Blikcolumn

Appen is niet levensgevaarlijk, auto’s zijn dat wel

null Beeld

Op deze plek schrijven Peter Giesen en Sheila Sitalsing beurtelings wat hun is overkomen of opgevallen op de weg en in de berm.

In mijn tienerjaren woonde ik op Curaçao en als daar een auto-ongeluk was, rukten de persfotografen uit. Het resultaat werd de volgende ochtend geserveerd op de voorpagina van de krant: verkreukeld blik en opengereten lichaamsdelen. Smaakvol was het niet, en aanzetten tot rustig rijden deed zo’n foto van een lijk bij het ontbijt hooguit heel even. Totdat de volgende zich op hoge snelheid de voorpagina’s op manoeuvreerde.

Het goede hieraan was dat er geen twijfel kon bestaan over wat hier had plaatsgevonden: grof geweld dat geheel onverwachts was gekomen en diepe sporen had getrokken.

Pas decennia later, toen ik het boek Het recht van de snelste oppakte van Thalia Verkade en Marco te Brömmelstroet – een boek dat onlangs een prijs heeft gewonnen en dat met frisse blik kijkt naar de plek die de auto heeft verworven in de publieke ruimte, en dat beslist géén anti-autoboek is (en dat met een ode aan de onverwoestbare Lada Niva begint) – kwam ik die notie weer tegen: een verkeersdood is een gewelddadige dood.

Dat is in Nederland weggestopt. Niet omdat je hier geen huiveringwekkende foto’s van verkeersongelukken zou tegenkomen (ze zijn er wel, websites vol). Maar omdat het meestal bij kleine, tamelijk abstracte nieuwsberichten blijft, waarin soms een merkwaardige volgorde wordt gehanteerd: ‘Er stond een lange file, forenzen hadden daar last van, het kwam doordat een auto in de vangrail was terechtgekomen.’

Het boek vraagt aandacht voor de verhalen hierachter: er zat een mens in die auto, hij zal nog heel lang onrustig dromen van die vangrail en van hoe weinig het allemaal heeft gescheeld. Vallen er doden, dan zijn de gevolgen niet te overzien, schrijft Verkade: ‘Posttraumatische stress die zelfs aan de volgende generatie wordt doorgegeven: dat had ik nooit verwacht in het naoorlogse Europa, waar elke week opnieuw vijfhonderd verkeersdoden vallen. Omkomen of een ander doodmaken in de publieke ruimte, onderweg, per ongeluk: het is een unieke en nergens mee vergelijkbare vorm van sterven, die voor veel betrokkenen onverteerbaar blijkt.’

Interessant is de notie in het boek dat we bij ongelukken kwistig strooien met het korterokjesargument: de voetganger ‘keek niet uit’, de fietser ‘was onvoorzichtig’. Nu zijn ze dood. Hadden ze maar beter moeten opletten. Terwijl: ‘Appen is niet intrinsiek levensgevaarlijk. Autorijden is dat wel. En toch hebben we het over het gevaar van appen. Inmiddels hebben we besloten dat je in Nederland ook niet op de fiets mag appen, terwijl het toch niet appende fietsers zijn die anderen doodrijden.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden