Interview Chas Gerretsen

Apocalypse Now-setfotograaf Chas Gerretsen: van de Vietnamoorlog via Hollywood naar een zwervend bestaan per zeilboot

Zelfportret, Chas Gerretsen (1974). Beeld Chas Gerretse/ Nederlands Fotomuseum

Oorlogsfotograaf, avonturier en Groninger Chas Gerretsen (75) werkte in 1976 op de beruchte set van Francis Ford Coppola’s Vietnamepos Apocalypse Now. Nu is er een expositie in Kino Rotterdam ­– met bijbehorende wilde anekdotes.

Chas Gerretsen (75) lacht droogjes, gevraagd naar het verschil tussen de oorlog en de oorlogsfilm. ‘Vietnam was krankzinnig. De set van Apocalypse Now was óók krankzinnig, maar net ietsje minder.’ De geboren Groninger was jarenlang oorlogsfotograaf, onder meer in Vietnam en Cambodja, voor hij verkaste naar Hollywood en zijn carrière voortzette als setfotograaf. De ideale kandidaat voor de klus, besloot Francis Ford Coppola, die midden jaren zeventig iemand zocht om de totstandkoming van zijn Vietnamepos te documenteren.

De opnamen op de Filipijnen behoren tot de meest mythische uit de filmgeschiedenis. Gedurende de 230 draaidagen werd Apocalypse Now onder meer geplaagd door een tyfoon, een hartaanval (hoofdrolspeler Martin Sheen), een weigerachtige en veel te dikke steracteur (Marlon Brando), hevige budgetoverschrijdingen en het almaar wijzigende script. En dan waren er nog de opstandige moslimrebellen, die ervoor zorgden dat de van het Filipijnse leger gehuurde helikopters en namaaknapalm strooiende jachtvliegers soms ineens naar de echte strijd moesten vertrekken.

Chas Gerretsen

De in Groningen geboren fotograaf Charles ‘Chas’ Gerretsen (75) was setfotograaf van Francis Ford Coppola’s Vietnamfilm Apocalypse Now uit 1979. Zijn oeuvre wordt bewaard door het Nederlands Fotomuseum, dat vanaf 22 juni in samenwerking met de Rotterdamse bioscoop Kino een selectie van zijn setfoto’s exposeert. Kino en het Nederlands Fotomuseum maakten speciaal voor die gelegenheid tevens een korte documentaire over het werk en leven van Gerretsen.

Gerretsen verbleef een half jaar op de set, nam ‘zo’n vijfduizend foto’s’, waarvan er na de release in 1979 slechts een aantal werden verspreid. De dia’s liggen in het Nederlands Fotomuseum, dat nu werk maakt van het ontginnen van zijn oeuvre: een selectie is vanaf 22 juni te zien in bioscoop Kino in Rotterdam. Zo ook de foto’s van de gedurende de opnamen permanent stonede acteur Dennis Hopper, die zijn rol als doorgedraaide oorlogsfotograaf deels zou danken aan Gerretsen. Aanvankelijk moest Hopper een militair spelen. Maar nadat Coppola het scènetje had opgenomen waarin hij zelf te zien was als televisieregisseur die militairen instrueert, ‘niet in de camera kijken!’, vroeg Gerretsen om een onderhoud met de cineast. ‘Ik zei: als je iets met journalistiek wil, waarom neem je dan geen oorlogsfotograaf ín je film?’

Een paar dagen later werd de setfotograaf verzocht drie van zijn camera’s af te staan aan Hopper, die ze om zijn nek hing. ‘Ik kreeg ervoor betaald, en kocht nieuwe in Hongkong.’

Krokodillenjager

Gerretsen is voor even terug in Nederland, om de expositie te begeleiden, en logeert in het flatje van zijn zus in Bussum. ‘Voor een hotel in Rotterdam heb ik geen geld.’ Als 16-jarige vluchtte hij weg uit Groningen, om de wereld te verkennen als schipper, krokodillenjager, cowboy, beroepsmilitair, oorlogsfotograaf, filmfotograaf en zeezeiler, in die volgorde. Ook van dat krokodillenjagen, ergens diep in Australië, bestaat beeld, plus bijbehorende anekdotes. Maar daarvoor kan de lezer terecht in zijn nog te publiceren memoires. ‘Ik wil voorkomen dat de mensen straks denken: o, dat weet ik al. Ik heb een uitgever. Welke? Zeg ik nu nog niet.’

Gerretsen fotografeert al tijden niet meer. Vijf jaar geleden verkocht hij zijn laatste vintagecamera’s via een veilinghuis in Wenen. De zwartgeverfde Nikon F, die 14 duizend euro opbracht, kreeg de Groninger ooit in Vietnam van zijn fameuze, later spoorloos in de jungle verdwenen Amerikaanse collega Dana Stone, in ruil voor een gevonden Browning-pistool. Gerretsens antieke en eveneens zwartgeverfde (voor scherpschutters minder zichtbare) Leica M4 ging op dezelfde veiling weg voor 26 duizend euro; een van de toestellen waarmee de Nederlander generaal Augusto Pinochet in 1973 iconisch onguur vastlegde, kort na de gewelddadige coupe in Chili. Nu zijn beide camera’s in bezit van een Chinese verzamelaar. En dus kon Gerretsen even vooruit, levend met zijn Duitse vriendin op zijn zeilboot in de Cariben. Want de opbrengst van zijn wereldberoemde en nog vaak afgedrukte Pinochet-portret (in operette-uniform, met zonnebril en verwrongen mond) is onvoldoende voor een pensioen. ‘Vorig jaar zo’n 100 dollar in totaal – je wordt aan alle kanten afgezet. De Chilenen hebben ’m tot publiek bezit verklaard.’

Slechts één keer eerder, in 1970, sprak Gerretsen vrijelijk met een Nederlandse journalist over zijn ervaringen als fotograaf in Vietnam, waar hij werkte voor Amerikaanse nieuwsagentschappen en tijdschriften als Time en Newsweek. ‘Ik had het goed in Vietnam, oorlog is voor mij een soort handelswaar’, kopte het Nieuwsblad van het Noorden, dat onder meer optekende hoe Gerretsen als fotograaf getuige was van folteringen. Uit het artikel: ‘Ik heb gezien hoe ze langzaam water in een Vietcong-soldaat lieten lopen, zodat hij langzaam stikte. Moet je in zo’n geval iets doen? Ik dacht van niet, want die Vietcong-soldaat had je even tevoren dood kunnen schieten.’ Na de publicatie kreeg Gerretsens moeder uit het Groningse Haren het in haar omgeving te verduren, vanwege de rauw opgetekende indrukken: was dat haar zoon?

Hollywood

Die was meteen weer weg uit Nederland, om de kolossale schade van cycloon Bhola vast te leggen, in Pakistan. Daarna was er het fotoverslag van de coupe in Chili, in 1973 bekroond met de prestigieuze Robert Capa Gold Medal Award, als eerste (en nog altijd enige) Nederlandse winnaar. Na die piek was het genoeg. Misschien moet je naar Hollywood, opperde iemand. Gerretsen begon er een fotobureau, legde zich toe op het portretteren van de sterren. Hij kwam bij ze thuis, want dat kon toen nog gewoon. ‘Weet je wie dit is?’, vraagt de fotograaf, terwijl hij zijn laptop met Hollywoodwerk overhandigt. ‘En die?’ We zien Jane Fonda, Mia Farrow, een 16-jarige Brooke Shields, kindster Jodie Foster, Susan Sarandon, John Travolta die de propeller van zijn vliegtuigje kust, Steven Spielberg met zijn papagaai, Don Johnson en een halfblote Melanie Griffith, een piepjonge Tom Hanks (‘zijn allereerste fotosessie’).

Martin Sheen op de set van Apocalypse Now. Beeld Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Voor de opnamen van de romantische avonturenfilm Romancing the Stone verbleef Gerretsen begin jaren tachtig op de set in Mexico. ‘De regisseur kon er niks van, iedereen haatte het werk aan die film. Robert Zemeckis was de protegé van Spielberg, maar in feite regisseerde Michael Douglas (de hoofdrolspeler). Douglas is een kille son of a bitch, geen warmte. Maar hij deed alles. Als ik achteraf mensen over die film sprak, zeiden ze: wat was het een prachtige tijd, hè? Typische Hollywoodbullshit. Romancing the Stone werd een hit, dus was het leuk. Als mensen je associëren met een hit, heb je zo weer voor vijf jaar werk. Dus Romancing the Stone en Apocalypse Now waren goed voor me.’

Francis Ford Coppola op de set van Apocalypse Now. Beeld Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Terug in Nederland stuitte Gerretsen vooral op ongeloof, als hij over zijn Vietnamtijd vertelde. Hoe hij – bijvoorbeeld – op een van zijn eerste dagen als oorlogsfotograaf even buiten Saigon werd opgepikt door stonede Amerikaanse soldaten, die hem een goudomrande zonnebril, de nodige wiet, 20 kilo bevroren steaks, 5 liter roomijs én een gloednieuwe armoured personnel carrier cadeau wilden doen. Dit vanuit Amerika verscheepte pantservoertuig was illegaal doorverkocht aan Zuid-Vietnamese handelaars, maar om een of andere reden niet opgehaald; het moest verdwijnen voor de legerleiding vragen ging stellen. Gerretsen bedankte beleefd, keerde huiswaarts met de bevroren etenswaren, om ’s ochtends ‘in mijn motel wakker te worden in een plas van bloed en ijs’.

Apocalypse Now ging de concurrentie aan met soortgelijke, echte oorlogswaanzin. Zo was er de productieassistent die een stapel voor autopsie bedoelde Filipijnse lijken bemachtigde, om de gruwelscènes mee aan te kleden. ‘Ik zag daar weinig verkeerds in’, zegt Gerretsen. Ook de grootse luchtaanvalscène uit de film, met helikopters en de schallende deunen van Wagner, imponeerde hem niet zo. ‘Het oogde echt, dat wel.’

Coppola zelf maakte indruk op Gerretsen, meteen al bij hun eerste ontmoeting. ‘Ik heb van je gedroomd’, zei de cineast. ‘Ik hing over de rand van een balkon op de dertigste verdieping van een wolkenkrabber, aan jóúw camerakoord.’ Prompt liep de regisseur weer weg. Later vernam Gerretsen dat Coppola veel waarde hechtte aan zulke voortekenen. Aan het einde van zijn dertigdaagse proeftijd op de set zei Coppola: ‘Ik geloof niet dat ik je bijzonder mag, maar ik denk dat je een goede fotograaf bent, dus je kunt blijven.’

Voor zijn oorlogsepos nam Coppola de vertelstructuur van Joseph Conrads Congo-roman Heart of Darkness als leidraad; ook in de film reist een man (Sheen) over de rivier naar de omineuze potentaat Kurtz (Marlon Brando), die diep in de jungle een leger inboorlingen aanvoert.

Marlon Brando

Brando, die zo zwaarlijvig op de set arriveerde dat Coppola een stand-in moest gebruiken als hij het lichaam van de acteur filmde, moest omzichtig worden benaderd. ‘Brando vindt je aardig, zei zijn persoonlijke assistent, maar hij wil dat je eerst toestemming vraagt voor je fotografeert. Dus ik naar Brando toe: mag ik je fotograferen? Hij: nee. Uiteindelijk liet hij me wel toe. Maar die ene keer dat ik hem vroeg even op te kijken, ontplofte hij: jij vertelt mij niet wat ik moet doen!’

De ster, die de eerste dagen weigerde te acteren, tot Coppola in overleg met hem zijn dialoog aanpaste, kreeg het destijds onwaarschijnlijk hoge bedrag van 3,5 miljoen dollar betaald voor zijn beperkte rol. ‘Zijn laatste dag op de set wilde hij weer niet spelen. Betaal me nog maar honderdduizend, zei hij, terwijl Coppola al over zijn oren in de schulden zat. In Nederland vroegen mensen me: hoe was Brando? Nou, zei ik, die leerde zijn teksten niet, iemand moest een bord ophouden op de set. Ze geloofden het niet, dachten dat ik het verzon. Hier, kijk.’

Gerretsen wijst op het hoekje van een van zijn foto’s met Brando; je ziet nog nét het bord met de dialoog. ‘Die typische Brando-look, dat hij in een scène schuin wegkijkt of naar beneden blikt, dat vinden mensen mooi. Maar dat was zijn truc: hij keek dan naar de tekst in zijn handpalm, of naar dat bord. Blijft een geweldig acteur.’

Marlon Brando op de set van Apocalypse Now. Beeld Chas Gerretsen / Nederlands Fotomuseum

Met de Italiaanse cameraman Vittorio Storaro, vermaard om zijn gloedvolle opnamen, voerde de fotograaf urenlange gesprekken op de set van Apocalypse Now. ‘Ik wist vrijwel niks van licht, hij legde het me uit.’ Oorlogsfotografie is in feite de makkelijkste fotografie, stelt Gerretsen. ‘Er is actie, mensen doen iets, je hóéft niet per se te kadreren. Zolang je maar genoeg foto’s maakt, zullen er altijd wat briljante bijzitten.’

Apocalypse Now: final cut

In 2001 kwam Apocalypse Redux op de markt, een nieuwe, uitgebreide versie van de oorspronkelijke film uit 1979. Er zat voor 49 minuten nieuw materiaal in, waaronder de beruchte ‘French plantation-scene’, waarin de hoofdpersoon een aantal Franse kolonialen ontmoet. In het najaar van dit jaar komt Coppola met weer een nieuwe versie, waarvoor de Redux-versie met twintig minuten is ingekort. Titel: Apocalypse Now: Final Cut, speelduur: drie uur en twee minuten.  

In 1989 hield Gerretsen er helemaal mee op. ‘Fotografie interesseerde me niet meer, ook had ik genoeg van al die acteurs. Ik doekte mijn studio in Los Angeles op, kocht de zeilboot.’

Na jarenlang te hebben gevaren voor de kusten van Thailand en Tanzania, pendelt Gerretsen tegenwoordig tussen Guadeloupe en Grenada. Dat gaat nog, al is zijn gestel gehavend. ‘Ik mis een long. En mijn speekselklieren zijn eruit: kanker.’ Met een lachje: ‘Dus ze moeten haast maken met die memoires.’

Liefst zou hij ook nog een overzichtstentoonstelling van zijn werk meemaken, dat is er nooit van gekomen. Het zwervende bestaan werkte tegen: negatieven lagen decennialang her en der verspreid bij allerlei agentschappen. Ook resteren er nog wat dozen met foto’s thuis bij zijn ex-echtgenote; die wil ze niet aan Gerretsen afstaan. ‘Ik denk dat wat ik maakte wat ver uiteenlag, voor sommigen. Mijn werk in Chili, bij Pinochet, was voor een intellectueel publiek, de showbusinessfotografie juist niet.’ Maar spijt heeft hij niet, van die cesuur in zijn oeuvre. ‘Ik was overal op het juiste moment. In Vietnam en Hollywood.’

Lees ook:
Francis Ford Coppola onvermoeid aan het verwezenlijken van zijn ideeën. Want, zegt een van de allergrootste regisseurs in een zeldzaam interview: de Gouden Eeuw van de film moet nog komen.

Onze recensie uit 2011: als je denkt dat alles wel gezegd is over Apocalypse Now verschijnt er een nieuwe uitgave. Nu op Blue Ray, met daarop het origineel uit 1979 en Coppola’s drieënhalf uur lange her-montage uit 2001.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden