie te realiseren.' Ze zoeken daarvoor steun bij de oppositie.

Zo zijn er in het begin veel contacten met de pamfletschrijver graaf de Mirabeau. Hij wordt in 1789 een van de voormannen van de Franse revolutie en schrijft onder meer de eerste Verklaring van de Rechten van de Mens. Rosendaal: 'Met de Nederlanders schreef hij het boek Aan de Bataven over het stadhouderschap, het fundament van hun latere strijd. Daarin staat al een vroege versie van de Verklaring. Nederlanders hebben daar dus aan meegeschreven.'

Onder de Nederlanders ontstaat veel onenigheid. Sommigen willen een Hollandse kolonie die zich ver van de politiek houdt, anderen willen de strijd voortzetten. In die laatste groep ontstaat een tweedeling tussen de 'aristocraten' – edelen, regenten en rijke kooplieden –, die in Nederland een bestuur van wijze mannen willen, en de radicale 'democraten' – vaak burgers, advocaten en handelaars.

Hun gekibbel raakt in 1789 echter overschaduwd door het uitbreken van de Franse Revolutie. Omdat ze veel contacten met de oppositie hebben, zitten de bannelingen dicht bij het revolutionaire vuur. Tussen de vierhonderd bestormers van de Bastille zitten zelfs een paar Nederlanders, ontdekte Rosendaal.

Drie jaar lang is Frankrijk verdeeld door ruzies over de staatsinrichting. De revolutionaire chaos is compleet als in september 1792 de republiek wordt uitgeroepen. De vluchtelingen zien hun kans schoon: nu zijn er mensen aan de macht die de Nederlandse revolutie kunnen helpen. Ze richten terstond het 'Comité Revolutionair der Bataven' op, dat actief begint te lobbyen voor een Franse inval in Nederland.

Het is zeer succesvol. Al snel erkent het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken het Comité als de Nederlandse regering in ballingschap. Nadat op 21 januari 1793 de Franse koning is onthoofd, wordt op 1 februari meteen de oorlog aan Nederland en Engeland verklaard. Even later volgt de invasie.

Rosendaal: 'Die werd gepresenteerd als een bevrijdingsoorlog, tegen de tirannen als Willem V. Net zoals de Amerikanen nu zeggen: we vechten niet tegen de Irakezen, maar tegen Saddam Hussein.' Overigens, voegt hij toe, waren ook deze Fransen op het Nederlandse geld uit.

De inval mislukt jammerlijk. De Fransen, met een eigen Bataafs legioen, dreigen in de Zuidelijke Nederlanden in de flank te worden aangevallen door een Pruisisch-Oostenrijks leger. Ze trekken zich ijlings terug. De Fransen verklaren zich eerst te willen concentreren op 'de binnenlandse vijand'.

De politieke rol van de bannelingen is hiermee min of meer uitgespeeld, concludeert Rosendaal. In Frankrijk breekt onder Robespierre de Terreur uit, en veel Nederlanders houden zich koest. Er eindigt één Nederlander onder de guillotine, achterhaalde Rosendaal: Joannes Conradus de Kock.

De échte Nederlandse revolutie, de Bataafse omwenteling van 1795, vindt plaats zonder dat de vluchtelingen er veel invloed op hebben, stelt de historicus. In Nederland is een jonge garde patriotten opgestaan die de macht overneemt als de Fransen nog een keer het land binnenvallen en de orangisten verjagen. De vluchtelingen wacht wél een triomfantelijke terugkeer in de Bataafse Republiek. Ze worden als helden ontvangen en velen krijgen hoge posities in het leger, het parlement en als ambassadeur.

Een laatste vraag die Rosendaal in zijn proefschrift beantwoordt, is of de Bataven ook echt éigen revolutionaire ideeën hebben ontwikkeld. In de geschiedschrijving is hen namelijk verweten dat ze slechts de 'hogeschool van de Franse revolutie' doorliepen, waaraan ze niks toevoegden.

Dat is niet waar, concludeert Rosendaal. Hun revolutionaire taal was zeer christelijk geïnspireerd. 'Geloof en revolutie gingen hand in hand. Zij verwezen voor de gelijkheid van de mens niet naar filosofen als Voltaire en Montesquieu.

Onder invloed van de ideeën uit de Nederlandse Verlichting spraken zij over God die alle mensen gelijk had geschapen.'

Rosendaal heeft het over een 'oecumenisch christen-radicalisme'. Noem het een voorloper van het polder-model. Het resultaat was dat in de Bataafse Republiek voor het eerst joden en katholieken als gelijke medeburgers werden erkend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden