Interview

Arnulf Rainer, woesteling en maniakaal kunstenaar

Arnulf Rainer is een woesteling, een maniakaal kunstenaar die zijn dierlijke onderbewustzijn op het doek smijt. Met penselen, pennen, krijt of met zijn handen, tot bloedens toe. Zijn werk is vanaf komend weekeinde in het Cobra te zien.

null Beeld Io Cooman
Beeld Io Cooman

'Waar is mijn zwarte pak?' 'Een zwart pak?' 'Mijn zwarte pak.' 'Ik zal het even zoeken.' 'Ik moet er wel officieel uitzien.' 'Oké, maar ik trek zelf niets bijzonders aan, hoor. Het is allemaal poppenkast.'

Deze korte, licht verwarrende dialoog lijkt zo afkomstig uit een toneelstuk van de Oostenrijkse toneelschrijver Thomas Bernhard.

Korte synopsis van de scène: een op leeftijd geraakte kunstenaar krijgt in het plaatselijke museum het erekruis 'Kunst 1. Klasse' uitgereikt en wil daarvoor in een officieel tenue naar de bijeenkomst. Zijn jongere vrouw vindt het allemaal wat overdreven - 'Moet ik weer naast die saaie directeur zitten' - maar begrijpt de opwinding van haar oudere, 85-jarige echtgenoot wel. De medaille is toch een erkenning voor zijn werk. Hoewel dat werk, zeker in de begintijd, ongehoord anti-establishment was.

Plaats van handeling: de huiskamer en donkere hal van een bovenwoning, vier hoog, Wenen. Tijdstip: aan het einde van de ochtend, 16 april 2015. Hoofdrolspelers: kunstenaar Arnulf Rainer en zijn vrouw Hannelore Ditz.

Huldebetuigingen

Het toneelstuk had echt geschreven kunnen zijn. Of beter: het ís echt. Arnulf Rainer (1929), de onstuimige schilder, tekenaar en vroegere performancekunstenaar. Twee weken geleden werd hij gelauwerd. Uit handen van de Bundesminister Josef Ostermayer ontving Rainer het Oostenrijkse Erekruis voor Wetenschap en Kunst Eerste Klasse in het Weense Albertina-museum. Inclusief vele lofredes.

Al die huldebetuigingen zijn niet het eerste dat je zou verwachten. Rainer, de 'ravenzwarte pessimist' en 'grootmeester van de publieksbelediging', zoals de ('saaie') directeur van het Weense museum Albertina hem noemde. De woesteling. Een maniakaal kunstenaar die, tegen de gevestigde smaak, er een haast darwinistische overlevingskunst op na lijkt te houden. Freudiaan die, zonder tussenkomst van het rationele denken, zijn hele dierlijke onderbewustzijn op het doek smijt. Met penselen, pennen, krijt. Maar ook met zijn handen; tot bloedens toe.

Het werk van deze ravenzwarte woesteling is vanaf komend weekeinde in het Cobra Museum te zien. Met naast wat oud werk vooral veel recente schilderijen die oud-directeur en - conservator van het Stedelijk Museum, Rudi Fuchs en Maarten Bertheux, hebben samengesteld. Een groot overzicht vanaf zijn eerste overschilderingen, veelal in zwart, tot de bont gekleurde exemplaren van recente datum.

Ongedateerd werk van Arnulf Rainer. Olieverf op schuimplaat op hout. Beeld Christian Schepe, Linz, Austria
Ongedateerd werk van Arnulf Rainer. Olieverf op schuimplaat op hout.Beeld Christian Schepe, Linz, Austria

Handelsmerk

Overschilderingen, Übermalungen, de term is hét handelsmerk waarmee Rainer nu al ruim 65 jaar bekend is. Hij heeft er een heel oeuvre mee opgebouwd, vanaf de eerste pogingen, eind jaren veertig. Hij schilderde en tekende afbeeldingen over. Foto's die hij zelf nam in het fotohokje van het station, terwijl hij rare, gepijnigde grimassen trekt: 'Geen aangename bezigheid.' Van gereproduceerde zelfportretten van Rembrandt, Van Gogh, Goya.

Van zichzelf als dode: 'Gruwelijk. Ja, dat had niets komisch.' Van gefotografeerde dodenmaskers: 'Niet van politici en legeraanvoerders, die kijken te verveeld of te agressief. Wel van heiligen en kunstenaars: Beethoven, Bruckner, Hugo Wolf. Ze hebben een vreedzaam uiterlijk. Alsof ze slapen. Al schilderend probeer ik ze toch tot leven te laten komen.'

De laatste jaren ook van Japanse prenten, vrouwen en pin-ups. Van die laatste komen er veel in het Cobra Museum te hangen. Waarom juist die schilderijen?

Aan tafel in de half verduisterde huiskamer kijkt Rainer verbaasd naar zijn vrouw: 'Pin-ups?'

Hannelore Ditz: 'Arnulf weet helemaal niet welke schilderijen in het Cobra Museum komen te hangen. Die heeft Rudi Fuchs uitgekozen.'

Rainer: 'De keuze zegt meer iets over Rudi dan over mij. Ik laat het inrichten van een tentoonstelling altijd aan iemand anders over. Ik bemoei me er nooit mee. De tentoonstellingsmaker is een regisseur. En als het een goede tentoonstellingsmaker is, ook een kunstenaar.'

Klodderige pigmenten

De overschilderingen ontstonden uit een hang een geste te maken. Een handeling te verrichten. De beweging van het schilderen zelf tot onderwerp te maken. Niet vreemd in de jaren dat de schilderkunst volledig abstract was geworden. En schilderijen het product waren van zelfstandige penseelstreken, klodderige pigmenten, pasteuze verflagen.

Begin jaren vijftig deed Rainer dat ook, alleen over bestaande afbeeldingen heen. 'Deels om ze te bedekken, maar meer nog om de vormen te accentueren', legt hij uit. 'Het is een handeling, voortkomend uit het gevoel. Puur emotioneel. De afbeelding geeft een beweging in mijn hand. Het is een primaire, lichamelijke reactie. Ook een kwestie van aanraken. Je hebt toch het idee dat je de gezichten die je overschildert, betast. Dat is belangrijk: het fysieke contact.'

Wie Rainer wel eens aan het werk heeft gezien, moet zich wellicht even achter de oren krabben. De Oostenrijker lijkt een droedelaar, iemand die haast gedachteloos zijn pen of penseel over het fotopapier beweegt. Soms met een rubberen trekker, waarmee je doorgaans de vloer schoonmaakt, en waarmee hij emmers verf op het ene doek na het andere smeert. De zwierige behendigheid doet je denken aan hoe Anton Heyboer met tien kwasten tegelijk zijn vijf-secondenschilderijen maakte.

Zelf overschilderen

Goed idee van het Cobra Museum in Amstelveen om bezoekers zelf een Übermalung à la Arnulf Rainer te laten maken. Daarvoor is het beeld van de Oostenrijkse kunstenaar op de papieren cover van de V-bijlage van vandaag bedoeld. Wie de portretfoto eigenhandig overschildert en zich daarmee meldt bij de ingang van het museum, kan gratis naar binnen. Bovendien: uw schilderij wordt ook nog eens op een wand van het museumcafé geëxposeerd.

Series

Nee, het is geen automatische piloot, verzekert Rainer. 'Maar ik denk nooit na als ik bezig ben. Ik weet ook niet precies wat ik doe. Het is geen rationeel concept. Ik begin gewoon. Het enige concept is de fotografie; de afbeeldingen die ik kies. Die moeten genoeg aanleiding geven. Ik werk in series. Dodenmaskers, landschappen, zelfportretten, slangenvrouwen uit het circus.'

De woeste resultaten maakten hem bekend, maar ook omstreden. Het deed dierlijk aan. Rainer schilderde ook met zijn handen, wat volgens hem nog geen sinecure is, door de kracht waarmee hij de verf op het doek slaat. 'Je moet een goede ondergrond hebben die wat meeveert, anders haal je je handen open. Op linnen en hout gaat het niet: te grof. Alleen katoen is goed. En alleen met olieverf. Geen acryl. Dat smeert niet lekker.'

Rainer: 'Het is ook een kwestie van temperament, dat schilderen met de hand. Hoewel ik zo begon om praktische redenen: mijn penseel brak en ik had even niets anders voorhanden om mee door te werken. Ik moest wel verder met mijn handen.'

null Beeld Tate, Londen
Beeld Tate, Londen

Monologisch

De directe, onbewuste werkwijze bracht hem ertoe samen te werken met 'geesteszieken' uit een buurtopvang. En later zelfs met apen. 'Ik wilde met ze communiceren. Samen met hen schilderijen maken. Als een soort uitwisseling. Dat is niet gelukt. Apen blijken toch minder tot overleg geneigd dan gedacht. Ze zijn te monologisch. Ik heb daarna een persiflage gemaakt op hun schilderijen. Kijken wie het beste was.'

De laatste jaren gaat het fysiek steeds minder, moet hij toegeven. In plaats van 14 of 16 uur aaneengesloten doorwerken, is het nu 'nog maar' een kleine tien uur. Om de dag. En 's winters op Tenerife: 'Op mijn leeftijd kun je niet meer zo goed tegen de kou. Ik maak ook geen groot werk meer, omdat ik het niet kan overzien. Mijn arm beweegt niet goed. Ik gebruik nu een lange, verlengde penseel en beschilder de doeken op de grond als ze groot zijn. Hoef ik niet meer te bukken.'

Durvers

In de vakliteratuur wordt hij graag neergezet als een naoorlogs, Europees kunstenaar. Niet zonder reden of zonder belang. Het verhaal is eenvoudig. Europese kunst werd eeuwenlang gezien als dominant. Vanaf de vroege Grieken, via de Romeinen, na een kleine inzinking tijdens de Middeleeuwen weer verder naar de Renaissance en door tot de moderne tijd.

Kortom, wie als kunstenaar niet uit Europa kwam, kon het wel schudden als het om erkenning ging. Tot de Tweede Wereldoorlog: Europa stortte in en de Amerikanen zagen hun kans schoon het over te nemen. Iets wat ze deden met geld, macht en een clubje onbeschroomde durvers: Pollock, Rothko, Newman. Europa bleef het antwoord daarop even schuldig.

Dat veranderde aan het begin van de jaren tachtig. Denk aan de opkomst van de nieuwe Europese, figuratieve schilderkunst, maar ook aan de revanche van de Duitsers, die publiekelijk het oorlogstrauma in beeld brachten. De staalhelm-schilderijen van Markus Lüpertz; de adelaars van Georg Baselitz. De Europese ziel werd plots een thema. Men beriep zich op de oude banden, de diepe historische wortels. Ook Rainer.

Rainer: 'Europese kunstenaars gaan uit van een lange traditie. Dat is het basismotief. Voor Amerikanen moet alles fris en nieuw zijn. Hun geschiedenis gaat maar terug tot 1850. Wij kunnen teruggrijpen naar eeuwen geleden. Een verleden dat 2.000, 3.000 jaar oud is. Dat leeft in ons. Ik houd van oude kunst. Daarom gebruik ik daarvan ook zo veel afbeeldingen. Van de antieken en vroeg-antieken. Ik verhoud me tegenover Rembrandt, Goya, Victor Hugo.'

Het kan geen toeval zijn. Dat de overspannen sensibiliteit van de Oostenrijkse kunstenaars overeenkomt met psychiatrische studies van hun landgenoot Sigmund Freud. Egon Schiele, Gustav Klimt, Richard Gerstl, Oskar Kokoschka, Hermann Nitsch, Rudolf Schwarzkogler, Arnulf Rainer (foto); hun werk is getormenteerd en zwaarmoedig op het zwartgallige af. Schilderijen met indringende kleuren en vreemde grimassen, optredens met wilde gebaren, zelfmutilatie en masturbatiescènes - zoveel diepmenselijke emoties heeft Freud wellicht nooit bij elkaar op zijn befaamde divan gehad.

Erekruis

Of ze dat in Wenen doorhadden? Rainer leek lange tijd met gestrekt been tegen de Oostenrijkse hang naar traditie in te gaan. Hij kreeg, hoewel ouder, bekendheid samen met de leden van het Aktionisme, een groep Weense kunstenaars (Hermann Nitsch, Rudolf Schwarzkogler, Otto Mühl en Günter Brus) die taboes en conventies wilden slechten met theatrale kunst en performances. Hun werk: masturbatie- en castratiekunst, bloedoffers en zelfkastijdingsoptredens. Daarmee vergeleken is Marina Abramovic een klein meisje.

'We kenden elkaar allemaal. Of ik een typische Europese kunstenaar ben? Zeker, maar ik wil geen Oostenrijker zijn. Dat is te beperkt. Het was hier vroeger verschrikkelijk zwaar voor de kunst. Nadat Schiele en Klimt waren gestorven (beiden in 1918, red.) verviel het land in cultureel provincialisme. Ook na de oorlog. We waren van Europa afgesneden. Lagen ineens tegen het IJzeren Gordijn aan. Toen ik 20 was, was ik een van de weinige hedendaagse kunstenaars die verandering wilden. De enige galerie voor moderne kunst werd geleid door een bisschop, monseigneur Otto Mauer. Het land is door de jaren heen opener geworden. Daar heb ik voor gevochten, net als Thomas Bernhard.'

Laatste scène: in de gang van het appartement, vier hoog, Wenen. Op een kastje ligt nog steeds de uitnodiging op handgeschept, dik papier. Hannelore Ditz vult haar man aan, als deze wordt gefotografeerd: 'Het is een officiële gebeurtenis, vanmiddag. Er zijn maar 35 Oostenrijkers die deze onderscheiding hebben gekregen. Wenen is altijd heel conservatief gebleven. Erg op hiërarchie ingesteld. Arnulf heeft zich daar in het begin flink tegen verzet. Nu niet meer. Hij is met het erekruis heel verguld. Trots. Hij is toch van een oudere generatie. Die blijft gevoelig voor hiërarchie en erkenning.'

Arnulf Rainer. Cobra Museum, Amstelveen. 2/5 t/m 30/8. cobra-museum.nl. Interview met Rudi Fuchs en Arnulf Rainer 2/5, Goethe Institut Amsterdam. goethe.de

Untitled (Death Mask) van Arnulf Rainer, 1978. Beeld Albertina, Wenen
Untitled (Death Mask) van Arnulf Rainer, 1978.Beeld Albertina, Wenen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden