Architect van God

Het schijnt al drie Aziaten te zijn overkomen: nietsvermoedend betraden ze de Sagrada Familia, het onvoltooide meesterwerk van Antoni Gaudí in Barcelona....

ACHTERIN de crypte, rechts van het altaar en verscholen achter een groot gordijn, ligt het bedevaartsoord in spe. Het graf wordt keurig schoon gehouden en is verrijkt met een bus met gleuf en tekst die vraagt om een bijdrage van de bezoeker aan het onderhoud.

Aan de wand links naast het graf hangt een standaard met de estampas, de bidprentjes, in verschillende talen, tot en met Japans. Voor tien peseta kan de gelovige het profiel van een oude man met baard aanschaffen om thuis diens bijstand af te smeken.

Dat helpt niet alleen de gelovige, maar ook de oude man: een zalige in wording, die ook na zijn overlijden goede werken dient te verrichten.

En dat lijkt te lukken, want de kerk wordt bestookt met brieven waarin gelovigen de resultaten van hun smeekbeden vertellen. De een had tot de oude man gebeden en is plots verlost van een niersteen. Een ander vroeg om wilskracht en is dan toch geslaagd voor een eindeloos uitgesteld examen. Een derde won een belangrijke architectuurprijs - zijn vrouw had zich tot het bidprentje gericht.

Als dat zo doorgaat, kan een echt wonder niet lang meer op zich laten wachten.

De Spaanse bisschoppen zijn hyperactief aan het lobbyen voor een officiële status binnen de katholieke kerk voor hun trouwste schapen. Enkele maanden geleden verbaasden zij vriend en vijand door maar liefst tienduizend Spanjaarden bij het Vaticaan voor te dragen als kandidaat-martelaren. Immers, ze kennen de voorliefde van de huidige paus de schare heiligen en zaligen danig uit te breiden.

Nu hebben de bisschoppen een overwachte kandidaat naar voren geschoven. En vooralsnog met succes; het proces ter zaligverklaring van de Catalaanse architect Antoni Gaudí (1852-1926) heeft het nihil obstat van Rome gekregen.

Aartsbisschop Carles van Barcelona maakte de beslissing persoonlijk bekend. Hij verzekerde dat alle werken van de Catalaan en universele architect zijn bedacht en uitgewerkt onder een diepe en constante beschouwing van de mysteries van het geloof. Gaudí schiep niet om aandacht voor zijn werk te trekken of bewondering voor zijn persoon. Nee, zo koud dacht hij niet.

Dat Antoni Gaudí voor Gods eigen architect doorging, was al langer bekend. Eigenlijk vanaf het moment dat hij in 1883 de bouw van de Sagrada Familia overnam, zijn nog immer onvoltooide basiliek, inmiddels een beeldmerk van de stad Barcelona. Niet alleen bij de bouw van de kerk liet Gaudí zich inspireren door het geloof. La Pedrera, wellicht het beroemdste huis dat Gaudí in Barcelona neerzette, was door de architect bedoeld als een voetstuk van een monument voor de Onbevlekte Ontvangenis van Maria. Aldus de aartsbisschop.

Gaudí sleet, zo zegt Carles, zijn laatste jaren in een opperste mystieke beleving: hij volgde paden van hoge mystiek die, architectonisch gesproken, zijn te vergelijken met de hoge mystiek van San Juan de la Cruz in zijn Cántico Espiritual. Om al deze redenen is Gaudí niet alleen op weg zalig te worden, zelfs een officiële heiligverklaring behoort tot de mogelijkheden.

Hoewel Gaudí niet de enige ter wereld is die een indrukwekkende kerk heeft gebouwd, is hij wel de eerste architect die deze eer te beurt valt. Want niet alleen zijn werken wijzen op een goddelijke inspiratie, maar ook zijn levenshouding. 'Ik geloof stellig dat hij een aureool had, zegt Lluís Bonet', de pastoor van de Sagrada Familia en initiatiefnemer van het proces ter zaligverklaring van Gaudí.

De dood van de architect had op zich weinig heiligs, was eerder van een uitgesproken sullig gehalte. Op 7 juni 1926 liep hij onder de tram, drie dagen later overleed hij aan zijn verwondingen. Maar rond hem hing een geur van heiligheid, en zijn baar werd door duizenden mensen in de straten van Barcelona gevolgd. Gaudí ging zo armoedig gekleed op het moment van zijn ongeluk dat de taxichauffeurs hem aanzagen voor een zwerver; ze weigerden hem naar het ziekenhuis te brengen.

Hij belandde in het Santa Cruz-ziekenhuis op een grote zaal voor armoedzaaiers. Toen hij eindelijk werd herkend, weigerde hij zich te laten verkassen. 'Ik wil sterven bij de armen', zou hij gezegd hebben. Woorden die nu gretig worden aangehaald als bewijs voor de nederigheid van een dienaar Gods.

In de meeste Catalaanse handboeken en naslagwerken is de architect allang tot een halve heilige gepromoveerd. Toch wijzen de talloze biografieën van Gaudí niet bepaald allemaal in die richting. Er zijn aanzienlijk minder vrome en zelfs perverse Gaudi-versies in omloop. Rafael Alvarez Izquierdo, een van zijn meest katholieke biografen, somt een lijstje op waar de honden geen brood van lusten, al vallen ze natuurlijk stuk voor stuk in de categorie vuige laster van anti-roomse sujetten.

In de duizenden boeken over zijn leven en werken vinden we de anti-katholieke Gaudí, wijdverbreid; Gaudí de gek, om aan te tonen dat het christendom een vorm van dementie is; Gaudí de drugsverslaafde, om de bron van zijn meest gedurfde vormen te duiden; Gaudí de tempelier, deelnemer aan duistere verbonden. Gaudí de agnost of Gaudí de calvinist, om zijn affiniteit met deze ketterijen aan te tonen; Gaudí de socialist, alsof zijn gevoel voor universele broederschap zonder onderscheid van taal, ras of economische situatie niet oprecht katholiek was; Gaudí de ingewijde, een soort heks die zich aan zwarte magie bezondigde; Gaudí de rozenkruizer, die contacten onderhield met de oude Egyptenaren; Gaudí de pantheïst, aanbidder van de natuur middels vreemde rituelen; en, ten slotte, Gaudí met de seksuele afwijking, om de kwaliteit van zijn werk toe te schrijven aan de sublimatie van zijn perversies.

Een imposante catalogus, maar dat was Antoni Gaudí dus allemaal niet. Aartsbisschop Carles heeft de getuigenissen verzameld van vijf personen die Gaudí goed hebben gekend; zij zweren dat hij een heel devoot man was. Daarentegen bestaan er geen getuigen noch geschreven bewijzen dat hij aan het einde van de negentiende eeuw in een geloofscrisis was beland en zou zijn toegetreden tot een loge van de vrijmetselarij.

Het initiatief tot de zaligverklaring van Gaudí komt van een groepje van vijf vrienden, onder wie pastor Lluís Bonet, de architect José Manuel Almuzara en de Japanse beeldhouwer Esturo Sotoo. De laatste ruilde zelfs het sjintoïsme in voor het katholicisme uit bewondering voor de meester: Sotoo werd in 1991 gedoopt in de Sagrada Familia, waar hij een aantal engelen probeerde vorm te geven.

De Japanner kan nog van pas komen in het proces der zaligverklaring. Want er ontbreekt nog iets: Het Wonder. Om tot de rangen der zaligen te kunnen worden bevorderd, dient de betrokkene op zijn minst één wonder op zijn naam te hebben staan. Wil hij doorstoten naar de status van heilige, dan moet daar een tweede wonder bijkomen, verricht na de zaligverklaring.

Het wonder is de zwakke plek in het proces-Gaudí. Er zijn alleen aanwijzingen van gunsten die hij heeft verleend, niet van wonderen die hij zou hebben verricht.

We hebben nog niets bijzonders op dit vlak, moet Bonet toegeven. Maar de initiatiefnemers zoeken het in de oosterse hoek. Niet alleen de beeldhouwer Sotoo werd door Gaudí prompt katholiek; er zijn meer gevallen, de bidprentjes in het Japans wijzen er al op.

In 1926 bezocht de Japanse architect Kenji Imai Barcelona, een paar maanden na de dood van Gaudí. Hij was zo onder de indruk van de erfenis dat hij zich onmiddellijk bekeerde. Hetzelfde gebeurde onlangs met een lid van de Kamer van Koophandel van de Zuid-Koreaanse stad Poesan.

Drie Aziaten die bij het zien van een half voltooide kerk voor het geloof van Rome kiezen - dat kan geen toeval meer zijn, dat is bijna een wonder.

Het aartsbisdom heeft een kerkelijke rechtbank gevormd die gaat onderzoeken of Gaudí de theologale deugden (geloof, hoop en charitas) en de kardinale deugden (voorzichtigheid, rechtvaardigheid, kracht en beschouwing) heeft gepraktiseerd. En: was zijn armoede het gevolg van een gelofte?

De verdedigers van Gaudís zaligheid menen dat het allemaal dik in orde is. Bovendien wijzen zij erop dat Gaudí's getuigenis in steen beantwoordt aan een buitengewoon geloof. Het werk van de architect is voor hen een catechismus van steen waarin alles met elkaar is verbonden als in een mozaïek: de katholieke doctrine neemt de vorm aan van een monument dat zich verheft tot in de hemel.

De Sagrada Familia, de kerk waaraan hij de laatste 43 jaar van zijn leven had gewerkt, werd ook Gaudí's graf. In 1926 werd hij begraven in de crypte. Zijn studio in de kerk werd tijdens de Spaanse burgeroorlog verwoest, maar de anarchisten lieten zijn graf met rust, dat vervolgens verborgen werd onder de brokstukken.

Sinds een tiental jaren wordt er weer gewerkt aan de voltooiing van de basiliek. Het enige deel dat echt af is, is de crypte, waar de dagelijkse diensten worden gehouden. En de weelderige gevel van de Geboorte. Het werk had sinds de burgeroorlog stilgelegen en werd in 1952 hervat, en in de 22 jaar daarop verrezen de vier torens aan de westelijke kant. Te midden van de nog altijd aanhoudende discussie over de vraag of de kerk niet onvoltooid dient te blijven om de essentie van het kunstwerk van Gaudí intact te laten. De pleitbezorgers van dit idee hebben gelijk gekregen - de afschuwelijke, bijna sociaalrealistische gevel van de Passie, die de nieuwe bouwmeester Subirats op zijn geweten heeft, zou Gaudí nooit zo hebben gebouwd.

Gekozen is dus voor afbouwen, als in de oude tijden, toen het optrekken van een kerk bij het overlijden van de architect gewoon door diens opvolger werd voortgezet. Gezien de enorme omvang van het project, zal de Sagrada Familia de komende jaren een open bouwput blijven, provisorisch gevuld met wilde beeldhouwwerken en veelkeurige mozaïeken. Acht van de inmense torens van honderd meter zijn klaar, maar aan de hoofdtoren van 170 meter hoog moet nog worden begonnen. Met behulp van een geavanceerd computerprogramma kan het sluiten van de dak van het schip aanzienlijk worden versneld; mogelijk lukt dat al volgend jaar.

Voor het meesterwerk van Gaudí een echte en bruikbare basiliek is, zal echter nog wel een eeuwigheid verstrijken. De kans is groot dat de Architect van God lang voor die tijd zalig en mogelijk zelfs heilig is verklaard. Die processen verlopen traag, maar niet zo traag als de bouw van de merkwaardigste kerk van Europa.

Afbouwen of niet - die discussie is even naar de achtergrond geschoven. Zalig of niet, dat houdt de gemoederen nu vooral bezig. Tegenstanders spreken van een commerciële truc: de aartsbisschop zou op deze wijze slechts gelovigen naar Barcelona willen lokken en fondsen voor de Sagrada Familia werven.

Een fel opponent is Gaudí-biograaf Josep Carandell. Hij meent dat de architect zijn zijde zou kiezen. Gaudí wierp elke suggestie over zaligheid verre van zich. Een beeld in de Sagrada Familia was naar beneden gevallen en had een kind verpletterd. Een beeld dat híj had gemaakt! Dan kun je niet zalig worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden