Applaus voor de broccoli

Onderweg naar het Zuiden is Amiens een aantrekkelijke pleisterplaats. Grootsteeds en boers tegelijk. Beroemd om z’n drijvende groentetuinen en een fenomenale kathedraal....

Ariejan Korteweg

Nergens ter wereld krijgen groenten een warmer onthaal. De worteltjes, vernuftig tot een stralenkrans gebonden, worden er met klaterend applaus ontvangen. Juichkreten klinken op bij het zien van de radijsjes. De sla wacht een ritmisch handgeklap. Als de broccoli, de aardappels en de kolen in zicht komen, wordt er gejoeld, geroepen en gezwaaid. De mensen op de kade stoten elkaar aan: ‘Kijk, wat een prachtige bloemkolen!’ En na de groenten maken ook de aardbeien, de duizendschoon en de aronskelken veel enthousiasme los.

Die gewassen hebben er dan al een hele reis op zitten. Ze zijn geoogst in drijvende groentetuinen, daarna in open houten bootjes gedrapeerd en naar het binnenhaventje van de stad geboomd door tuinders, samen met hun kroost in antieke kledij gestoken. (Dat sommigen sjoemelen met een elektromotortje, wordt door de vingers gezien.) Het publiek op de kade kan amper wachten totdat de groenten zijn gelost. Binnen de kortste keren heeft iedereen wel een stronk of struik in de hand.

Welkom in Amiens, groentehoofdstad van de wereld.

Een dag per jaar, doorgaans in juni, doet de Association pour la Protection et la Sauvegarde du Site et de l’Environnement des Hortillonages alsof de tijd heeft stilgestaan. Dan komen de gewassen per bootje naar de stad. Maar ook de rest van het jaar vormen de groenten een topattractie. Of in elk geval: de tuinen waar ze groeien.

Meteen aan de rand van de stad, langs de rivier de Somme, begint een moerassig gebied dat van oudsher dienstdoet als de vitaminebron van Amiens. Les hortillonages, zoals het gebied heet, worden wel als drijvende tuinen aangeduid, maar feitelijk is dat onjuist. De groente staat hier wel degelijk met zijn wortels in vaste grond.

Er zijn wandelpaden door ‘les hortillonages’, maar in het seizoen (april tot oktober) is het veel aardiger een rondvaart te maken, in precies zo’n bootje als waarmee de groenten worden vervoerd. Terwijl de opvarenden elkaar op de gezonde wortelen of vochtige slakroppen wijzen, vertelt de gids dat ‘les hortillonages’ zo’n 300 hectaren beslaan, doorsneden door 55 kilometer vaarten en beekjes. Van de duizend landeigenaren zijn er nog zo’n tien beroepstuinders. De andere eilandjes zijn in gebruik als volkstuin, met het soort molentjes en gecoiffeerde bloemenpracht dat daarbij hoort.

Tussen tuinen en binnenstad ligt de wijk Saint-Leu, het hippe deel van Amiens. De Quai Bélu, met z’n terrasjes, kleurige gevels en antiekwinkels, is het hart van die wijk. Dit oude ambachtskwartier van de stad is een schoolvoorbeeld van harmonieuze vernieuwbouw, en staat symbool voor het nieuwe elan van Amiens. Het stratenpatroon van de in de Tweede Wereldoorlog goeddeels platgebombardeerde wijk is gehandhaafd, en waar mogelijk zijn de oude huizen van vakwerk en steen behouden. Daartussen staat de al even kleinschalige nieuwbouw met verrassende kleurcombinaties, uitstulpende erkers, een enkel geglazuurd pilaartje en veel houten gevels. Zelfs de nieuwbouw van de universiteit, in robuust glas en steen, valt niet uit de toon. Ook door deze wijk vaart ’s middags een fluisterbootje, bestuurd door de enthousiaste gids Jean-Jacques.

Amiens is een platte stad. Overal waar je bent, zie je dezelfde twee hoge gebouwen hoog boven de daken uittorenen. Het ene is de Tour Perret, een buitenproportioneel bouwsel van bijna 104 meter, bestaande uit een rechthoek, waarop een achthoek, bekroond door weer een gedraaide rechthoek. De al in 1942 ontworpen maar pas in 1960 voltooide woontoren van beton is het symbool van de wederopbouw van de stad.

Die toren valt in het niet bij de Notre-Dame van Amiens, met een totale lengte van 147 meter de grootste kathedraal van Frankrijk en een wereld op zichzelf. Stond deze Onze Lieve Vrouwe in Parijs, dan zou het er zwart zien van de mensen. Nu komen er mondjesmaat pelgrims, die zich in hun nette pak op het plein voor de kerk op de knieën storten. Bij zoveel schoonheid is dat een begrijpelijke reactie. In de vloer is een labyrint verwerkt, waarmee een pelgrimage naar Jeruzalem of Santiago de Compostela kon worden afgekocht. In het houtsnijwerk van het koor zijn vernuftig de oude ambachten verwerkt. Aan de buitenzijde van het koor is een prachtige Johannes de Doper, de aders en spieren in de hals van het net onthoofde lijf goed zichtbaar. De bouw begon in de 13de eeuw, maar sommige delen, zoals de musicerende vorsten op het dak en het smeedijzeren hek van het koor, zijn pas in de 18de en 19de eeuw toegevoegd.

Nog wat verder van de Somme begint het echte centrum. Met winkelstraten en het Museum van Picardië, met de Place Gambetta en al z’n brasserieën, precies op de plaats van het vroegere forum, toen Samarobriva een van de grote steden in het noorden van het Romeinse rijk was.

Amiens is een aarzeling. Tussen Belgische baksteen en Duits vakwerk, tussen grote stad en landbouwcentrum, tussen het norse noorden en het joie de vivre van het zuiden. Met een immense kerk vlakbij groententuinen, omringd door een Hollands landschap, glooiend als een tafellaken dat wordt uitgeschud. Een aantrekkelijke pleisterplaats, op niet meer dan veertig strak geasfalteerde kilometers van de grote weg naar Parijs.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden