RecensieDe fantasie voorbij

Architect Bruno Taut maakte kleur net zo belangrijk voor een huis als het dak en de muren ★★★★☆

De tentoonstelling in Museum Het Schip geeft een krachtig beeld van Taut als sociaal visionair.

Huizen uit de Hufeisensiedlung in Berlijn, ontworpen door Taut. Beeld Nadia Abdelkaui

De arbeiderswijken van de Duitse architect Bruno Taut in Berlijn zijn een feest van fantasie en kleur. Een eeuw na de oplevering ogen de huizen nog altijd hedendaags, met gevels in sprankelend groen, geel, blauw en rood. Het werk van Taut laat zien dat sociale architectuur, als ze liefdevol is ontworpen, heel lang mee kan gaan.

Bruno Taut (1880-1938) is tijdgenoot van Duitse fenomenen als Ludwig Mies van der Rohe en Bauhaus-oprichter Walter Gropius, maar is een stuk minder bekend. Anders dan die anderen meed Taut spektakelstukken en stortte zich vooral op het dagelijks wooncomfort van arbeidersgezinnen, voor wie hij alleen al in Berlijn tienduizend huizen bouwde.

Tauts woningen zijn vandaag de dag nog altijd zeer in trek bij Berlijners. En wat minstens zo belangrijk is: zijn opvattingen over stedenbouw zijn actueler dan ooit. Daarom is  Amsterdam – een stad met veel te weinig goede sociale woningbouw – een gepaste locatie voor een overzicht van het werk van Bruno Taut. Zeker omdat de tentoonstelling in Museum Het Schip is, boegbeeld van de Amsterdamse School, een bouwstijl die Taut bewonderde en waarvan de architecten zich net als hij inspanden om goede huizen voor lagere inkomens te ontwerpen.

Waar de Amsterdamse School de kwaliteit in baksteenexpressionisme zocht, drukte Taut zich uit in een rijk kleurenpalet. De bezoeker komt deze tentoonstelling binnen in een straatje waar elke voordeur anders is. Waar kleur en gevelschakering voor identiteit en broodnodige differentiatie zorgen – een les die Hollandse Vinex-bouwers pas laat hebben geleerd. ‘Kleur is geen make-up, het is een constructief element’, zei Taut daarover.

Tauts glashuis uit 1914. Beeld Beeldarchief Foto Marburg

Taut begon zijn carrière als utopist, die grootste schetsen afleverde over de toekomst van de stad – hij had een begenadigde tekenhand. Zijn belangrijkste vroege ontwerp was het Glashuis uit 1914, een tijdelijk paviljoen. In Het Schip is een forse maquette te zien van deze grote glazen koepel, waarin Taut niet alleen de mogelijkheden van glasbouw en lichtinval verkende. Het was tevens een politiek statement. ‘Das bunte Glas zerstört den Hass’ (Het gekleurde glas vernietigt de haat), stond op de gevel, terwijl Europa aan de rand van de Eerste Wereldoorlog stond.

De tentoonstelling geeft een krachtig beeld van Taut als een sociaal visionair, die begreep dat een architect zich niet moet beperken tot muren en dak. Architectuur gaat over hoe je samenleeft. De Hufeisensiedlung in Berlijn (1925-1927, inmiddels Unesco-erfgoed) heeft een centraal hoefijzervormig huizenblok, dat een grote gemeenschappelijke tuin omarmt. Een stad bouwen gaat over het creëren van collectiviteit, vond Taut. De architect moet zich verdiepen in hoe mensen willen leven en samenleven. Dus kregen Tauts huizen moderne keukens, balkons op het zuiden en volkstuintjes op loopafstand, destijds ongehoorde innovaties voor een arbeiderswoning. Ze waren direct populair bij de bevolking.

De Nederlandse architect Berlage, met wie Taut correspondeerde, bouwde in diezelfde jaren twintig in Amsterdam de eerste arbeidershuizen met balkons aan het Mercatorplein. Taut bewonderde de Nederlandse architectuur, de Nederlanders waren op hun beurt Taut-fan. Althans, de meesten. Alleen De Stijl-oprichter Theo van Doesburg noemde het werk ‘expressionistische marmelade’. Die ‘marmelade’ was in de jaren negentig wel de inspiratiebron voor de Almeerse Regenboogbuurt, een openlijk eerbetoon aan Tauts kleurrijke denkbeelden.

Kleurenleer

In de Regenboogbuurt in Almere hebben de straten namen als Hennahof en Maisgeelstraat. De kleurenleer van Taut is in de jaren negentig de inspiratie geweest om te laten zien wat de betekenis van kleur is voor een woonwijk. Net als Taut introduceerden de makers in de Regenboogbuurt kleur niet als opsmuk, maar als constructief stedenbouwkundig element. Architecten als Aldo van Eyck, Sjoerd Soeters en Liesbeth van der Pol kreeg blokken toegewezen met een vastgestelde kleur.

De architect stierf in 1938 in ballingschap. Hij is een van de vele Duitse talenten die door nationaal-socialisten werden verketterd. De nazi’s vonden Tauts kleurige wijken ‘entartet’. Maar de huizen waren zo populair dat het regime ze niet durfde af te breken. Zodat ze nu in gerestaureerde vorm behoren tot de populairste woonwijken van Berlijn.

Hufeisensiedlung in Berlijn. Beeld Ben Buschfeld

Bruno Taut: De fantasie voorbij

Architectuur

★★★★☆ 

T/m 17/1, Museum Het Schip, Amsterdam

Publicatie: € 24,50

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden