Interview

Arnon Grunberg over duizendste Voetnoot: 'Ik vind afkeer niet per definitie verkeerd'

Is een Voetnoot schrijven moeilijk? Bij Arnon Grunbergs duizendste Voetnoot legt Volkskrant-hoofdredacteur Philippe Remarque per e-mail zestien prangende vragen (ook van lezers) aan hem voor.

Grunberg in 2012.Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

1. Gefeliciteerd, je duizendste Voetnoot is op de voorpagina verschenen. Ga je door? Hoe lang nog?
'Dat is een beslissing die ik niet alleen neem. Een huwelijk kan wel eenzijdig worden opgezegd, maar nooit eenzijdig worden voortgezet. Hooguit in de fantasie. Na dit gezegd te hebben, kun je natuurlijk wel wensen, verlangens en frustraties hebben. De frustraties zijn minimaal en ik voel het vuur nog in me branden alsof ik twee maanden bezig ben, maar tegelijkertijd begrijp ik dat dit ritme niet zolang vol te houden is als een wekelijkse column. Als je mij om een eerlijk antwoord vraagt, hoe lang ik het zelf nog zou willen doen, zou ik zeggen: ik blijf zolang Obama president is. Als hij gaat, ga ik het ook rustiger aan doen.'

2. Wij kregen wel eens een mail waarin je de telling corrigeerde: excuus, dit was niet Voetnoot 783, maar 782. Waarom heb je dat zo meticuleus bijgehouden? Wat betekenen de Voetnoten voor jou?
'Ik ben daarmee begonnen omdat dat voor mij een handige en overzichtelijke manier is om de Voetnoten te bewaren in mijn computer. Maar toen ik in het begin eens een Voetnoot vergat te nummeren, schreef je voorganger Pieter Broertjes: 'Wil je je Voetnoten blijven nummeren, dan weet ik precies hoeveel kranten we op tabloidformaat hebben gemaakt.' Toen dacht ik: 'Ja, dit is ook wel aardig om dat gewoon consequent te doen.' Dit is overigens dus ook de 1.000ste Volkskrant op tabloidformaat.'

3. Je bent voortdurend op reis, maar wij krijgen die Voetnoot doorgaans in de ochtend. Schrijf je hem volgens een vast ritueel?
'Ik probeer de Voetnoot in de ochtend te schrijven, hem even te laten liggen, ernaar te kijken en hem dan op te sturen. Als ik in New York ben, komt de Voetnoot meestal aan het eind van de middag.'

4. Je schrijft naast een dagelijkse column een stroom artikelen en het ene boek na het andere. Je doet research over de hele wereld. Hoe houd je jezelf zo productief? Leiden de Voetnoten niet af van je romans?
'Discipline. En ja ongetwijfeld had ik een boek meer kunnen schrijven, een roman meer, als ik de Voetnoten niet had gedaan. Maar het is een investering, als dat het juiste woord is, waarvan ik geen spijt heb. Ik denk dat ik de behoefte voelde en nog steeds voel om mij uit te laten over de wereld op een directere en andere manier dan alleen via romans. Als je een dagelijkse column hebt, leef je daarvoor, zoals je denk ik ook voor je kind leeft als het net geboren is. Dat gaat vanzelf. Andere mannen krijgen op mijn leeftijd een kind, ik kreeg op mijn 39ste een Voetnoot in de Volkskrant.'

5. Je ontbreekt in geen enkele Volkskrant. Wil je niet eens vakantie?
'Nee, geen vakantie is juist prettig. Als je stopt, wordt het veel moeilijker om de draad weer op te pakken. Het is net als met marathonlopen, als je stopt met trainen krijg je onmiddellijk een achterstand.'

6. Hoe houd je je op afstand op de hoogte van wat in Nederland gebeurt en wordt besproken?
'Dat is sinds het internet geen probleem. Ik heb een iPad waarmee ik overal ter wereld de VK kan lezen, sterker nog, in New York lees ik hem eerder dan in Nederland want in Amerika is hij al 's avonds online. NRC lees ik ook compleet. Van De Telegraaf, AD en Het Parool bekijk ik de websites. En dan is er nog af en toe Uitzending gemist.'

7. Is het moeilijk een column in 140 woorden te schrijven? Schrijf je hem eerst langer en schrap je dan? Hoe lang doe je er over?
'De meeste tijd gaat zitten in schrappen. En ik denk dat het moeilijkste is de redenering helder te houden. Soms gaat het heel snel, maar er zijn dagen dat ik er een uur aan zit.'

8. De Voetnoot is de meest gelezen, maar ook de meest omstreden column. Er zijn veel fans, maar ook lezers die er een afkeer van hebben. Hoe komt dat?
'Tsja, dat zou je eigenlijk aan de lezers moeten vragen. Ik denk dat het ten dele komt door mijn imago, dat sommige mensen een tekst anders lezen als mijn naam eronder staat. En ten dele door mijn afkeer van sentimentalisme en mijn voorkeur voor analyse en begrip boven verontwaardiging en emotie.

'Ik vind afkeer niet per definitie verkeerd. Als je iets te zeggen hebt, zul je daar sommige mensen mee ontrieven. Afkeer is ook een vorm van liefde, ik bedoel dat de intensiteit van de reactie een goed teken kan zijn. Dat kan afkeer zijn of instemming, dat maakt me niets uit. Het ergste is als het mensen koud laat.'

Vandaag in de Volkskrant: de duizendste Voetnoot van Arnon Grunberg, het volledige interview door Philippe Remarque, collegacolumnisten over de Voetnoot en Martin Sommer over de eerste duizend Voetnoten: 'Zijn retorische specialiteit is de gelijkenis van het ongelijksoortige.'

Grunberg in februari vorig jaar.Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden