BoekrecensieApostelkind

Apostelkind Renske Doorenspleet geeft een genuanceerd beeld van haar beknotte jeugd ★★★☆☆

Renske Doorenspleet geeft een genuanceerd beeld van het Apostolische Genootschap waar ze in opgroeide en op haar 25ste mee brak. Zij graaft diep – en erg uitvoerig – in haar geheugen, maar durft nog niet alle vragen te beantwoorden.

Beeld Typex

Wat doet het met je als je opgroeit met één waarheid, één opgelegde levensbestemming, één blindelings te volgen leider, één definitie van liefde en geluk? Daarover kunnen veel mensen die zijn opgegroeid in een streng geloof meepraten, en degenen die zijn opgegroeid in een hermetisch gesloten gemeenschap of sekte al helemaal. Je komt er nooit helemaal vanaf, ook al neem je er afstand van, zeggen zulke mensen vaak. Als kind twijfel je niet aan de mantra’s en dogma’s die erin gestampt worden; ze gaan in je lijf zitten.

Apostelkind van Renske Doorenspleet (1973) is een bijzonder autobiografisch verhaal over een kind dat is grootgebracht in zo’n gesloten gemeenschap, het Apostolisch Genootschap. Dat klinkt als een van de vele protestants-christelijke afsplitsingen in Nederland, zoals iets evangelisch of doopsgezind, maar dat is het niet. Dit genootschap is van oorsprong christelijk, maar de leer draait niet om God of Christus, maar om de Apostel, Gods plaatsvervanger op aarde, ook wel de Mond Gods genoemd, de Leidsman, of gewoon Hij die Zijn naam zelf ook met hoofdletters schrijft.

Doorenspleet beschrijft het Apostolisch Genootschap als iets tussen een sociale gemeenschap, een geloofsgemeenschap en een sekte in, maar toch vooral als het laatste. Ogenschijnlijk is het een blijmoedige, ruimdenkende club, en zo kijkt de buitenwereld er ook naar. Volkert van der G. groeide erin op, maar niemand legde het verband tussen zijn jeugd en de moord die hij pleegde.

De sfeer lijkt gemoedelijk, daarom greep niemand ooit in. Er wordt gezongen, geknutseld en toneelgespeeld met de kinderen, er zijn gesprekskringen waar iedereen zijn hart kan luchten en er wordt gezorgd voor zieke ‘broeders en zusters’. In de preken gaat het over liefde en vreugde. Niet om denken maar om voelen. Niemand dreigt met hel en verdoemenis; er is geen seksueel misbruik.

Schaduwwereld

Maar al die gezangen, preken en liefdesuitingen zijn uitsluitend ter meerdere glorie van de Apostel, die van zijn volgelingen kritiekloze overgave eist. Wie twijfelt aan zijn woord, of goddelijke status, wie niet komt opdagen op de vele verplichte bijeenkomsten, wie zich niet houdt aan de kledingvoorschriften of van de verkeerde muziek houdt, wordt openlijk berispt en te schande gemaakt. Een kind dat zoiets een paar keer meemaakt, kijkt voortaan wel uit. Ook de geborgenheid en saamhorigheid werken als een klem. In de gewone wereld, waar zij gewoon functioneren en niemand weet dat zij Apostelkinderen zijn, zouden zij verloren raken zonder de zekerheid van hun schaduwwereld.

Zo groeien – het Apostolisch Genootschap bestaat nog steeds – deze kinderen op. Ze hebben geen keus, ze worden als Apostelkind geboren. Renske Doorenspleet, die er in 1998 op haar 25ste uitstapte, beschrijft het haarscherp: van buitenaf, door bergen informatie en stichtend materiaal te gebruiken, en van binnenuit, op grond van haar herinneringen en de verhalen die ze erover heeft opgeschreven.

Zo ontstaat een genuanceerd beeld dat tegelijk persoonlijk én feitelijk is. Mooi is hoe Doorenspleet de schroom voelbaar maakt, de weerzin om al die verstopte herinneringen van zolder te halen. Ze weet dat ze oude wonden zal openrijten, dat ze zichzelf uit evenwicht brengt. Ze voelt zich schuldig, ook al weet ze dat het onzinnig is. De oude hersenspoeling werkt kennelijk nog steeds.

Maar ze móét erover schrijven. Haar grootvader is haar voorgegaan, door in 1974 tegenover een journalist van Panorama uit de school te klappen over het genootschap. Als kind schreef ze al graag verhaaltjes, die haar de  mogelijkheid boden om even te ontsnappen. Ze ging politicologie studeren, werd onderzoeker in de wereld van de ratio, ze verdiepte zich in thema’s als democratie en macht. Ze ontmoette een man die, net als zij, in het genootschap was opgegroeid en er samen met haar uitstapte. Een ideale kompaan, aan wie ze niet alles hoeft uit te leggen en die haar steunt in haar pijnlijke zoektocht.

Taalgevoelig

Het sterkste aan Apostelkind is de taalgevoeligheid. Doorenspleet roept de sfeer waarin ze opgroeide op door, niet zonder spot maar met grote vanzelfsprekendheid, het jargon van de sekte te gebruiken. Leerzame teksten zijn ‘hartensuitingen’, de ruimhartige, moreel verplichte schenkingen van leden zijn ‘liefdesgiften’. Alle bijeenkomsten zijn ‘fijn’ en ‘heerlijk’. De Apostel is ‘de Liefste en de Bepalende’, ‘de Prins der Liefde’, of ‘de Zielenbruidegom’.

Apostelkind is goed geschreven, maar het boek had makkelijk 100 pagina’s korter gekund. Eindeloos veel herinneringen worden beschreven, vele documenten uitvoerig geciteerd; bij een scherpere keuze was het effect krachtiger geweest.

Doorenspleet graaft diep, maar durft toch niet alle vragen te beantwoorden. In hoeverre is haar leven negatief beïnvloed door de indoctrinatie? Heeft die haar echt beschadigd? De rol van de ouders blijft schimmig. Het was warm en gezellig thuis; haar ouders zijn lieve mensen, te zeer vergroeid met het genootschap om er uit te stappen. Niettemin zijn zij het die hun kind deze gespleten, beknotte jeugd hebben bezorgd. Aan sommige taboes kan zelfs een bevrijd kind niet raken.

Beeld Balans

Renske Doorenspleet: Apostelkind. Balans; 320 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden