Anthology of the Royal Concertgebouw Orchestra 4

Roaring Seventies

Het Concertgebouworkest is in het grote overzicht van zijn eigen geschiedenis - een Anthology met radio-opnamen vanaf 1935 - aangeland bij de jaren zeventig.
In die woeste tijd werd Mahler verwaarloosd, bestond er geen Ravel, was Beethoven zo goed als vergeten en speelde chefdirigent Haitink op het podium slechts een marginale rol.

Nou nee, natuurlijk niet, maar wie hoofdstuk 4 van de collectie-in-wording tot zich neemt, krijgt die indruk. De 14 cd's waarop het decennium 1970-1980 is neergeslagen, bieden niet alleen fraaie doorkijkjes naar de oeuvres van Maderna, Boulez, Van Vlijmen en Ton de Leeuw - en schitterende opnamen van Berlioz en Skrjabin. Ze schetsen ook het dilemma van de samenstellers. Veertien cd's, dat lijkt een hoop, maar voor tien jaar muziek is het een notedop.

De keuzeheren Daniël Esser (KCO) en Lodewijk Collette (Wereldomroep) hebben Brahms ditmaal ingekrompen tot diens Dubbelconcert. De huisgod Mahler is verschrompeld tot een cantate opus 1 (Das Klagende Lied, zeer fraai uitgevoerd onder Haitink). Begrijpelijk, die inperkingen. Veel van het kernrepertoire is afgeroomd in andere verzamelingen, zoals in platenboxen rond Haitink, en in de jaren zeventig is ook nog wel wat anders tot stand gebracht.

Oude dirigeergrootheden als Krips, Jochum en Leinsdorf maakten uitstapjes naar Frank Martin, Regers Serenade in C en Alban Bergs concertaria Der Wein, met de sopraan Elly Ameling als poëtische drinkster van het zuiverste water. Artistiek leider Flothuis ruimde plaats in voor Ton de Leeuws Symphonies of Winds en Jan van Vlijmens Sonata per piano e tre gruppi instrumentali.

Flothuis' opvolger Hein van Royen haalde Reinbert de Leeuw in huis als dirigent van Rudolf Eschers Sinfonia, en zette Berio op de bok met eigen werk waaronder Chemins IV, met de KCO-hoboïst Werner Herbers als solist. Theo Olof speelde een historische rol in het Vioolconcert van Bruno Maderna. Van groot belang zijn de Vierde van Sjostakovitsj en de Derde van Skrjabin onder leiding van Kiril Kondrasjin, de Rus die in Amsterdam een tweede thuis vond. De geschiedenis komt steeds dichterbij: menige Concertgebouwhabitué zal de Haffner-symfonie nog in het geheugen gegrift hebben staan zoals die door Nikolaus Harnoncourt in 1979 tevoorschijn werd getoverd bij diens eerste Amsterdamse Mozartexcecities.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden