Architect voor opgegeven plekken

In een straatarm dorp in Mexico wonen Triquis-indianen. Eens per week houden ze markt en stallenze hun waren uit op een onguur plein....

Het werd haar afstudeerproject, en met Nederlands geld is werkelijk zo’n markt gebouwd. Niet in Mexico maar in Otavalo in Equador, dat toentertijd (1972) haast even arm was. Zwollo heeft zelf de bouw begeleid en, samen met Indiaanse wevers, elke boom bevochten op de autoriteiten. Die zagen niet in waarom er zo veel geld naar Indianen moest. Nu is de markt een trekpleister voor jaarlijks honderdduizenden bezoekers.

Tonny Zwollo (1942) is een van de Nederlanders die bouwen in verre streken. Vanavond vertellen zij in het Tropentheater hun verhalen: Friso ten Holt die woningen in Brazilië bedenkt, Lucien Lafour die woonwijken in Paramaribo realiseert, Joop van Stigt die scholen maakt in Mali. Zwollo onderscheidt zich door haar aanpak, die ze ‘female architecture’ noemt: het gaat haar niet om de gebouwen maar om het aantonen van ruimtelijke kansen – die vaak met weinig geld te realiseren zijn.

Sinds 1964 werkt ze in Mexico. Als Delftse studente las ze een reportage over Mexicaanse scholenbouw. Ze schreef een brief aan de minister van Onderwijs, de dichter en schrijver Jaime Torres Bodet. Die nodigde haar uit. Ze werd ingeschakeld bij het project waarmee Torres Bodet de achterstand van Indianen weg wou werken. Elk dorp kon gratis een school van hem krijgen, althans: het staalskelet en meubilair. Muren, daken en vloeren moesten de dorpelingen zelf verzorgen – dat kon niet worden aangesleept bij gebrek aan wegen.

In 1967 werd ze moeder en schakelde om naar lichter werk. Dat bleef ten dienste staan van Mexico, waar ze veel opgegeven plekken nieuw leven inblies. Een verlaten stadhuis in Ixtlán werd een natuurmuseum, in introverte dorpen verrezen backpackers-huisjes. Een recent project is Hierve-el-Agua, dat magistraal wordt getoond op een dvd-rom over Zwollo’s werk: Blue is my colour. Hier liggen in het droge berglandschap terrassen – tweeduizend jaar geleden door Zapotecos-indianen aangelegd en met bronwater bevloeid. Die cultuur verging maar de huidige Indiaanse bevolking kon er dankzij een zwembassin wat geld aan verdienen. Totdat Hierve-el-Agua in 1993 officieel ‘archeologisch erfgoed’ werd: zowel het zwemmen als hun restaurant werd verboden.

Zwollo keerde het tij. Ze zorgde voor een nieuw zwembad, hoger gelegen – met filterinstallatie. Ze stelde de bevolking voor vijfhonderd bomen te planten; voor een aangenamer klimaat. De dorpelingen bouwden zelf een palmbladendak: het begin van openluchtkeukens. ‘Niet alle plannen lukken’, zegt Zwollo. ‘Maar als iets lukt dan werkt het als een sneeuwbal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.