Arabische adhd

Vorige week zaterdag trad Al Galidi op tijdens de Nacht van de Poëzie. Een angstige ervaring voor de van oorsprong Iraakse dichter, die de lezing voor een publiek van één vrouw de mooiste van zijn leven noemt....

Drie jaar geleden mocht Al Galidi ook al eens optreden tijdens de jaarlijkse Nacht van de Poëzie in Utrecht. Wat hem van die ervaring het meest is bijgebleven, is de zalm in de eetzaal voor de dichters. 'Het was een heel grote zalm', zegt hij. 'En zalm is duur, hè. Iedereen in de eetzaal was druk met beroemde dichters. Ik was druk met de zalm.'

Wanneer hij zaterdagavond rond zevenen aankomt in muziekcentrum Vredenburg, duurt het niet lang voordat hij kromgebogen in de eetzaal door een klein brilletje naar de uitgestalde etenswaren staat te kijken. Er staat een schaal met sla. Een mengsel van maïs en doperwten. Varkensmedaillons die in iets vettigs drijven. 'We gaan een cola drinken', zegt hij.

Zielig

'De Nederlandse poëzie is dood', zegt hij in een afgeschermd stukje Vredenburg met een bar en houten tafels, dat 'backstage' wordt genoemd. Uit angst dat hij tijdens zijn voordracht boeren moet laten, ziet hij toch maar van de cola af. 'In Nederland wordt meer poëzie uitgegeven dan in de Verenigde Staten. Maar niemand leest die bundels. Ja, een paar oude vrouwen. De Nederlandse poëzie verdient geen Nacht voor de Poëzie.'

Hij leunt achterover, en veert al snel weer terug. 'Het systeem druppelt wijn en melk in de monden van de dichters', zegt hij. 'In Nederland heb je alleen gesubsidieerde dichters. Die schrijven natuurlijk alleen veilige gedichten.' Hij kijkt serieus. 'Bij ons in Irak zijn in 1917 vijftig dichters door de Engelsen vermoord. Noem mij één Nederlandse dichter die tijdens de Tweede Wereldoorlog is vermoord.

'Mijn werk bestaat uit drie woorden: heimwee, melancholie en eenzaamheid. Als je die drie woorden uit mijn werk haalt, blijft er niets over. Maar Nederlanders houden niet van zielig. Daarom zijn de gedichten hier zonder emotie. Terwijl: een mooi gedicht is altijd eenzaam en kwetsbaar. Noem mij één Nederlands gedicht dat buiten dit land gelezen is. Eén!'

De beroemde dichter Rutger Kopland komt even langsgelopen, een linnen tasje hoog op de buik. Het gaat goed met zijn gezondheid, mogen we noteren; er zijn zelfs al wat nieuwe gedichten geschreven. 'Rutger Kopland', zegt Al Galidi. 'Rutger Kopland.' Hij staat op, legt een hand op de schouder van Rutger Kopland en kantelt zijn gezicht: 'Rutger Kopland heeft mij geholpen, in het begin. Rutger Kopland heeft mij het vertrouwen in Nederland teruggegeven. En dat was moeilijk hoor, na het asielzoekerscentrum.'

Negen jaar geleden vluchtte hij van Irak naar Nederland, de man die ergens tussen de 35 en 40 moet zijn; in de woestijn deden ze niet aan geboortedagen. Bij aankomst op Schiphol kreeg hij 'een eerste gehoor', een gesprek met een IND-ambtenaar. 'Waarom bent u gevlucht?', wilde een dame weten.

'Omdat ik schrijver ben', zei hij.

'Hebt u al iets gepubliceerd?'

'Nee', zei hij. 'Dat wil ik hier gaan doen.'

De dame pakte een vel papier en legde dat voor hem op tafel. 'Schrijf maar een gedicht', zei ze.

'Maar dit is een bevel', zei Al Galidi. 'Dit is net als met Saddam Hoessein!'

Zevenenhalf jaar lang zat hij hierna in verschillende asielzoekerscentra. Met behulp van woordenboeken en een computer leerde hij zichzelf de Nederlandse taal. Intussen heeft hij zeven boeken gepubliceerd. Drie bundels columns uit de Leeuwarder Courant, twee romans en nu een tweede bundel met gedichten, De herfst van Zorro.

In een tijd dat je maar een microfoon op straat hoeft te zetten om vijf minuten later alle lokale podiumdichters in willekeurig afgebroken prozazinnetjes te kunnen horen voordragen over hoezeer zij ermee worstelen om met zichzelf samen te vallen, is het werk van Al Galidi een verademing. Heldere, eenvoudige gedichten. Leuk ook, vaak. In de bundel is Zorro oud geworden en aan het dichten geslagen over de avonturen van zijn hoofd, zijn hart en zijn penis. Vorige maand is Al Galidi genomineerd voor de VSB-poëzieprijs.

'De meeste Nederlandse gedichten zijn alleen door Nostradamus te ontcijferen', zegt hij. ''Het label van de ziel heeft vertraging in mijn maag.' Zulke regels', zegt hij, 'dat begrijpt toch niemand? Zelf schrijf ik eenvoudig. Simpel.'

Ja, zeggen we. Een beetje kinderlijk zelfs, hier en daar. Zoals in dat gedicht met die regen. De dichter reageert onthutst. 'Kinderlijk? Nee! Het beeld van de regen is het mooiste beeld van mijn leven!' Hij buigt voorover en begint te lezen, een hand onder zijn kin, waarvan de toppen van duim en vingers tegen elkaar zijn gedrukt: 'He regen, waarom val je hier? / (...) Waarom open je hier paraplu's / als je daar bloemen kunt openen?'

'Bloemen is liefde', zegt hij daarna. 'Een cadeautje. Paraplu is bescherming, zeuren, ergernis. Dit is zó mooi. Zó eenvoudig.' Of hier, deze, als Zorro de koelkast opent: 'Vla, mijn broer, jij moet hier koud zijn om buiten niet te verrotten. / Ik moet hier verrotten om daar niet koud te worden.'

'Kijk wat de dichter hier doet', zegt hij. 'Hij maakt poëzie van de gewoonste dingen. Regen. Paraplu's. Van niets maakt de dichter iets. Het cliché wordt opnieuw geboren. Dat is niet kinderlijk. Dat is mijn magie!'

Twee leuke serveersters komen de eetzaal binnen. Al Galidi staat op om met hen een praatje te maken. Dan komt hij terug naar de tafel. 'Goed nieuws!', roept hij. 'Er komt zalm! Na tienen komt de zalm! Hij gaat optreden in mijn buik!'

Ongezond

'Ik ben bang', zegt hij vlak voor zijn optreden om kwart over negen, en drukt zich tegen me aan. 'De vorige keer was ik te laat en werd ik bij binnenkomst meteen het podium op gedirigeerd. De microfoons stonden zo hard dat ik schrok. Ik stond in een oceaan van mensen, overal kwam het geluid vandaan, en ik zag niets door de felle lichten.

'Vorig jaar had ik een lezing in de bibliotheek van Amsterdam. Toen kwam er maar één vrouw opdagen. De mooiste lezing van mijn leven. Ik vroeg aan die vrouw: 'Wanneer heeft u voor het laatst gezoend?' Ze vertelde dat haar eerste liefde haar na maanden verkering met een versierde fiets kwam ophalen om ergens in de natuur voor het eerst te zoenen. Daarna vertelde ik dat ik in Irak alles wist van joden en sjiieten en soennieten, maar niets van het verschil tussen kont en kut. Nederland heeft mij dat verschil geleerd. Nu weet ik ook hoe ik moet zoenen.' Hij steekt een wijsvinger in de lucht en zegt gebiedend: 'Volg de bewegingen van de lippen van de vrouw.'

Hij kijkt om zich heen. 'Hier speel ik een rol', zegt hij. 'In de literaire wereld doe ik net of ik weinig aandacht nodig heb, dat ik lief en aardig ben. Maar ik ben eigenlijk net een kind van 12. Ik moet altijd aandacht hebben, ik maak altijd dezelfde grapjes, ik heb Arabische adhd.'

Even is het stil. Dan zegt hij: 'Ik ben bang. Optreden is ongezond. Je voelt je belangrijk. Daar word je leeg van. Na een optreden kun je een tijdlang niet meer zo schrijven als je zou willen.'

Humor

Er is een Nederland van het systeem, van 'genadeloze ambtenaren' die mensen acht jaar of langer in asielzoekerscentra laten zitten; het land dat hij drie jaar geleden tijdens zijn optreden toesprak: 'Rita, Rita, Verdomme Verdonk! Ik ben niet uitgeprocedeerd voor Nederland, Nederland is uitgeprocedeerd voor mij!'

Maar er is ook een Nederland van oudere vrouwen, van zachtmoedige poëzielezers die nu in de gangen langs tafeltjes met boeken schuifelen, en een handtekening van Al Galidi vragen. Zijn optreden is goed gegaan. Het gedicht over de regen bracht ontroering in de zaal. En hij had de lachers op zijn hand. 'Mooi hè', zei hij toen hij na zijn voordracht naar de signeertafels liep. 'Mensen houden van humor.'

Een stuk of tien bundels signeert hij, vooral voor vrouwen van middelbare leeftijd. Bij de een schrijft hij tot haar verrukking haar naam in het Arabisch in het exemplaar, tegen de ander zegt hij uit het niets: 'Ik heb zwart werk. Drie dagen werk ik voor 30 euro, vier dagen kan ik schrijven.'

Dan is het over tienen. Hij zegt: 'Dus jij moet morgen vijftienhonderd woorden over mij schrijven? Dat is zeker wel wat veel voor jou. Weet je wat we doen? Je stuurt mij gewoon achthonderd woorden en dan schrijf ik het verhaal af. Ik ben daar heel goed in.'

Hij staat op. Zijn verplichtingen zitten erop. Al Galidi gaat naar de zalm.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden