reportagearchitectuur Jo Coenen

Architect Jo Coenen is geen superster, maar wel zeer invloedrijk. Bureau Europa toont zijn ontwikkeling

Coenen stelde zelf de tentoonstelling samen, met vier lessen voor architecten van de toekomst.

Architect Jo Coenen. Beeld Jurriaan Brobbel / Hollandse Hoogte

Hij bouwde het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam en de Vestedatoren in Eindhoven – bij de oplevering in 2006 verkozen tot ‘de mooiste toren van Nederland’. Delegaties uit de hele wereld komen kijken naar de Openbare Bibliotheek in Amsterdam, waarmee hij de boekentempel opnieuw uitvond als publiek interieur. Hij groeide van architect en stedenbouwkundige uit tot rijksbouwmeester en hoogleraar in Delft, Karlsruhe, Aken, Lausanne en Milaan.

Met het cv van Jo Coenen (70) kun je een paar muren behangen, en dat is wat hij heeft gedaan voor de overzichtstentoonstelling 40 jaar werk in Europa, tot eind 2020 te zien in Bureau Europa in Maastricht. Niet zomaar een lijst, maar een boeiende analyse van al zijn publicaties, exposities, projecten en nevenfuncties, vertaald naar een ‘metrokaart’ die de meterslange gang waardoor je binnenkomt vult.

Deze tentoonstelling is bepaald geen eendimensionaal architectuurverhaal. Coenen is voorstander van een veel bredere benadering van architectuur, die hij toelicht in een voor deze gelegenheid gemaakte film. Gezeten achter zijn met boeken beladen bureau vertelt hij over zijn voorliefde voor boetseren, tekenen en Parijs, waar hij als tiener Haussmanns Grands Travaux bewonderde. Daar leerde hij het werk van ‘ene Corbusier’ kennen waarna hij wist: ‘Ik wil dat ook leren’.

De Vesteda-toren in Eindhoven, die bij de oplevering in 2006 werd uitgeroepen tot ‘mooiste toren van Nederland’.Beeld Erik van der Burgt / Verbeeld / Hollandse Hoogte

Als rijksbouwmeester kreeg hij de verantwoordelijkheid voor de realisatie van tien Nederlandse grands travaux (grote werken), waaronder de renovatie van het Rijksmuseum. Coenen heeft belangrijke dingen gedaan, won internationale prijzen, maar is nooit een starchitect geworden; hij spreekt nog steeds met Limburgs accent. De expositiezalen heeft hij gevuld met materialen uit zijn archief: schetsboeken, pentekeningen en talloze maquettes, van het nieuwe centrum van de Vinexwijk Leidsche Rijn bij Utrecht tot een gigantisch gevelfragment. De bezoeker kan hieruit belangrijke lessen trekken.

De metrokaart toont niet alleen hoe invloedrijk Coenen is, maar vooral hoe dat zo is gekomen. Elke periode is getekend als een ‘metrolijn’ met een eigen kleur, samen vormen de lijnen een netwerk met ‘overstaphaltes’. Je ziet hoe de architect na zijn studie aan de TU Eindhoven naar Italië ging, geïnspireerd door het internationale vakblad Casabella. Daarin ontvouwde een groep architecten uit Ticino, op de grens van Zwitserland en Italië, een nieuwe visie op de stad.

Anders dan in Nederland, waar in het kader van de stadsvernieuwing hele wijken gesloopt werden voor nieuwbouw, wilden zij oud en nieuw verweven in hedendaagse ontwerpen. Hier legde Coenen de basis voor de door hem opgerichte leerstoel Architecture and Heritage aan de TU Delft. Mede onder zijn invloed heeft zich een groep jonge architecten geformeerd die nu internationaal bekendstaat als de ‘weefgeneratie’.

Vanuit Ticino trok hij naar Düsseldorf voor lessen aan de Staatliche Kunstakademie omdat daar de Britse architect James Stirling doceerde. ‘Hij noemde mij overeducated (te veel opgeleid, red.)’, herinnert Coenen zich, ‘en zei dat ik terug naar mijn eigen land moest; aan de slag.’ Coenen begon zijn eigen bureau en kreeg al snel een grote opdracht voor de transformatie van het Céramiqueterrein in Maastricht. Daarnaast bleef hij lesgeven in het buitenland, en raakte daar steevast betrokken bij lokale plannen, zoals in het Oostenrijkse Linz, waar hij meedacht over de (nooit gerealiseerde) transformatie van een verlopen industriegebied.

40 jaar werk in Europa laat je stilstaan bij aquareltekeningen, postzegelontwerpen en fraaie perspectieven; Coenen is gezegend met een groot tekentalent. Maar hij begreep al jong dat goede architectuur meer vergt: een opdrachtgever met visie, een overheid die ruimtelijk beleid maakt, een aannemer die meedenkt. Voortdurend heeft hij nagedacht over manieren waarop hij die randvoorwaarden positief kon beïnvloeden.

Zijn eerste daad als rijksbouwmeester (2000-2004) was de oprichting van het Atelier Rijksbouwmeester: een werkplek losgekoppeld van het ministerie, waar iedereen met ruimtelijke vraagstukken kon aankloppen. Ook begon hij het Beroepservaringprogramma om (jonge) architecten, wier werk steeds vaker gereduceerd wordt tot een esthetisch advies, in te wijden in de bouwpraktijk en zo de regie over de uitvoering terug te geven.

De 'pratende fontein' op het Brusselplein in het winkelcentrum Leidsche Rijn Centrum in Utrecht. Beeld Erik van 't Woud / Hollandse Hoogte

Goede architectuur begint met goed onderwijs, is Coenens overtuiging. Zijn passie voor bouwkunst ontvlamde tijdens de lessen klassieke talen op het gymnasium, vertelt hij in de film. Die passie, en veertig jaar kennis, wil hij met deze expositie doorgeven in de vorm van vier lessen. Ten eerste: koester de geschiedenis als vriend. Ten tweede: hou van je stad. En: neem als schepper van de publieke ruimte je verantwoordelijkheid. En als laatste: maak ruimte voor verbinding.

Coenen: ‘De wereld is zo internationaal verweven. Daarmee leven en omgaan is de grote opgave van nu. In Milaan gaf ik vorig jaar les aan een groep van veertig studenten; Italiaanse, maar ook uit China, Ghana, Irak en Iran, Syrië, Israël en Egypte. Ik heb genoten van wat ze aan ideeën en ervaring meebrachten. Samen maakten ‘vijanden’ uit de wereld een prachtig masterplan voor de Polytechnico. Symbolisch betekent dat zo veel.’

Het was de universiteit van Milaan die hem ter gelegenheid van zijn 70ste verjaardag vroeg om een (reizende) expositie te maken, maar door de coronacrisis werd de opening in maart afgelast. Dat vervolgens niet het Nieuwe Instituut, gevestigd in ‘Coenen’s’ NAi, de kans greep om de tentoonstelling over te nemen, is jammer. Je kunt je ook afvragen waarom Het Nieuwe Instituut zelf niet het initiatief nam voor deze tentoonstelling.

Het zegt iets over de aandacht voor architectuur in Nederland vandaag, of beter: het gebrek daaraan. Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, het Stimuleringsfonds voor Architectuur, het NAi; ze droegen bij aan een cultuur waarin architectuur – en Coenen – internationaal kon opbloeien. Ze werden de afgelopen tien jaar stuk voor stuk weggefuseerd. Daar kun je – terecht - over klagen, maar je kunt ook in actie komen. Dat is wat Coenen steeds heeft gedaan, en waartoe deze tentoonstelling aanspoort.

Jo Coenen, 40 jaar werken in Europa. Bureau Europa, Maastricht. T/m 5/10. 

Oeuvre Award

Deze week is bekend gemaakt dat Jo Coenen de ARC20 Oeuvre Award krijgt van vakblad De Architect. De jury, onder voorzitterschap van hoogleraar architectuur Thijs Asselbergs, typeert hem als ‘een man van lange adem, een duurloper voor de stad, die opkomt voor de publieke zaak en niet snel of eigenlijk nooit opgeeft.’ In 1995 kreeg Coenen al een prijs van de Bond van Nederlandse Architecten voor zijn gehele oeuvre, in 2014 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden