Recensie Architectuur

Architecten Dom Hans van der Laan en Jan de Jong waren in de jaren zestig al bezig met mindful bouwen ★★★★★

De tentoonstelling over hun werk, Een huis voor de geest, komt precies op het goede moment. 

Wat hebben de opkomst van yoga, tijdschriften als Happinez en opruimgoeroe Marie Kondo met elkaar gemeen? Ze geven uitdrukking aan de toenemende behoefte aan contemplatie, zingeving en leegte, in een tijd van secularisatie en steden die drukker en voller worden. Ze tonen onze zoektocht naar een ‘nieuwe kerk’ of ‘een huis voor de geest’, zoals de tentoonstelling heet die op 16 mei geopend is in de voormalige priorij op buitenplaats Doornburgh bij Maarssen, over het werk van de Bossche Schoolarchitecten Dom Hans van der Laan (1904-1991) en Jan de Jong (1917-2001).

De binnentuin van de priorij. Beeld Ossip van Duivenbode

Hans van der Laan, een benedictijner monnik, stelde dat de natuurlijke ruimte te groot is voor de mens. Hij beschouwde het als de taak van de architect om daarbinnen ruimten af te bakenen die optimaal zijn afgestemd op mensen. Daartoe ontwikkelde hij een ontwerpinstrument: het Plastische Getal. Een ruimtelijk verhoudingsstelsel – tevens de grondslag van een architectuurtheorie – waarmee zijn tovenaarsleerling Jan de Jong in de jaren zestig deze priorij bouwde, in een basale, sobere bouwstijl.

De Vlaamse curator Caroline Voet – architect, hoogleraar en gepromoveerd op Van der Laan – heeft goed aangevoeld dat dit het moment is om dit ‘onderbelichte hoofdstuk uit Dutch Design’ te ontsluiten voor een breed publiek.

Als je aankomt en de gemetselde ‘blokkendoos’ achter het oude landhuis ziet, denk je niet: dit is wereldarchitectuur. Maar eenmaal in het gebouw, ontworpen rond een prachtige binnentuin, bemerk je de weldadige rust die de ruimte ademt.

De basis voor de tentoonstelling zijn de fraaie maquettes en tekeningen die Voet eerder bijeenbracht voor de expositie over Van der Laan, vorig jaar in het Vlaams Architectuurinstituut. Deze objecten zijn aangevuld met werk van De Jong, die al ver voordat Van der Laan in 1973 zijn stedenbouwkundige theorie publiceerde, als pionier aan de slag ging met het Plastische Getal.

Buitenplaats Doornburgh. Beeld Jelmer de Haas

De breukenreeksen die op De Jongs tekeningen gepriegeld staan, doen dat getal voorkomen als iets magisch. Maar met doe-het-zelfelementen als een tafel met kiezelstenen die je moet sorteren, slaagt Voet erin het inzichtelijk te maken. Intuïtief zoek ik naar een ordening die ‘klopt’ en kom uit op zeven rijtjes. Wat blijkt? Het is de ‘basisverdeling’ die Van der Laan gebruikte.

Het mooie is dat het gebouw zelf natuurlijk een tentoonstellingsobject is: je wordt de gepresenteerde theorie direct gewaar. Als je bij modellen van muren en colonnades leest dat De Jong de wanddikte bepaalde in relatie tot de afmetingen van ruimten, zie je om je heen hoe dat werkt. In de entreehal staan sloffen klaar; als je die aantrekt, voel je de textuur van de grintbetonvloer onder je voeten.

De route voert vanuit de kerk waar Van der Laan’s theorie wordt belicht, via de processiegang naar de studiecellen met ontwerpen voor meubels, lampen en jurken, die De Jongs weduwe – inmiddels 101 – nog steeds met plezier draagt, zo vertelt ze in een korte film. Zelfs de jurk van je vrouw ontwerpen: het heeft iets bezetens, maar wat bijblijft is de aandacht die de architecten gaven aan alledaagse zaken als koken, kleden en eten. Mindful heet dat tegenwoordig.

Een huis voor de geest is een welkom tegengeluid in een tijd waarin architectuur vooral lijkt te draaien om het maken van opvallende gebouwen en het invullen van vierkante meters. De denkbeelden van deze architecten kunnen inspireren om opnieuw te zoeken naar de menselijke maat en de rust waarnaar we verlangen.

Een huis voor de geest

Architectuur

Dom Hans van der Laan en Jan de Jong 

Tot en met  1/9.

Buitenplaats voor kunst en wetenschap

Een huis voor de geest is de eerste grote tentoonstelling op landgoed Doornburgh bij Maarssen, dat vorig jaar is aangekocht door de Haagse onderneemster en kunsthistorica Maya Meijer-Bergmans. Zij herontwikkelde de Amsterdamse Westergasfabriek tot ‘cultuurdorp’ en gaat Paleis Soestdijk verbouwen tot een ‘podium voor innovatie’. Doornburgh wordt, aansluitend op de oorspronkelijke kloosterfunctie, een ‘buitenplaats voor kunst en wetenschap’, met ruimte voor heisessies, exposities en restaurant De Zusters, waar men kookt met groenten en kruiden uit de moestuin. Geld voor deze activiteiten moet komen uit het (nog te realiseren) hotel in het voormalige landhuis en de nog te bouwen appartementen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden