BoekrecensieStoorzender

Arjen Lubach schrijft met zelfspot over weinig anders dan zichzelf ★★★☆☆

Beeld Tzenko Stoyanov

Hoe is het om Arjen Lubach te zijn? Met veel zelfspot en tragikomische anekdotes geeft de comedian antwoord op die vraag. Zelden gaat het over iets anders dan zichzelf. 

Op het moment dat deze recensie wordt geschreven is het nog niet zover, maar als u dit leest wel: de langverwachte, erin gestampte datum van 19 augustus, het uur U, is verstreken. Het geheim is onthuld. Voor wie in een grot leeft: op die dag verscheen Stoorzender, het nieuwe boek van Arjen Lubach. Een dag later werd in een pop-upboekhandel in Amsterdam-Noord alleen dat boek verkocht, gesigneerd door de auteur, met bijbehorend mondkapje.

Hoewel de uitgever geen digitale drukproeven verstrekte – die zouden wij natuurlijk meteen hijgerig gaan verspreiden – wist ik de tekst te bemachtigen. Ik heb de presentatie gemist; ik zat thuis te lezen. Waren de rijen lang? Wat je hoopt bij zo’n lancering, hoe semiparodistisch ook, is dat het boek zo goed is dat het alle fuzz rechtvaardigt. Helemaal bij iemand die schrijft: ‘Ik weet niet zo goed wat goed is voor de publiciteit.’ En: ‘Je kunt ook te zichtbaar worden.’

Zichtbaar is Arjen Lubach op elke pagina van Stoorzender. De autobiografie heeft als hoofdthema: hoe is het om Arjen Lubach te zijn? In de twee jaar voordat hij 40 wordt, maakt de schrijver, comedian en presentator de balans op. Hij doet dat op plekken waar hij is als hij even niet werkt: in zijn tweede huisje in Friesland, op vakantie in Zweden, met een vriend in de muziekscene van Los Angeles. Of op plaatsen waar hij voor zijn werk moet zijn: Vlieland, waar hij try-outs doet; New York, waar hij met zijn hele gevolg van vrienden en familie verblijft omdat hij is uitgenodigd in de tv-show van comedian Seth Meyers – hoger kun je als Nederlandse jongen niet stijgen.

Lubach (1979) is iemand die succesvol was met vrijwel alles wat hij heeft gedaan: hij publiceerde vier gewaardeerde romans, was een veelgevraagde tekstschrijver, produceerde muziek, had eigen theatershows en sinds zes jaar het satirische tv-programma Zondag met Lubach. Dat programma is scherp, slim en grappig, en straalt plezier uit: het wordt gemaakt door Lubach, zijn beste vrienden en zijn vriendin. Aan het eind van het boek meldt hij dat hij stopt met het programma in deze vorm, al zegt hij niet wanneer, en met hetzelfde team een ander tv-programma wil maken.

Zelfspot en tragikomische anekdotes

Over het leven waarin dit allemaal in een moordend tempo gebeurt gaat Stoorzender. Het is niet altijd verrassend wat hij vertelt over Arjen Lubach zijn: Nederlandse toeristen die in een toeristencafé in Hollywood een selfie met hem willen; iemand die sneert dat zelfs híj, de BN’er, voor het buffet in de rij moet. Maar door veel zelfspot en tragikomische anekdotes is de autobiografie altijd onderhoudend. Lubach weet ook wel dat ijdel gekwaak van een succesvol persoon onuitstaanbaar is. Een angstfantasie vlak voor zijn optreden bij Meyers – de hele uitnodiging blijkt een misvatting, ‘ken je die gast bij de security?’, vraagt de producent – geeft het verslag van dat optreden ineens lucht.

Lubach laat zich kennen als iemand die alles onder controle wil houden, defensief is en elke kritiek vóór wil zijn. ‘Er zullen mensen zijn die dit een in zichzelf gekeerd epistel vinden.’ Zeker, die zijn er vast.

‘Mensen’ zijn in dit boek een ruime, hinderlijke categorie. Ze willen van alles. Betweterige theaterbezoekers eisen van hem duiding van de tijdgeest, moralistische millennials willen dat hij sociaal onrecht aanklaagt, een collega-schrijver wil dat hij minder zeurt over het klimaat. Een muziekproducer jat zijn compositie, die een wereldhit wordt. Een presentator van Zomergasten maakt het te gezellig. Journalisten zijn meer geïnteresseerd in de werkelijkheid achter zijn verhalen – zoals dat over het meisje dat hem ontmaagde en zich later bij de Farc aansloot – dan in de literatuur.

Zelf wil hij iets anders: hij schrijft om even verlost te zijn van het denken. Zijn hoogste, maar onbereikbare doel is om samen te vallen met wat hij maakt. Dat lukt helaas zelden: ‘Ik heb mezelf afgesplitst van het materiaal en het kost me de grootste moeite om het elke keer weer aan mij vast te naaien.’

Op zichzelf gericht

Dat is mooi geformuleerd, zoals veel in Stoorzender. Toch wordt het ‘in zichzelf gekeerde’ van dit boek inderdaad weleens te veel. Er is een grens aan de hoeveelheid ik, mij, mijn en mezelf die verteerbaar blijft. Lubach heeft het zelden over iets buiten Lubach. Zelfs als hij schrijft over geliefde mensen gaat het over hemzelf. Over zijn jonggestorven moeder, die meer van hem hield dan wie ook. Over zijn vriendin, ‘dit wezen (…) dat nog met mij mee zou reizen naar Mars en daar in een ruimtebed zou gaan liggen, als ik er maar was’.

Interessant wordt Stoorzender waar Lubach deze gerichtheid op zichzelf – hij noemt het narcisme – analyseert. Dat doet hij in het hoofdstuk ‘Zweden’. Hij verblijft daar met zijn vriendin en haar kinderen in een stom, maar voor de kinderen leuk vakantieoord en beseft hoe gelukkig hij is, als surrogaatvader, met een leven dat hij nooit heeft gewild. Succes valt enigszins te plannen, geluk niet.

Dit is veruit het beste verhaal. Daarna volgt een epiloog, waarin hij de verwording van de sociale media vlijmscherp analyseert. Dus toch: de tijdgeest. Ook dit is een meesterlijk hoofdstuk. Samen tillen ze, op de valreep, het hele boek op.

Beeld Podium

Stoorzender

Arjen Lubach

★★★☆☆

Podium

256 pagina’s; € 20,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden